Mechteld Jansen
Volledig scherm
PREMIUM
© Mechteld Jansen

Wat deed dit hier, in het toilet van de Geerteskerk?

column ondine van der vleutenHet was een drukte van belang in de Geerteskerk te Kloetinge. Van heinde en verre was het volk toegestroomd om de literatuurgoden te aanbidden: Jan Siebelink en Murat Isik, schrijvers van respectievelijk het boekenweekgeschenk en het essay.

0 reacties

  1. Hij kende de wereld, maar de wereld hem niet
    PREMIUM
    Column Ondine van der Vleuten

    Hij kende de wereld, maar de wereld hem niet

    De Reiziger is terug. ,,Eet je morgen mee?”, vraag ik. Hij zegt altijd ja en vindt alles goed, als het maar vegetarisch is. Ik weet wat hij zelf eet: iets simpels als witte bonen in tomatensaus, koud uit het blik. Of een stuk tahoe, rauw. Nee, verwend kun je hem niet noemen. De Reiziger leeft van een piepklein AOW’tje: voor elk jaar dat hij in het buitenland verbleef, is er een paar procent op gekort. ,,Heb je dan geen pensioen?”, vroeg ik eens. Maar nee. Er waren hem mooie banen aangeboden, in vaste dienst, bij mooie bedrijven, want zijn talent voor cijfers en zijn nauwgezetheid maakten hem een gewilde arbeidskracht. ,,Ik heb geweigerd. Ik wilde alleen tijdelijk werk via uitzendbureaus, want ik wilde reizen”, antwoordde hij.
  2. Zo’n dunne luchtpostbrief van blauw vloeipapier
    PREMIUM

    Zo’n dunne luchtpost­brief van blauw vloeipa­pier

    Zeer geëerde lerares, Ik spreek de wens uit, dat U bij voortduring in gezondheid en krachten gespaard moge blijven om uw uitnemende gaven van hoofd en hart nog lang te wijden aan de opvoeding der jeugd, waardoor bij haar die deugdelijke grondslagen gelegd worden die de jongeren in staat zullen stellen hun plaats in de wereld met ere te veroveren. Met de verzekering dat ik steeds met eerbied en liefde aan U zal blijven denken, noem ik mij, Uw U zeer toegenegen leerling
  3. Ik keek naar de orgie van naakte Barbies
    PREMIUM
    Column

    Ik keek naar de orgie van naakte Barbies

    Het ding was enorm, met aan het ene einde van de pijp een zwart kunststof mondstuk en aan het andere een stuk boomstam. ,,Van een stam!”, roept de man aan de andere kant van het tafelkleedje door het rumoer heen. Ik knik instemmend. Dat had ik ook al gezien. Maar nee: stam als in ‘indianenstam’, verduidelijkt hij. Een soort vredespijp is het. Gemáákt door een stam. Fronsend monster ik de pijp, in mijn ogen meer een stuk mislukt huisvlijt van een eenzame boer.