Volledig scherm
Guido van der Heijden © Boaz Timmermans

Columnist Guido van der Heijden: ‘Een beetje vals mag soms wel, want eigenlijk ben ik heel lief’

Guido van der Heijden (48) groeide op in Tilburg, waar hij studeerde aan de Academie voor Journalistiek. Hij verhuisde naar Vlissingen voor zijn baan bij de PZC. Sinds vier jaar is hij verslaggever in Terneuzen.

Altijd journalist willen worden?
,,Ja, al heel jong. Ik heb een zomer lang mijn Duits bijgespijkerd, omdat voor de opleiding twee buitenlandse talen verplicht waren. Ik ben begonnen op de internetredactie van de PZC. Daar zat ik vijftien jaar en daarna deed ik eindredactie, camjo… Eigenlijk zowat alles, behalve bezorgen.”

Hoe ben je begonnen met columns?
,,Er werd een oproep voor een nieuwe columnist naar buiten gebracht en uit een grote groep kandidaten werd ik uiteindelijk gekozen. Ik heb het vijf jaar gedaan en ben daarna vijf jaar gestopt, omdat ik vond dat de koek op was.” 

Hoezo was de koek op?
,,Ik had een pauze nodig, ook om weer geïnspireerd te raken. Begin dit jaar hebben ze me opnieuw gevraagd en toen had ik er weer zin in.”

Hoe zou je je columns omschrijven?
,,Geen idee. Ik doe alles. Zo lang het maar geen herkenbaar trucje wordt. Als mensen doorkrijgen wat ik doe, had ik al gestopt moeten zijn. Het kan gaan over mijn woning, mijn zoon, maar ook over de Amerikaanse politiek. Een beetje vals mag soms wel, want eigenlijk ben ik heel lief.”

Krijg je daarom veel kritiek?
,,Niet iedereen begrijpt dat je als verslaggever objectief kunt zijn en als columnist kunt uithalen. Net als iedereen vind ik het prettiger als mensen me aardig vinden, dan vraag je je na het zoveelste telefoontje van een boze lezer wel af: waarom roep ik dit over mezelf af? Blijkbaar begrijpen mensen niet dat spot, satire en cynisme ook een vorm van humor zijn.”

Op welke column ben je trots?
,,Ik heb er ooit eentje geschreven die uit mijn pen leek te rollen. Een goede column rolt en buitelt alsof je hem in een kwartier geschreven hebt. De cadans is belangrijk. Annie M.G. Schmidt kon dat goed. Als het goed voorleest dan is het goed geschreven.”

Wat doe je als je geen onderwerp hebt?
,,Eigenlijk komt dat niet voor. Mijn ADD zie ik maar als een zegen; meer invallen dan tijd van leven. Ik heb wel columns op de plank liggen die zo goed als af zijn, dat zorgt dat de druk ervan af is.”

Wat lees je zelf graag?
,,Ik ben qua stijl wel schatplichtig aan Jules Deelder. Ook van de absurdistische humor van John Irving heb ik wat opgepikt. Lezen doe ik voor mijn werk wel veel, maar van boeken komt het maar niet. Ik schrijf meer. Die mensen moeten er ook zijn.”

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement