Volledig scherm

Vancouver 2010: ‘Ik zag Kemkers wit wegtrekken en door zijn knieën zakken’

De verslaggevers van AD Sportwereld belichten om de dag hun eigen favoriete sportmoment aller tijden, bekeken door een persoonlijke bril. In deel 8: Thijs Zonneveld over het drama op de 10 kilometer van Sven Kramer in Vancouver.

Door Thijs Zonneveld

’t Kon niet mis. Het Wilhelmus stond al klaar, de gouden medaille hoefde alleen nog maar te worden opgehaald. Het was een voldongen feit. Zoals water nat is, kunstgras niet groeit en dinsdag na maandag komt. De winnaar stond vast. De tien kilometer van de Olympische Spelen hoefde alleen nog maar gereden te worden.

Sven Kramer had de vijf kilometer al gewonnen. Dik. Het reed door de ijshal in Richmond zoals hij een karretje door de buurtsuper duwde: met een alledaagse vanzelfsprekendheid. Medailles inladen als pakken toiletpapier, afrekenen en weer naar huis. Op de tien kilometer zou niemand hem kunnen benaderen. Bob de Jong liep al ergens in de zeventig, Ivan Skobrev was allang blij met een plekje in de schaduw en o ja, er was ook nog een Zuid-Koreaanse shorttracker waarvan niemand ooit gehoord had.

Kramer vertrok in de laatste rit. De kleur van zijn bril: goud. Op de tribunes heerste een hoempapa-stemming. Er tetterde een dweilorkest, de oranje polonaise was al ingezet en de meeste journalisten hadden hun verhaal al nagenoeg klaar. Moest ook wel trouwens, in Nederland was het ’s avonds laat en verliep de eerste deadline van de krant al bijna.

Quote

Kemkers zocht naar de uitgang, naar een wak in het ijs om in te verdwijnen, naar een knopje om de tijd terug te draaien. Maar het was te laat.

Ik besloot mijn plekje op de perstribune te laten voor wat het was. Ik had een ander idee: in vijfentwintig kruisingen beschrijven hoe Gerard Kemkers zijn pupil naar goud coachte. Het was, om eerlijk te zijn, niet zo’n spannend plan. Maar ik moest íets. De deadline naderde en ik had nog geen reet gedaan. Ik zou gewoon opschrijven wat Kemkers riep en dat was dat. De werktitel: de 25 kruisingen naar goud.

Wel.

Het liep iets anders.

Nachtmerrie

Seung-Hoon Lee (R), plotseling winnaar op de olympische 10 kilometer in Vancouver.
Volledig scherm
Seung-Hoon Lee (R), plotseling winnaar op de olympische 10 kilometer in Vancouver. © AFP

Ergens diep in de race, toen Kramer al een straatlengte voorsprong had op het snelste schema, riep Kemkers op een kruising de drie rampzaligste woorden van zijn carrière als coach. ,,Binnen, Sven, binnen!” Enkele tientallen tellen later bevroor hij voor mijn ogen. Ik zag hem wit wegtrekken en door zijn knieën zakken. Hij zocht naar de uitgang, naar een wak in het ijs om in te verdwijnen, naar een knopje om de tijd terug te draaien. Maar het was te laat. Hij was beland in zijn ergste nachtmerrie. En in die van Kramer.

In sport draait het, in mijn ogen tenminste, niet om uitslagen. Het gaat om het verhaal. We kijken naar sport omdat we geëmotioneerd willen worden. We zoeken naar een moment, een sporter, een ploeg die ons raakt. We willen meeleven. Op de golven van succes, maar net zo goed als alles naar de filistijnen gaat. De verkeerde wissel van Kramer in Vancouver zal me altijd bijblijven. Zijn onmacht, zijn frustratie: we werden er met z’n allen ingetrokken. Ook al heb ik het niet gezien: ik kan me tot in detail voorstellen hoe hij naar de kleedkamer stormde, een klok van de muur trok en ‘m in tienduizend stukjes sloeg.

Nederlagen

Kramer won de tien kilometer op de Spelen ook voor of na Vancouver nooit. Hij verprutste zijn tien kilometer in Turijn, verloor in Sotsji van Jorrit Bergsma en in Pyeongchang van zichzelf. Allemaal waren het fantastische nederlagen; hij ging ten onder met zijn hele hebben en houwen. Het maakt zijn verhaal alleen maar beter. De beste schaatser ooit, en zéker de beste langeafstandsrijder ooit, won nooit die de olympische tien kilometer. Al die titels, al die overwinningen, al die medailles, maar niet die ene. Als een puzzel van duizend stukjes waaruit een hoekje ontbreekt. Des te mooier: perfect is saai.

Misschien zou Kramer wel allang gestopt zijn als hij die tien kilometer van Vancouver met twee vingers in zijn neus had gewonnen. Misschien zou hij wel wielrenner zijn geworden. Misschien had het niks uitgemaakt. Maar hij schaatst nog steeds. Voor de liefde van de sport, en stiekem misschien ook nog omdat hij zoekt naar het laatste puzzelstukje.

Twee jaar nog, dan is er weer een olympische tien kilometer, op de Olympische Spelen van Peking.

Nu al zin in.

Volledig scherm
© Robin Utrecht