Volledig scherm
Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (D66) en Premier Mark Rutte © ANP

AOW-leeftijd stijgt de komende tijd langzamer

De AOW-leeftijd stijgt de komende jaren minder snel. Bijna de hele Tweede Kamer heeft vanmiddag - zoals verwacht - ingestemd met het voorstel, dat onderdeel is van het akkoord tussen werknemers en werkgevers over de hervorming van de pensioenen.

De AOW-leeftijd wordt tot 2022 bevroren op 66 jaar en vier maanden. Daarna loopt deze wel weer op, maar een stuk trager dan eerder gepland. Om dit allemaal voor 1 januari geregeld te hebben, moet het wetsvoorstel voor 1 juli zijn afgehandeld.

De tragere stijging was een vurige wens van de vakbonden in de onderhandelingen met werkgevers en kabinet. Enkele oppositiepartijen hadden liever gezien dat de pensioenleeftijd zou teruggaan naar 66 jaar (50Plus en Denk), of zelfs weer 65 jaar wordt (SP), maar stemden toch voor. De PVV vindt de pensioenafspraken ‘flut’ en ging daarom ook niet akkoord met de tragere AOW-stijging.

  1. Oppositie blijft ontevreden over ‘getreuzel’ kabinet bij stikstofcrisis
    Stikstofdebat

    Oppositie blijft ontevreden over ‘getreuzel’ kabinet bij stikstof­cri­sis

    Te weinig en te laat. Of overbodige maatregelen voor een niet bestaand probleem. Over de redenering verschillen oppositiepartijen van mening, maar dat de stikstofmaatregelen niet deugen daar zijn ze het over eens. Dat bleek tijdens een debat over de stikstofcrisis en de stappen die het kabinet gisteren presenteerde. PVV-voorman Geert Wilders zegde het vertrouwen in de regering op, maar zijn motie van wantrouwen kreeg alleen steun van Forum voor Democratie.