Volledig scherm
foto Jan Banning ©

Portret: Familie Kolijn, Gereformeerde Gemeenten in Zeeland

Wim Kolijn is in en buiten Zeeland bekend vanwege zijn prominente rol in de politiek als SGP-voorman. Wim (64) en zijn vrouw Adrie (62) zijn lid van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, die zich rechts in het spectrum van de orthodox-gereformeerden bevindt.

Wim en Adrie Kolijn, Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GerGeminNed)

Wim (64)

Opleiding: werktuigbouwkundige.

Carrière: Dow Chemical; vanaf 1974 in de politiek, 12 jaar in gemeenteraad Terneuzen, 21 jaar in Provinciale Staten, sinds 8 jaar algemeen voorzitter SGP

Hobby’s: het lezen van kerkhistorische werken en algemene geschiedenis in relatie tot kerkgeschiedenis. Kalligraferen, modelbouw (er staat een Stirlingmotor, van messing, brons en hout: “Compleet zelf gebouwd vanuit de theorie. En die werkt! Dat zijn zomaar tussendoortjes.”)

Vrijwilligerswerk: sinds een klein half jaar in de kerkenraad.

Adrie (62)

Opleiding: Diploma costumière coupeuse (“Altijd alles zelf genaaid, ook voor de kinderen.”)

Carrière: Op de linnenkamer in het ziekenhuis gewerkt, daarna hulp in de huishouding, tot de kinderen kwamen.

Hobby’s: “Daar had ik niet veel tijd voor! De kinderen kwamen vlug op elkaar. Dat was een dagtaak.”

Vrijwilligerswerk: Mede-oprichtster van vrouwenvereniging Tryfena, in 1977.

Vier kinderen (Frank van 39, Marian van 38, Wilma van 37 en Andrea van 33), zestien kleinkinderen.

Bijbel en prediking

Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is. 1 Petrus 1:25

En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken. Markus 13:10

Een ander verzamelt postzegels voor zijn plezier, maar Wim Kolijn heeft als hobby: het lezen van kerkhistorische werken en algemene geschiedenis in relatie tot kerkgeschiedenis. Geen wonder dat er in zijn huis drie boekenkasten staan, boordevol geloofsgerelateerde boeken. Het pronkstuk is een imposante Statenbijbel van 1751, die groot op het orgel staat, met lederen kaft en koperen sloten. Net als in andere huizen van gereformeerde gezindte is hier een indrukwekkend aantal Bijbels in huis. Dat komt doordat gelovigen er niet snel een weg zullen gooien. Er is geen enkel voorschrift dat het verbiedt, maar het druist in tegen het gevoel, zo’n heilig Boek in de prullenbak te werpen, verklaart de SGP-voorman.

Drie keer daags, bij de maaltijden, lezen Wim en zijn vrouw Adrie uit de bijbel. En op de zondag gaan ze naar de kerk: zij twee keer, hij drie keer. Wim: “Het is omdat ik in de kerkenraad zit, anders zou ik twee keer gaan. Drie keer is veel om alles te verwerken wat je te horen krijgt en trouwens ook lichamelijk veel. Die drie keer is typisch Zeeuws en van oudsher vooral bedoeld om allen in het gezin in de gelegenheid te stellen te gaan.”

De zondag staat geheel in het teken van de godsdienst. “Werk dat niet noodzakelijk is, laten we liggen. Mijn vrouw zal de was niet doen. Maar mijn dochter werkt wel in het ziekenhuis, want dat is nodig.” De zondagsrust strekt zich uit tot in de keuken: op de dag des Heren komen geen ingewikkelde gerechten op tafel, maar een pan soep, die de dag ervoor al bereid is.

Die rust heeft een doel. Het is niet de bedoeling de hele dag met de armen over elkaar te zitten. De zondag dient te worden geheiligd, door samen te komen in de eredienst en te luisteren naar Gods Woord: het geestelijke voedsel. Daarna, in de rust van de dag, wordt dit geestelijk voedsel verteerd. De rust is dus een middel en niet het doel, benadrukt Kolijn.

Als er door de week een kerkdienst is, dien je te gaan. In veel Zeeuwse gemeenten worden die door de week heel onregelmatig gehouden, bij gebrek aan predikanten. “Wij zijn zoals dat heet een vacante gemeente. Dan ligt het er maar aan wanneer er een dominee komt om een doopdienst te houden. Zondags wordt dat aan de preekstoel afgelezen en het staat in het eigen kerkblad, dus je weet het wel op tijd.”

Met vier kinderen – die inmiddels op hun beurt zestien kleinkinderen hebben voortgebracht – had Adrie de handen vol aan het gezin. Daarnaast vond ze nog tijd om, samen met anderen, vrouwenvereniging Tryfena op te richten. Jarenlang vervulde zij bestuursfuncties, waarvan 23 jaar als presidente. Tryfena organiseert verkopingen ten bate van de zending. Ook is er soms een speciale themabijeenkomst om een goed doel onder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld de Stichting Ontmoeting voor Daklozen. “Tryfena is niet zo maar een beetje een handwerkclub”, benadrukt Wim. Zijn vrouw Adrie glimlacht en zwijgt. Laat Wim maar spreken, dat doet hij graag en goed.

Onderwijs en geestelijke toerusting

Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken. Spreuken 22:6

Toen Wim Kolijn nog een kleine jongen was, zat hij op een basisschool waar Sinterklaas gevierd werd. “Daar werd bij ons huis geen punt van gemaakt, al vieren wij gereformeerden geen feesten rond heiligen. Al die kinderen geloofden in Sinterklaas. Ik zei natuurlijk niks, maar ik wist dat het onzin was.” Hij lacht. Een lichtvoetige anekdote uit een tijd dat er nog geen scholen op reformatorische grondslag waren in Terneuzen. Zijn stem wordt serieuzer. “Het is wel zo: dit soort dingen hebben bijgedragen aan de oprichting van de eigen scholen, in het verlengde van de gezinssituatie. Je moet je weg vinden in de wereld, maar dat kan niet zonder goed toegerust te zijn en daarvoor moet allereerst het gezin, daarna het onderwijs zorgen. Worden daar niet dezelfde normen en waarden uitgedragen als thuis, dan komt op een gegeven moment het conflict. Het gaat niet alleen over inhoudelijke zaken als de schepping, maar over de hele atmosfeer. Alleen al de gesprekken tussen de kinderen onderling: over tv-programma’s, over een andere levensstijl – over uitgaan, als ze wat ouder worden. Wij hebben vrienden waarvan de kinderen noodgedwongen naar een gewone school gaan. Als ze maandag op school komen, is de hele klas is naar de disco geweest. Die kinderen staan daar buiten en dat maakt ze tot eenlingen.”

Er is nog een reden dat ook het onderwijs geheel in overeenkomst moet zijn met de reformatorische levenshouding, legt Wim Kolijn uit. “Het heeft alles te maken met hoe je in het leven staat. Wij zien het leven als voorbereiding op de eeuwigheid. Alles dient daarop gericht te zijn, want je weet nooit hoe oud je wordt; het kan ineens zo ver zijn. Dat is een duidelijk bijbels gegeven.” Hij citeert een bijbeltekst:

Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn. Efeze 5:15/16

“Dat uitkopen verwijst naar kooplieden en handelaars, die optimale winst wisten te boeken door te handelen op het juiste tijdstip. Voor ons betekent het dat we de tijd die ons gegeven is zo goed en nuttig mogelijk moeten besteden. En als we in een boze – een slechte of gevaarlijke tijd – leven, is er dubbel zo veel reden om de tijd goed in te vullen, want de toekomst is onzeker.”

De aandacht voor het juiste gedrag in het dagelijks leven – en dus niet alleen de kerkgang, het bidden bij de maaltijden en het voorlezen uit de bijbel - is iets van de Nadere Reformatie. “De Reformatie was vooral gericht tegen de uitwassen en een aantal dogma’s van de katholieke kerk. De leerstellingen zijn toen gezuiverd. Alleen de Schrift, de Bijbel, mocht nog uitgangspunt zijn. Toen werd geconstateerd: de leerstellingen mogen dan wel zuiver zijn, maar hoe staat het met het dagelijks leven? De Nadere Reformatie was gericht op de zuivering van de praktijk van het dagelijks leven. In de hal van het Van Lodensteincollege in Amersfoort staat het devies van Jodokus van Lodenstein: Het komt den Hemel toe, al wat ik zeg en wat ik doe. Al onze bezigheden moeten geheiligd zijn, in dat goddelijk perspectief staan.”

Eens per jaar komen de ouderlingen op huisbezoek. “Dat is bedoeld om de vinger aan de pols te houden. Je zit het hele jaar in de kerk; wat voor vruchten heeft dat voortgebracht, willen ze weten? Ben je nog dezelfde als vorig jaar? Ook het gedrag wordt onder de loep genomen. Er kan bijvoorbeeld gewezen worden op het bijbelse gegeven dat omwille van het onderscheid tussen man en vrouw, de één kort en de ander lang haar heeft. Waarbij je dan kunt twisten de vraag wat té kort is. ”

Hij denkt dat het met de veronderstelde grote sociale controle wel meevalt. “Ik heb zelf de indruk dat mensen elkaar wel iets te makkelijk loslaten. De privacy wordt behoorlijk gerespecteerd. Iemand die misschien iets te veel drinkt, daar zal niet heel snel iemand tegen zeggen, broeder, waar zijt gij mee bezig? Er is op dat punt een behoorlijke terughoudendheid. De zorg voor elkaar, en dan bedoel ik ook echt zorg, is net als in de rest van de maatschappij iets afgenomen. Dat zou wel eens weerklank van de individualisering kunnen zijn, zegt mijn gevoel.”

Het gezin als belangrijkste thuishaven

En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren. Efeze 6:4

En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. Deuteronomium 6:7

Wim Kolijn en zijn vrouw kenden elkaar al jaren vóór ze verkering kregen. “Wij waren bijna buren, maar we hadden nauwelijks aandacht voor elkaars bestaan. In 1962 kregen we verkering, net aan het begin van die strenge winter van 1963. In het jaar dat zij 17 werd. Het vroor ontzaggelijk. In 1964 zijn we verloofd, net voor ik in dienst ging. In 1967 zijn we getrouwd.” Al snel kwamen de kinderen. Adrie werkte, tot het eerste kind kwam, nog een tijdje als hulp in de huishouding.

“Wij kwamen van Driewegen, een dorpje net buiten Terneuzen. Dat was een protestantse dorpsgemeenschap waarvan een behoorlijk deel kerkelijk was en een ander deel niet. Maar in het dagelijks leven zag je het verschil destijds, in de eerste helft van de vorige eeuw, nauwelijks. Ik zeg dat dikwijls: men doet of wij in een bepaald extremisme vervallen zijn. Maar toen ik klein was, zag je alleen het verschil op zondag. Sommige mensen gingen op zondag naar de kerk, andere bleven thuis, maar zelfs die thuis bleven, hielden een bepaalde zondagsrust. Ze zouden nooit de ramen lappen of de was doen op zondag. Wat ook overeen kwam: het gezinsleven, het samen zingen en spelletjes doen, het op elkaar gericht zijn, dat iedereen elkaar kende, het verenigingsleven. Nu kun je naar ons, waar dat nog altijd zo is, kijken als: die mensen zijn blijven hangen, maar je kunt ook zeggen: zij hebben de waarde van bepaalde zaken ingezien en die behouden.”

Adrie en Wim kregen vier kinderen. Er zijn nooit problemen geweest. “Ze zijn volwassen geworden zonder groeistuipen, zonder strubbelingen. Ze zijn ons nagevolgd zonder dwang. Dat is iets om dankbaar voor te zijn.”

In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen. Hoe verhoudt de zorg voor het gezin zich tot de plicht om te arbeiden? Wim Kolijn: “Mijn vader zei altijd: dat je niet veel verstand hebt, daar kun je niks aan doen, maar zorg ervoor dat ze nooit van je kunnen zeggen dat je lui bent! Er is wel gezegd dat in het calvinisme de basis ligt voor het kapitalisme.” Niemand kan zeggen dat Kolijn niet hard gewerkt heeft, met naast zijn werk nog al die politieke en maatschappelijke nevenactiviteiten. “Hoe ging dat - dan kwam ik om 5 uur thuis en dan stond het eten klaar. Hap slik weg, paar telefoontjes tussendoor, en dan haasten om de boot van vijf voor zeven te halen, voor vergaderingen aan de overkant. En dan de laatste boot weer terug, om 12 uur thuis. Meer dan twintig jaar heeft dat het leven beheerst. Het werk voor de Terneuzense gemeenteraad ging wel, daarvoor hoefde je in elk geval niet met de boot.”

Het trok een zware wissel op het gezinsleven. Adrie, die het veelbetekenend zwijgend aangehoord heeft: “Ik heb er nooit iets van gezegd, want dat maakt het alleen maar moeilijker. Je moet samen achter zoiets staan.” Hij kijkt omlaag, lacht een beetje: “Ik kan het eigenlijk niet goed praten.”

Adrie: “De verjaardagen van de kinderen schrijf ik in zijn agenda. Hoe dikwijls er niet iets tussen komt…er was zelfs een keer dat hij op zijn eigen verjaardag in Holland op hotel zat.”

Hij: “Verjaardagen zijn belangrijk. Een van de weinige gelegenheden waarop je elkaar allemaal weer ontmoet, want wij organiseren niet zo maar feestjes. Ze lopen wel allemaal binnen op tweede paasdag, tweede pinksterdag, tweede kerstdag. Dan blijft er altijd wel een ploeg eten en is het huis wel een beetje te klein.”

Muziek en cultuur

Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve. Filippensen 4:8

Sinds de kinderen uit huis zijn, wordt er niet meer gezongen. Wim Kolijn: “Psalmen zingen doe je met het gezin. Nu we nog maar met zijn tweeën zijn, niet meer.”

Bij hem thuis werd niet-ritmisch gezongen. “In kerken waar ritmisch gezongen wordt, is de opvatting over de bijbel in het algemeen moderner. Er is altijd nog een strijd hoe er oorspronkelijk in de kerk gezongen werd. Er zijn historische aanwijzingen dat er oorspronkelijk ritmisch gezongen werd, maar wel heel anders dan nu, in een heel ander tempo. Toen rond 1850 werd gepoogd terug te grijpen op het oorspronkelijke, was dat in een totaalpakket van ander liturgische vernieuwingen. Dat wekte argwaan bij de behoudende groepen. Ook werd het ritmisch zingen als zeer oneerbiedig ervaren, die versnellingen tussenin kwamen als afraffelen af. Een puur subjectief gevoel.”

Het orgel ontbreekt niet in huize Kolijn. “Je ziet het aantal orgels in de gezinnen wel verminderen en er andere instrumenten voor in de plaats komen. Onze ene dochter heeft een orgel, een dwarsfluit en een klarinet, bij de jongste is er geen orgel maar een harp. De middelste heeft helemaal niets op dat gebied. En de oudste heeft een knots van een orgel, maar ook een piano. Vroeger had iedereen een harmonium; bij uitstek geschikt om de niet-ritmische psalmen te spelen. Je ziet dat met de komst van elektronische orgels de mogelijkheden verruimd zijn en ook andere muziek meer en meer gewaardeerd wordt. Daar groei je mee op. Onze zoon Frank is organist en begeleidt een mannenkoor. Ik ben zelf niet muzikaal, maar hij heeft het wel in zich. Frank is op les gegaan. Je zag duidelijk zijn belangstelling groeien voor onbekendere terreinen, voor de klassieken.”

Het is ook een kwestie van gewenning, zegt Kolijn. “Onze vaders zouden geen twee minuten kunnen luisteren naar de klassieke muziek die mijn zoon hier op het orgel speelt. Die waren dat niet gewend. Zelf vind ik moderne muziek ijselijk gekrijs. Ik denk wel eens dat wij als moderne mensen moeite hebben met stilte. De waardering van stilte is iets wat ik een voordeel vind van onze levensstijl. Anderen kunnen het ontzaggelijk saai vinden, maar ik hou ervan, zelfs los van de godsdienstige wortels. Een mens komt tot zichzelf, je denkt over zaken na, je leest een keer. Een toenemend aantal mensen kán niet meer lezen, men informeert zich snel, visueel en vluchtig. Dan bezinkt de boodschap voor mijn gevoel ook niet zo. Als je stilte hebt, schiet de gedachte wortel.”

Participatie in de maatschappij

Zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete. 2 Thessalonicensen 3:10

Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs. Spreuken 6:6

En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen. Hebreen 13:16

Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel. Deuteronomium 22:5

Op zijn werk bij Dow hebben ze wel eens gevraagd of hij geen belangrijke informatie mist, zo zonder televisie of radio. “Ik zei: vraag maar! Wij hebben de PZC, het Reformatorisch Dagblad, de gezinsgids Ter Dege, De Wachter, een paar kerkbladen, De Banier - het partijblad van de SGP -, het Onderwijsblad, Criterium, Zicht – het studieblad van het wetenschappelijk bureau van de SGP - en dan vergeet ik vast nog wel iets. Op de zaterdagen koop ik dan eens die, dan eens deze krant. Vrij dikwijls De Volkskrant. En ik lees alles, van a tot z. Dat lukt omdat ik niet afgeleid word door radio en tv. Er zweeft hier in huis wel een radio rond, maar die heeft geen functie. Die is hier ooit binnengekomen omdat er een cd op afgespeeld kan worden.”

Herkenbaar aan praat, gewaad en gelaat, word wel gezegd over de gereformeerden. Dat is in het dagelijks leven zeker niet meer altijd zo, zeker niet bij de jongeren. Ze zijn óók trendgevoelig en dragen steeds vaker óók make up, zij het bescheiden. Ze hebben mobieltjes en mp3-spelers, al staat er geen populaire muziek op.

Maar bij de kerkgang zie je toch duidelijk dat het hier om een aparte gemeenschap gaat. Kolijn zou willen dat er wat vaker voorbij die uiterlijke verschillen gekeken werd. “Het klopt natuurlijk dat de kledij vaak stemmig is. Alle vrouwen dragen in de kerk een hoed, en zonder uitzondering een rok of jurk. In beide gevallen omdat de Bijbel dat aangeeft. Uiterlijk is een heikel punt, waar overigens zeker bij jongeren toch wel een bepaalde ontwikkeling in zit. Het uitgangspunt is: we dienen te blijven zoals we geschapen zijn. Cosmetische chirurgie zuiver ter verfraaiing wordt om die reden ook afgewezen. Het getuigt niet van respect als je verandert wat God heeft geschapen. Daarnaast: waarom schildert iemand zich zo op? Is dat om lust te bevorderen? In die sfeer wordt het gezien.”

Hij benadrukt nog maar eens dat het niet gaat om uiterlijkheden en plichtmatigheden, maar om de inhoud. “Dat is waar het in de Reformatie en Nadere Reformatie om draait. We zoeken steeds naar het waarom en het antwoord vinden we in de Bijbel. Wij streven niet naar wereldvreemdheid en ook niet naar een zuiver ascetisch leven. Matigheid en soberheid staan hoog in het vaandel, dat wel. Een borreltje is geen punt. Paulus schreef: Drink niet alleen water, maar ook een weinig wijn vanwege uw maag en uw menigvuldige zwakheden. Die stelt dus wel direct het nut aan de orde. En wat kleding betreft, Calvijn heeft zoiets gezegd als: denkt niet te veel na over je kleding, want als je je steeds afvraagt of het wel sober genoeg is, dan zul je uiteindelijk zelfs een jute zak nog te luxe vinden. We zijn voluit bewoners van deze wereld. Wel in de wereld, niet van de wereld.”

Verleiding en conflict

En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij. Romeinen 12:2

Een televisie ontbreekt. Een zeer bewuste keuze. “Het is niet gericht tegen bewegende beelden op zich. Het gaan om inhoudelijke bezwaren. Dat geldt ook voor dvd en video. Ik heb ooit eens een dvd over Rembrand gezien. Dat kan dus, maar het moet zeer gericht en puur informatief zijn. Educatief, daar heb ik niks op tegen, maar waar op gelet moet worden is dat je in een soort glijdende schaal kunt komen. Daar dient de reformatorische gezindte waakzaam voor te zijn. Onze levenstijd is zo kostbaar dat je die nuttig dient te besteden. Televisie en film grenst snel aan nutteloos vermaak. Ontspanning mag er best zijn, maar ieder moet voor zichzelf besluiten wat nutteloos vermaak is en wat ontspanning. Zo vind ik persoonlijk puzzelen zonde van mijn tijd.”

De computer is daarentegen uiterst nuttig gebleken, ondanks de risico’s die er in computergebruik schuilen. “Er zijn best kerkelijke waarschuwingen, synodebesluiten, waarin gewaarschuwd wordt tegen de gevaren van internet. In het volle besef dat je tegenwoordig niet meer zonder kunt. Er wordt gewezen op Kliksafe. Het overgrote deel van de contacten die ik heb zit op zo’n gefilterd internet. Ik zit in het hoofdbestuur van de SGP. Daar zitten vijftien mensen in en er is er maar één bij die geen computer heeft. Ik had er al zeer snel een, omdat de provincie er hier een neergezet heeft vanuit het stateninformatiesysteem. Maar ook daarvoor was ik al vertrouwd met computers, vanwege mijn werk bij Dow. Daar was ik een van de eersten die ermee leerde werken. Ik kende de zegeningen, om het zo te zeggen. Die e-mailfunctie is het mooiste eraan. Ik zoek zeer weinig op internet.”

Kolijn merkt in de kerkelijke gemeenschap dezelfde individualisering die ook in de rest van de maatschappij te zien is. “Ik hoorde een predikant vertellen dat jongeren als hij op huisbezoek kwam wel tegen hem zeiden: Ja, dominee, u denkt er zo over, maar ik denk er een slagje anders over. En dan toch zichzelf het recht voorbehouden bij die kerkgemeenschap aangesloten te blijven. Dat is shoppen bij de kerk. Dit wel, dat niet. Met alle respect! Dat is het begin van de ontwrichting van de gemeenschap. De vrijheid die je een ander gunt, neem je zelf ook. Je doet een stap terug om de ander die vrijheid te geven en voor je het weet ben je een heel eind van elkaar afgestapt.”

Hij denkt dat het wel uitmaakt hoe groot een kerkgemeenschap is. “Hoe groter, hoe anoniemer. Het kerkelijke leven wordt daar ook door bepaald. Als ik hoor dat het in andere, kleinere gemeenten blijkbaar nog heel lang een punt was als iemand moest trouwen omdat er een kind op komst was, denk ik: hier in de gemeente was dat toch niet zo. Het gebeurde vroeger vrij regelmatig dat er een moetje was. Ik ken geen enkel voorbeeld dat dat geleid heeft tot verwijdering of uitsluiting. Dat was gebeurd en dat was het. Over het algemeen ontbrak het geld om iets op te kunnen zetten, dan werd er met man en macht vanuit het ouderlijk gezin gezorgd dat de jonggehuwden een start konden maken. Want er werd wel gelijk getrouwd. Wat er natuurlijk wel altijd aan vastzat, is een schuldbekentenis, voor de hele kerkgemeenschap. Seks buiten het huwelijk is wél een overtreding van het zevende gebod en aangezien de Tien Geboden het richtsnoer zijn in ons leven, kwam je er niet zo maar vanaf. Uit piëteit met de zondaars wordt zoiets met grote terughoudendheid opgelost. Meestal, de gebruikelijke manier, is dat het even voor de trouwdienst gebeurt, in aanwezigheid van de hele gemeenschap, maar wel zo tussen neus en lippen door. Dan zegt zo’n predikant iets over gevallen zijn voor het zevende gebod, en zoiets als: ‘Jullie zijn in je liefde wel ver gegaan’. Daar klinkt toch wel liefde en begrip uit, naar mijn mening. Maar het gebod is zo heilig, dat het niet zo kan passeren. Dat is eigenlijk het punt.”

Die ‘gedwongen huwelijken’ komen volgens Kolijn trouwens bijna niet meer voor. “Hoe dat dan komt, daar kun je over filosoferen; ik ben er niet bij dus ik weet het ook niet.”

Het komt voor dat kerkleden aangesproken worden op uitwassen, zoals met Oud en Nieuw in Arnemuiden. “Dat gaat dan in de verwijtende sfeer, zo van: kijk, dat komt nu van jullie opvoeding. In het Reformatorisch Dagblad is er ook aandacht aan besteed. Ik las dat ouders reageren van: ‘Nou ja, toen ik zo oud was deed ik dat ook en kijk eens wat een deugdelijk mens ik nu geworden ben.’ Dat vind ik niet de juiste houding en ik denk ook dat het niet altijd zo hoeft te zijn. Hier in onze eigen kerkelijke gemeente is dergelijk gedrag eerder het begin van zich volledig distantiëren van de kerk dan een tijdelijke fase.”

Politiek en theocratie

Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd. Romeinen 13:1

Want zij (de overheid) is Gods dienares, u ten goede. Romeinen 13:4

Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen. Prediker 12:13

Hij heeft altijd SGP gestemd. Op zijn achttiende werd Wim Kolijn lid; vanaf 1974 was hij actief in de politiek. Twaalf jaar in de gemeenteraad van Terneuzen, 21 jaar in Provinciale Staten. Sinds acht jaar is Kolijn algemeen voorzitter van de SGP.

“Die politieke betrokkenheid kreeg ik niet vanuit de opvoeding mee. Mijn vader was wel geïnteresseerd en een trouw stemmer, maar hij hield zich afzijdig. Hij bezocht nooit een vergadering. Ik wel, al vrij jong. Ik was misschien nog maar een jaar of zestien, toen ik de uitgangspunten van de SGP al uitgebreid bestudeerd had. Al vrij snel werd ik actief in de studievereniging, op mijn dertigste werd ik gekozen in de gemeenteraad. Daarnaast werd ik op mijn vijfentwintigste secretaris van de schoolvereniging; ik ben 22 jaar secretaris geweest. Het gereformeerd onderwijs bestond al, maar er was nog geen kleuterschool. Die heb ik helpen oprichten.”

Het leven van de gereformeerde gezindte speelt zich voor een belangrijk deel af binnen de kerkgemeente en eigen organisaties. Wim Kolijn: “Die zuil is geen principiële keus maar een noodsprong. We zouden liever zien dat de hele samenleving ingericht was met de Bijbel als uitgangspunt.”

Op basis daarvan wijst de SGP ook de deelname van vrouwen in de politiek af. “Persoonlijk sta ik helemaal achter dat partijstandpunt. Op bijbelse gronden, de scheppingsorde.”

Hij vindt onze parlementaire democratie een zegen. “Stel dat ik het voor het zeggen zou hebben, dan zou die dus zeker blijven. Maar we zouden onze grondwet en wet- en regelgeving toetsen aan de wet van de Tien Geboden. Wij belijden en geloven dat God niet alleen de schepper maar ook de regeerder is van de wereld. En dat gebeurt via mensen. Er is een soort ingeschapen besef dat we niet zonder overheid kunnen. Waarom we in onze gevorderde maatschappij de zaak niet zo kunnen organiseren dat die niet meer nodig is…ik denk doordat er anders chaos zou ontstaan en God die niet wil laten ontstaan. Daarom heeft hij ons ingeprent dat er leiding nodig is.”

Die leiding komt van de overheid, die op haar beurt God dient, in de visie van de SGP. “De vraag is: welke ruimte geef je andersdenkenden, die dat uitgangspunt fundamenteel bestrijden? Er moet tolerantie zijn, en het geweten is vrij, dat is een belangrijk punt in de reformatie. De dienst van God is vrij. Daar komt geen dwang aan te pas. God kent alleen vrijwilligers in zijn dienst. De SGP streeft er dus naar zijn idealen te propageren, maar de vervulling mag alleen op democratische wijze tot stand komen.”

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement