Voetbal trok ook in de oorlogsjaren drommen publiek zoals hier bij de Volewijckers tegen HBS in februari  1944. De competities stonden in die periode echter zwaar onder druk.
Volledig scherm
PREMIUM
Voetbal trok ook in de oorlogsjaren drommen publiek zoals hier bij de Volewijckers tegen HBS in februari 1944. De competities stonden in die periode echter zwaar onder druk. © VERZETSMUSEUM

5 andere crises en rampen die de Zeeuwse sportcompetities onder druk hebben gezet

VLISSINGEN - Alle sportcompetities liggen stil. En het is nog maar de vraag of ze uitgespeeld kunnen worden. De basketbal, korfbal- en volleybalbond hebben voor dit seizoen bijvoorbeeld al een streep gezet door de alle competities. Hoe langer de sportban duurt, hoe groter de kans dat andere competities ook die kant opgaan.

In het verleden hebben verschillende (natuur)rampen de sportcompetities al eens plat gelegd. Meestal werden de competities met enige improvisatie nog tot een goed einde gebracht. Alleen door de Tweede Wereldoorlog konden de competities niet worden uitgespeeld. Welke rampen moesten de georganiseerde sportcompetities in de vorige eeuw het hoofd bieden?

Een verhaal over de jeugd in Goes die niet naar school mocht maar wel mocht voetballen, over noodcompetities in de oorlog en na de Watersnoodramp, over Koewacht dat 154 dagen niet speelde en over een rugbyer uit Heikant die tien zondagen langer reisde dan dat hij speelde.

Spaanse griep van 1918

Twee kinderen proberen zich met gezichtsmaskers tegen de dodelijke Spaanse griep te beschermen.
Volledig scherm
Twee kinderen proberen zich met gezichtsmaskers tegen de dodelijke Spaanse griep te beschermen. © Collectie Reinold Vugs

Wat een feestelijke periode had moeten zijn omdat de Eerste Wereldoorlog was beëindigd, werd een sombere en gitzwarte tijd. Niet alleen voor Zeeland, maar voor de hele wereld. De Spaanse griep was de onzichtbare massamoordenaar. In de oorlog stierven bijna 10 miljoen mensen. De schattingen van het wereldwijde dodental door de Spaanse Griep beginnen bij 20 miljoen…

In Nederland stierven meer dan 40.000 mensen. Ook Zeeland kreeg zijn deel. Honderden mensen overleden eind 1918 aan de Spaanse griep. Op lokaal niveau werd besloten dat scholen dicht moesten. De ene uit voorzorg, de andere vanwege het grootschalige ziekteverzuim. In Goes waren de scholen drie weken dicht. En toen de HBS weer open ging, protesteerden de ouders zo massaal dat de school ’s middags weer dicht ging.

Maar ondertussen werd er ‘gewoon’ gevoetbald in Goes. De plaatselijke clubs GVV en KDO trapten aan de Polderschen Weg een balletje. Hansweert en de lagere teams van Middelburg en Vlissingen kwamen op bezoek of ze speelden hun onderlinge derby. Dat was best bijzonder aangezien er vooral gevoetbald werd door mensen uit de risicogroep van 20- tot 40-jarigen.

Had de voetbalsport dan geen last van de Spaanse griep? Toch wel. Dat blijkt uit een een oekaze van de Nederlandse voetbalbond, eind oktober 1918. Om verspreiding van de Spaanse griep tegen te gaan waren in den lande alle militaire verloven ingetrokken. De ziekte werd immers vooral door uitwaaierende militairen verspreid.

Doordat de verloven waren ingetrokken, kregen verschillende clubs met personele problemen te kampen. Dat konden ze aangeven bij de competitieleider en deze zou dan – als het verzoek terecht was – de wedstrijd uitstellen. Maar, werd enigszins dreigend afgesloten: ,,Wegens het heerschen van de Spaansche Griep wordt geen uitstel verleend.’’

De competitie 1918/1919 werd in Zeeland uiteindelijk zonder noemenswaardige problemen uitgespeeld.