Volledig scherm
PZC-journalist Bas Bareman bij het Lodewijk College. © Camile Schelstraete

Waarom de PZC over een ruzie tussen twee tieners schrijft

Een vechtpartij tussen twee leerlingen van een middelbare school is van alle tijden. Om die reden haalt een opstootje ook niet gauw de krant. Maar de spanningen tussen twee scholieren van het Lodewijk College in Terneuzen liepen vorige week zó hoog op, dat het de hele stad in zijn greep hield. En zo werd een tienerruzie opeens Zeeuws nieuws.

,,150 leerlingen gingen de straat op, verdeeld in twee kampen, met de bedoeling om met elkaar op de vuist gegaan. Buurtbewoners voelden zich geïntimideerd; door de agressie op straat, schreeuwende pubers en het knallen van vuurwerk. Er waren agenten en boa’s ter plaatse om de groepen uit elkaar te drijven. Het schoolbestuur, de gemeente en de politie stonden op scherp”, vertelt PZC-journalist Bas Bareman.

Reden genoeg voor de krant om op onderzoek uit te gaan en te achterhalen wat er precies aan de hand was. Bareman vertelt hoe hij daarbij te werk ging. Welke afwegingen de redactie maakte bij de berichtgeving. En waarom het zo belangrijk is dat een objectief nieuwsmedium de feiten boven water haalt en op die manier duiding geeft aan een incident.

Journalisten in de regio

Het nieuws over de onrust in Terneuzen bereikte als eerste de regioredactie in Zeeuws-Vlaanderen. ,,De journalisten daar hadden opgepikt dat er een opstootje was in de buurt van het speeltuintje in de Sloelaan. Dat de politie ter plaatse was gekomen. En dat er mogelijk nog een vechtpartij zou volgen. Omdat er leerlingen van het Lodewijk College bij betrokken waren, was vanuit de school al een brief gestuurd naar de ouders”, vertelt Bareman.

De PZC-redactie kreeg deze brief in handen en er volgde een persbericht van de politie. ,,Onze stelregel is dat zo’n officieel bericht niet het eindpunt is van onze verslaggeving. Het is vaak juist een startpunt voor een groter verhaal. Berichten van de politie - en in dit geval ook van een onderwijsinstelling - zijn meestal redelijk formeel en cryptisch. Ze roepen soms meer vragen op dan dat ze duidelijkheid geven. In zo’n geval is het interessanter om mensen te spreken die erbij betrokken waren.”

Op onderzoek uit

Dat is dan ook precies wat Bareman probeerde te doen. In eerste instantie gewoon van achter zijn bureau. ,,Ik schakelde mijn netwerk in en kwam via via terecht bij ouders en kinderen van de school. Ik benaderde hen via een berichtje op Facebook. ‘Kun jij me helpen?’, ‘Weet jij iets meer?’. Van de meesten kreeg ik geen antwoord. Maar toen ik lang genoeg volhield, waren er toch een aantal mensen die me te woord wilden staan. Voornamelijk ouders, die zich zorgen maakten over het welzijn van hun kind.”

Zo kwam de PZC-journalist ook een oproep op het spoor voor een nieuwe vechtpartij. ,,Die was verspreid via een besloten Snapchatgroep, waar je als buitenstander heel moeilijk in komt. ‘Fight deze moet je niet missen. Woensdag 9 oktober, 16.00 uur op het veldje achter de appie’, stond erin. En dat was nieuws. Want zelfs de politie wist nog niet waar en wanneer de volgende vechtpartij zou plaatsvinden.”

Eén bron is geen bron

De verwachting was dat er weer meer dan honderd scholieren op af zouden komen. Om een goed beeld te kunnen schetsen van wat er precies gebeurde, ging Bareman er met fotograaf Camile Schelstraete naartoe. ,,Extra vroeg, zodat we al wat mensen konden spreken vóór de chaos. We liepen op een groepje leerlingen af en kregen van hen al meteen een heleboel informatie. Zo vertelden zij dat er eerder die week al een vechtpartij was en lieten ze filmpjes zien.”

Een ander nieuw en belangrijk detail dat zij Bareman vertelden, was dat de aanleiding voor de ruzie tussen de twee tienermeiden geen jongen was – zoals de politie eerder beweerde -, maar dat discriminatie op basis van godsdienst een belangrijke rol speelde. ,,We zijn natuurlijk niet over één nacht ijs gegaan voor we hierover publiceerden”, geeft Bareman aan.

,,Een puber van dertien jaar oud vertelt vaak nogal incoherent. Die springt van de hak op de tak. Dus was het belangrijk dat we niet één, twee, of drie jongeren interviewden. Ik sprak maar liefst twintig scholieren voor ik echt een rode draad zag en met enige zekerheid kon opschrijven wat er precies aan de hand was”, stelt hij.

Ethische afwegingen

Of Bareman ook in zijn berichtgeving nog rekening houdt met de leeftijd van de betrokken meisjes? ,,Ja, zeker. We proberen daar altijd voorzichtig mee om te gaan. We noemen sowieso geen namen van minderjarige daders en slachtoffers. Maar we willen wel íets van context geven, door de leeftijd, het geslacht en woonplaats te noemen. Daarbij houden we dezelfde richtlijn aan als de politie doet in publicaties.”

Ook bij het vermelden van de godsdienst van één van de meisjes is een ethische afweging gemaakt. ,,Normaal gesproken benoemen we dit niet, omdat je als krant niet aan negatieve beeldvorming wil bijdragen. Maar in dit geval was het júist van belang, omdat er sprake was van discriminatie. Er werden dingen geschreeuwd over de islam en de koran. Haar hoofddoek werd bij de ruzie van haar hoofd afgerukt. Dat gaf veel meer lading aan het verhaal.”

Het volledige verhaal

Met alleen de informatie van de leerlingen en de feiten die de politie en de gemeente kon vrijgeven, was het verhaal nog niet compleet. Bareman klopte ook aan bij buurtbewoners. ,,Door met hen in gesprek te gaan, kregen we nogmaals de bevestiging dat dit niet zomaar een tienerruzie was, maar dat het een grote impact had op een breder deel van de samenleving. De hele buurt was bang. Het is natuurlijk hartstikke intimiderend als er honderd jongeren op je stoep staan die met elkaar op de vuist willen.”

Bovendien gaven zij aan dat er vaker overlast is in de wijk. ,,De buurt heeft al veel langer last van hangjongeren op openbare plekken. In een maand tijd waren al iets van zes, zeven vechtpartijen geweest. Er speelt dus veel meer. En dat zijn dingen die je pas hoort als je de straat op gaat. Dingen die de politie niet zomaar vertelt als je vraagt naar één specifieke zaak. En daarom zijn wij er als regionale krant. Om altijd net dat stapje meer te zetten. Om het objectieve en complete verhaal te vertellen.”

  1. ‘We kregen op de redactie veel mails van mensen die Frits Spits sterkte wensten’

    ‘We kregen op de redactie veel mails van mensen die Frits Spits sterkte wensten’

    Het interview met radiomaker Frits Spits (71) in PZC Magazine van vorige week zaterdag raakte ontzettend veel lezers. Spits – echte naam: Frits Ritmeester – vertelde daarin openhartig over het verdriet na de dood van zijn vrouw Greetje, zijn grote liefde met wie hij 45 jaar was getrouwd. Het interview werd gemaakt door Anniek van den Brand (52), chef PZC Magazine. Zij vertelt waarom ze de radiomaker juist nu wilde interviewen, hoe het contact met hem tot stand kwam en wat het gesprek met haar deed.