Volledig scherm
PREMIUM
Marcel Potters © joost hoving

‘Voltreffer op oma's huis werd 1-jarig Rotterdammertje Gerard Arie fataal’

ColumnDe oorlog. Het is al zo lang geleden. Zo weinig mensen die het allemaal hebben meegemaakt zijn nog in leven. De ooggetuigen, die weten hoe het voelt als je je vrijheid verliest, in angst de dagen moet doorkomen. En dat vijf jaar lang.

Ik ben van ver na ’40-’45, dus moet het doen met de verhalen van degenen die er wél zijn bij geweest. Zo heb ik door de jaren heen talloze Rotterdammers gesproken, vaak dik in de 80, om in artikelen in de krant hun herinneringen levend te houden. En de slachtoffers te eren, te herdenken, zoals gisteren bij Zadkine, waar weer op imposante wijze werd stilgestaan bij het bombardement van mei 1940.

  1. ‘De reiziger zou schande spreken van wat ik allemaal doe in de trein’
    PREMIUM

    ‘De reiziger zou schande spreken van wat ik allemaal doe in de trein’

    'Neus ophalen in de trein? Doe dat lekker thuis!' Ik smul van de rubriek Joost mag 't weten in deze krant. Wijsheid komt met de jaren, en aangezien Joost Prinsen (77) al een eind op weg is, beantwoordt hij al uw vragen. Deze keer wil iemand, die dagelijks met de trein tussen Rotterdam en Utrecht reist, weten waarom medereizigers voortdurend lawaaierig hun neus ophalen. 'Kunnen ze niet gewoon wachten totdat ze thuis zijn?'