Volledig scherm
PREMIUM
Ondine van der Vleuten. © Mechteld Jansen

Hij kende de wereld, maar de wereld hem niet

Column Ondine van der VleutenDe Reiziger is terug. ,,Eet je morgen mee?”, vraag ik. Hij zegt altijd ja en vindt alles goed, als het maar vegetarisch is. Ik weet wat hij zelf eet: iets simpels als witte bonen in tomatensaus, koud uit het blik. Of een stuk tahoe, rauw.  Nee, verwend kun je hem niet noemen. De Reiziger leeft van een piepklein AOW’tje: voor elk jaar dat hij in het buitenland verbleef, is er een paar procent op gekort.  ,,Heb je dan geen pensioen?”, vroeg ik eens. Maar nee. Er waren hem mooie banen aangeboden, in vaste dienst, bij mooie bedrijven, want zijn talent voor cijfers en zijn nauwgezetheid maakten hem een gewilde arbeidskracht. ,,Ik heb geweigerd. Ik wilde alleen tijdelijk werk via uitzendbureaus, want ik wilde reizen”, antwoordde hij.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. ‘Soms maak ik me zorgen, zo dun is ze’
    PREMIUM
    Column Ondine

    ‘Soms maak ik me zorgen, zo dun is ze’

    In Tholen is op Wereld Veganismedag de vegan vlag uitgestoken. Met de V van Victory, want vegan is in opkomst. ,,Een vlag voor vegans. Wist jij dat?”, vraag ik aan R., die in mijn Indonesische kookboeken snuffelt. Zijn dochter is vegan en binnenkort jarig. Kan pappie misschien een veganistische rijsttafel bereiden? Maar natuurlijk. Hij heeft het al helemaal bedacht. Het wordt rijst met tumis tjampur taotjo, sambal goreng tahu peteh, tempeh ketjap en atjar ketimun met taugé en maïs.
  2. Appelstroop van open vuur, alleen voor de zondag
    PREMIUM

    Appel­stroop van open vuur, alleen voor de zondag

    Hij hangt chagrijnig op de bank. Mondhoeken omlaag. ,,Was het niet leuk op school?”, vraag ik. Jawel, gromt mijn zoon. ,,Er is niks te eten in huis. Er is hier nooit iets.” Dat, weet ik met zekerheid, is onzin. In de broodtrommel ligt stevig zwartbrood uit Limburg, er is kaas in de koelkast en een keur aan smeersels. ,,Je bedoelt zeker: er is geen witbrood en geen hagelslag?”, repliceer ik. ,,Wat is er mis met pindakaas of jam? We hebben trouwens nog elf potten appelstroop. In Limburg doen ze een moord voor zwartbrood met oude kaas en stroop. Als die op is, krijg je witbrood met hagelslag. Beloofd.” Het helpt niet. Zijn mondhoeken gaan alleen nog verder naar beneden. ,,Elf potten?”, kreunt hij. ,,Dat is toch niet normaal?! Waarom? Waarom heb ik geen normale moeder?”

Columns