Volledig scherm
Een bezoeker van de open dag bij de biomassacentrale in Sirjansland probeert een foto te maken van de vlammen in de grote houtkachel. © Marieke Mandemaker

In de biomassacentrale bij Sirjansland is het altijd 1000 graden

SIRJANSLAND - De wereld verbeteren begint bij je zelf, in Sirjansland om precies te zijn. Daar is een biomassacentrale in gebruik genomen; een enorme houtkachel waarmee je met gemak het hele dorp behaaglijk warm zou kunnen stoken. Vooralsnog is dát toekomstmuziek en gaat de opgewekte hitte en koolstofdioxide (CO2) naar het kassencomplex van drie vooruitstrevende tuinders.

In Berlijn staat er ook eentje, maar dan een kleinere, zegt auberginekweker Pleun van Duijn met ingehouden trots. Nergens anders vind je zo’n centrale als in het Duivelandse dorp. Enkele honderden nieuwsgierigen grepen zaterdag dan ook de publieke openstelling aan, voor een kijkje achter de schermen bij het nieuwe 'speeltje’ van de in Duurzame Energie Sirjansland (DES) verenigde telers.

Dansende vlammen

De hitte bij de kachel in de loods is tropisch. Twee trappen omhoog toont een klein raampje waarom. ,,Duizend graden boven het vuur”, vertelt Van Duijn aan het groepje dat hij rondleidt over het bedrijf. ,,Het is de hel die je daar ziet", grinnikt één van zijn toehoorders. De dansende vlammen vreten zich door een mix van houtsnippers, snoeiafval waar anders niks mee mee wordt gedaan. De hitte die daarmee 24 uur per dag wordt opgewekt, is voldoende om 70 procent van de kassen te verwarmen.

De rookgassen verdwijnen niet door een schoorsteen, zoals bij soortgelijke installaties gebruikelijk is, maar worden gefilterd en in de vorm van CO2 opgevangen in twee grote ballonnen, legt Van Duijn uit. De CO2 wordt vermengd met de lucht in de kassen, waardoor de gewassen beter groeien. Met name in dat deel zit het grootste innovatieve aspect. Al met al een investering van zo’n negen miljoen euro, die mede met subsidie voor duurzaam ondernemen tot stand is gekomen.

Veiligheid

,,Is dat nou niet gevaarlijk om hier te wonen", wijst iemand uit het publiek op de grijze rubberen bollen, die buiten naast de loods zachtjes heen en weer schudden in de harde wind. Ze doet gekscherend alsof ze een mes in haar hand houdt en de verleiding, de ballon stuk te prikken, niet kan weerstaan. ,,Stel dat de boel ontploft?". De kans daarop is minimaal, verzekert Van Duijn. Het hele proces is computergestuurd, vanaf de invoer van de biomassa in de oven tot en met de toevoer en distributie van de warmte en CO2 via het ondergrondse leidingstelsel. En mócht er toch overdruk ontstaan, dan zorgt een flink ventiel tussen de twee ballonnen op tijd voor verlichting. CO2 zelf is onschadelijk voor de mens, stelt hij de jongedame gerust. ,,Het zit altijd en overal in de lucht. De mensen die in de kassen werken, hebben er ook geen last van. Je moet het alleen niet in 100 procent pure vorm inademen.”

In een nis naast de bollen bouwt de centrale een bescheiden bergje as. Dat is alles wat overblijft in het hele proces. De as zit volgens Van Duijn vol mineralen die arme akkerbouwgrond zouden kunnen verrijken. Maar de wet staat dat gebruik nog niet toe. ,,Dus zit er helaas niks anders op dat we het moeten afvoeren als afval. En daar voor moeten betalen. Ik heb wel eens gehoord dat ze het vervolgens gebruiken voor wegenbouw...” 

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement