Öztürk (Denk) clasht hard met Kamervoorzitter Arib tijdens Turkijedebat, Kuzu woest

videoDenk-Kamerlid Selçuk Öztürk is vanmorgen tijdens een debat over Turkije stevig in aanvaring gekomen met Kamervoorzitter Khadija Arib. Die greep in nadat hij SP-Kamerlid Sadet Karabulut beschuldigde van het steunen van een terroristische organisatie en ontnam hem het woord. Dat liet het Denk-Kamerlid niet zomaar gebeuren. 

Quote

Stop met allerlei dingen tussendoor naar mij te roepen, stop ermee

Kamervoorzitter Arib

Het liep mis toen het over de mensenrechtensituatie in Turkije ging. Karabulut vroeg Öztürk of hij naast meer economische betrekkingen met het land ook meer aandacht wil voor de mensenrechtensituatie. Daar ging Öztürk niet concreet op in, maar in de verhitte discussie die volgde betichtte hij Karabulut van steun aan de Koerdische PKK, die op de Europese lijst van terreurorganisaties staat. Dat wekte de woede van de Kamer, die hem omriep met bewijzen te komen of zijn beschuldiging terug te nemen. GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik verweet Öztürk ‘heel veel mist’ te creëren en ‘een idiote tegenaanval te lanceren’. 

Öztürk: ,,Er is continu kritiek, door alle fracties hier. Karabulut doet niet anders dan kritiek leveren. Natuurlijk geven wij ook kritiek waar nodig, maar het gaat erom dat fracties hier ons in een hoek proberen te duwen, ons te beschimpen en proberen te verbinden aan een bepaald regime.’’

Terugkaatst

Quote

Ik word gewoon monddood gemaakt

Selçuk Öztürk, Denk

Het Denk-Kamerlid verweet daarop Arib niet op te treden wanneer dat gebeurt, maar wel wanneer hij zelf terugslaat. ,,Als het debat terugkaatst, is het niet leuk meer.’’

Dat liet Arib zich niet zeggen. ,,Een beetje respect voor dit huis en de regels die we met elkaar hebben afgesproken. U hoeft geen respect voor mij te hebben, maar wel voor de functie. Stop met allerlei dingen tussendoor naar mij te roepen, stop ermee.’’

Arib ontnam Öztürk daarop het woord en wilde doorgaan met de volgende spreker, CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. ,,U bent klaar, het is mooi geweest’’, beet ze hem toe. Öztürk verzette zich en wees erop dat hij nog spreektijd over had en daar recht op had. ,,Ik word gewoon monddood gemaakt’’, concludeerde hij met z’n armen uitgestoken in de lucht. ,,Ik ga een klacht indienen.’’ Arib: ,,Doe dat.’’ De Kamervoorzitter mag overigens formeel een Kamerlid het woord ontnemen. 

Presidium

Omtzigt gaat niet zomaar voorbij aan het incident. ,,Ik sta toch enigszins perplex over de wijze waarop een collega hier weggezet wordt en vraag u dat in het presidium (het bestuur van de Tweede Kamer, red.) te bespreken. Het kan niet zo zijn dat we elkaar hier in een terroristische hoek wegzetten en voor de rest geen vragen van collega’s beantwoorden. Dat is geen manier van debat voeren.’’ Öztürk wilde daar op reageren, maar dat stond Arib niet toe. ,,Deze discussie is voorbij.’’

Partijleider Tunahan Kuzu reageert op Twitter woedend op het incident. Hij verwijt Arib een wrok te koesteren jegens Denk, waardoor ze niet onafhankelijk meer zou kunnen optreden. Ook verwijt hij VVD-Kamerlid Sven Koopmans, die zich fel uitsprak over de beschuldigingen aan het adres van Karabulut, hypocrisie. ‘Je had vast een 10 voor de VVD-masterclass liegen’, bijt hij hem toe. 

Moeizame relatie

Het is niet de eerste keer dat Arib overhoop ligt met de Kamerleden van Denk. Zo ging het eind 2017 ook al flink mis tussen partijleider Tunahan Kuzu en de voorzitter. Kuzu zei dat Arib door vermoeidheid geïrriteerd was, waarop zij hem het woord ontnam. ,,Als iemand vermoeid is bent u het, ga lekker naar huis’’, zei ze. Een paar weken voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart dat jaar ging, uitte Arib kritiek geuit op de werkwijze van Kuzu en Öztürk. ,,Die tast het aanzien van de Kamer aan.” Toen zaten Kuzu en Öztürk nog als PvdA-afsplitsing in de Kamer.

Denk pleitte daarna voor een videoscheidsrechter in de Tweede Kamer, die zou moeten beoordelen of het er allemaal wel eerlijk aan toe gaat. Dat plan kreeg geen enkele steun. 

Bekijk hieronder de beelden van de eerdere clash tussen Kuzu en Arib. 

Volledig scherm
Selçuk Öztürk en Khadija Arib © Tweede Kamer