Volledig scherm
Minister Wopke Hoekstra van Financiën en Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, overhandigen het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2018 en het Rijksjaarverslag 2018 aan de voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib © ANP

Hoekstra presenteert 11,4 miljard overschot

Het derde kabinet Rutte heeft het eerste volle regeringsjaar 11,4 miljard euro overgehouden. Het begrotingsoverschot in 2018 komt met 1,5 procent daardoor fors hoger uit dan de 0,5 procent waarmee in de begroting was gerekend.

Dat staat in het financieel jaarverslag van het Rijk dat minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) vanmorgen heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Volgens Hoekstra was in 2018 sprake van een ‘stevige groei en een solide begroting’, ook al heeft het kabinet ‘niet op alle onderdelen zijn plannen kunnen verwezenlijken’. Zo zijn niet alle geplande investeringen tot besteding gekomen. Hoekstra benadrukt echter dat ‘het overgrote deel’ van dit geld beschikbaar blijft voor latere jaren.

Het flinke overschot ten opzichte van de begroting is volgens Hoekstra een ‘broodnodige buffer’ en wordt die vooral veroorzaakt door de relatief hoge economische groei. Die wordt echter minder, waarschuwt hij: ,,De piek van de conjunctuur hebben we gehad.”