Volledig scherm
Beiaardier Richard maakte het Groot Rotterdams Songbook met liedjes uit 170 landen. © archieffoto Aad Hoogendoorn

Stadsbeiaardier is klaar met jacht op 170 internationale liedjes en binnenkort kun je ze horen

Stadsbeiaardier Richard de Waardt heeft zijn klus geklaard: de afgelopen twee jaar verzamelde hij liedjes uit alle 170 landen waar Rotterdammers hun wortels hebben liggen. 

Nou ja, bijna dan. ,,Ik mis er nog twaalf”, vertelt hij. ,,Die zijn echt supermoeilijk. Ik heb nog een paar lijntjes uitgegooid om ze nog binnen te halen. Welke landen moeilijk zijn? Guinee-Bissau bijvoorbeeld. En Kameroen. Maar ik heb pas iemand ontmoet die veel mensen uit Kameroen kent, dus het komt goed. En dat moet ook, want het is inmiddels een principekwestie.”

De Waardt verzamelt alle 170 liedjes in het Groot Rotterdamse Songbook en wil ze laten horen op de drie carillons die Rotterdam rijk is. Het idee is dat mensen zich thuis voelen als ze muziek horen die ze kennen. ,,Zo heb ik wel eens Turkse mensen de Laurenskerk ingelokt met een liedje. Ze herkenden het en kwamen meteen met een gids naar boven om te zien waar de muziek vandaan kwam.”

Kortjakje

Eerst wilde De Waardt alleen kinderliedjes verzamelen, maar hij is overgestapt op volksliedjes. ,,Als je je beperkt tot kinderliedjes krijg je héél vaak Altijd is Kortjakje ziek en Vader Jacob.  Over de Nederlandse bijdrage aan het Groot Rotterdams Songbook twijfelt hij nog. ,,In de Maneschijn staat nu nog bovenaan, maar ik heb nog geen definitieve knoop doorgehakt.”

Vrijwilligers van de stichting Stadsmuziek zijn de afgelopen twee jaar op liedjesjacht geweest. ,,Eén vrijwilliger, Marijke Baan, was echt een liedjesjager. Zij heeft ambassades gebeld en restaurants benaderd.” De reacties zijn enthousiast. ,,Dat zie ik ook op de toren. Als ik een Italiaans liedje speel voor Italiaanse toeristen, worden ze dolgelukkig. Dat hebben ze nog nooit gehoord, een liedje uit hun land op een carillon.”

Improviseren

Wie door de stad loopt en een mooi liedje hoort, kan op de website van de Stichting Stadsmuziek opzoeken welk liedje het is. ,,Het wordt een heel roulatiesysteem. Ik programmeer telkens een paar liedjes per carillon. En drie keer per week speel ik ze live op het carillon. Dat is leuk, want dan kan ik lekker improviseren.”

De Waardt moet elk liedje bewerken zodat het voor carillon geschikt is. ,,Ik hoor wel echt verschil tussen West-Europese liedjes en bijvoorbeeld Oost-Europese of Aziatische liedjes. In Oost-Europa hebben ze heel boeiende ritmes in kinderliedjes. In Afrika is het weer heel moeilijk om melodische liedjes te vinden omdat ze daar echt een ritmische traditie hebben. Dat is op een carillon niet te spelen.”

De Waardt wil met zijn carillon alle Rotterdammers bereiken. ,,Ja, je kunt natuurlijk altijd Bach spelen, maar het is een volksinstrument, dan moet je ook volksmuziek - in de goede zin van het woord - spelen, vind ik. Ik zie het als mijn taak als stadsbeiaardier om dit voor de stad te doen.”