Volledig scherm
PREMIUM
© Mechteld Jansen

‘Ik ga mijn onderbroek uit doen!’, riep ik

column ondine van der vleutenDe dame van het Leger des Heils keek me vol afschuw af. ,,Echt waar? Wil je die hebben?” Op de balie lag een grote, roze onderbroek, model ‘oma’. Ooit gekocht voor Anne Maat, ooit had iemand er liefdevol een etiketje in geplakt met die naam, opdat hij in het verpleeghuis niet per ongeluk bij een andere bewoonster terecht zou komen, maar Anne Maat had er zo te zien niet veel plezier aan kunnen beleven. 

Nooit gedragen, als je het mij vraagt, of anders toch in elk geval in de Biotex voorgeweekt. ,,Waarom niet?”, zei ik. ,,Ten Cate. Dat is Nederlands kwaliteitstextiel. Honderd procent katoen, zit heerlijk en veel gezonder voor de intieme zones als mengvezel. Dat gaat alleen maar broeien.” Ze keek me fronsend aan en haalde toen haar schouders op. ,,Jij je zin. Doe dan maar twee eurootjes.” 

Wist zij veel dat deze onderbroek, dit bescheiden kledingstuk, een bijzonder lot beschoren was? En wel in de volkstuin. ,,Ik ga mijn onderbroek uit doen!”, riep ik tegen H., die het proces zou documenteren. ,,Kom fotograferen!” Een voorbijganger keek bevreemd op. Onder de Ten Cate zat nóg een onderbroek, maar de passant was al weg voor ik dat kon uitleggen. In een hoekje van de volkstuin spreidde ik de erfenis van Anne Maat uit over de aarde en bedekte hem weer met grond. Moest ik hem nu begieten of niet? Ik besloot het toch maar niet te doen en pakte mijn agenda: ‘Onderbroek begraven, 12 cm diep, zie stokjes.”

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Ik keek naar de orgie van naakte Barbies
    PREMIUM
    Column

    Ik keek naar de orgie van naakte Barbies

    Het ding was enorm, met aan het ene einde van de pijp een zwart kunststof mondstuk en aan het andere een stuk boomstam. ,,Van een stam!”, roept de man aan de andere kant van het tafelkleedje door het rumoer heen. Ik knik instemmend. Dat had ik ook al gezien. Maar nee: stam als in ‘indianenstam’, verduidelijkt hij. Een soort vredespijp is het. Gemáákt door een stam. Fronsend monster ik de pijp, in mijn ogen meer een stuk mislukt huisvlijt van een eenzame boer.
  1. Vlissingen, dat zich God weet waar schuilhield
    PREMIUM

    Vlissingen, dat zich God weet waar schuil­hield

    Die eerste dag, aan het strand van Vlissingen. Die imposante schepen op de Rede, zo dichtbij dat het leek of ik ze aan kon raken - magisch vond ik het. Vlissingen had direct mijn hart gestolen. Het station zinderde in de zon, met gloeiend gele bakstenen. O, wat hou ik van baksteen. Schok van herkenning toen de trein piepend tot stilstand kwam. Ook in Kampen, mijn toenmalige woonplaats, maakte het stootblok aan het eind van de spoorrails duidelijk: hier houdt alles op. Ook daar was de woelige Randstad ver weg, kon je zondags een kogel door de straat schieten, ook daar sloegen de golven tegen de kade.

Columns