Volledig scherm
Toeristen en recreanten op het strand van Zoutelande.

Toerisme: niet meer mensen, maar meer kwaliteit

OPINIEIn het Topshuis op Neeltje Jans vindt morgen de tweede Nationale Toerisme Top plaats. Tal van mensen en organisaties buigen zich daar over de vraag hoe we met het toerisme om moeten gaan. De aandacht voor deze sector is terecht én noodzakelijk.

Dit is een opinie-artikel door Maurits von Martels en Joba van den Berg, Tweede Kamerleden van het CDA.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het toerisme in Nederland al jaren flink in de lift zit. In vijf jaar tijd groeide het aantal verblijfsgasten met 10 miljoen, tot 44 miljoen in 2018. Zeeland blijft onder toeristen onverminderd populair: het aantal overnachtingen in toeristische accommodaties steeg in 2018 met 4,5 procent, tot 10,5 miljoen. Meer dan de helft betrof buitenlandse gasten, voornamelijk Duitsers en Belgen. Het Kenniscentrum Kusttoerisme en de VVV Zeeland spraken van een recordjaar voor toerisme in Zeeland.

Die toenemende belangstelling brengt Zeeland en de rest van Nederland veel goeds. Zo geven toeristen steeds meer geld uit en blijft de werkgelegenheid in de toerismesector stijgen. Goed nieuws, maar de medaille heeft ook een andere kant. Domburgers, Veerenaren en onder andere inwoners van Sluis en Burgh-Haamstede kennen die andere kant. De grote toestroom van toeristen maakt dat deze plaatsen kampen met overlast, vanwege de gigantische drukte en/of illegale verhuur van huizen. De leefbaarheid staat onder druk.

Dat vraagt om een andere kijk op toerisme: minder massa en meer kwaliteit, maar ook minder concentratie en meer spreiding. Meer grip en sturing op bezoekers is nuttig, zo niet een noodzaak.

Maar wie is nu de kwaliteitstoerist, die ‘graag geziene gast’ die wij willen verwelkomen? En hoe kunnen we daarop sturen? Toeristische regio’s zouden zich stuk voor stuk die vraag moeten stellen: wie past bij ons? En dáár vervolgens een strategie bij bedenken.

Kennis is daarbij cruciaal. En dat betekent een andere rol voor het Nederlandse toerismebureau NBTC, met nieuwe prioriteiten: van toerismepromotie naar toerismebeheersing. Dit jaar gaat 65 procent van de NBTC-begroting naar marketingcampagnes tegenover 9 procent naar onderzoek en 7 procent naar strategie en branding. Dat moet anders. Het NBTC maar ook het CBS zijn bij uitstek de organisaties die de toeristische sector kunnen voorzien van de kennis, kunde en data die nodig zijn om doelgericht te sturen op toerisme. Het gebeurt nog te weinig, omdat meetgegevens ontbreken.

Daarnaast zou het NBTC overheden beter moeten bijstaan. Zeeuwse gemeentebesturen hebben eerder behoefte aan advies over bijvoorbeeld de inzet van toerismebelasting of de vraag hoe illegale hotelvorming tegen te gaan, dan raad op het gebied van promotie.

Actievere rol

De omvang van de toeristische sector rechtvaardigt een actievere rol van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Richting het NBTC, maar ook naar regio’s, de sector en andere overheden. De Toerisme Top biedt een mooie kans om de bakens te verzetten.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement