Ondine van der Vleuten.
Volledig scherm
PREMIUM
Ondine van der Vleuten. © Mechteld Jansen

Hij kende de wereld, maar de wereld hem niet

Column Ondine van der VleutenDe Reiziger is terug. ,,Eet je morgen mee?”, vraag ik. Hij zegt altijd ja en vindt alles goed, als het maar vegetarisch is. Ik weet wat hij zelf eet: iets simpels als witte bonen in tomatensaus, koud uit het blik. Of een stuk tahoe, rauw.  Nee, verwend kun je hem niet noemen. De Reiziger leeft van een piepklein AOW’tje: voor elk jaar dat hij in het buitenland verbleef, is er een paar procent op gekort.  ,,Heb je dan geen pensioen?”, vroeg ik eens. Maar nee. Er waren hem mooie banen aangeboden, in vaste dienst, bij mooie bedrijven, want zijn talent voor cijfers en zijn nauwgezetheid maakten hem een gewilde arbeidskracht. ,,Ik heb geweigerd. Ik wilde alleen tijdelijk werk via uitzendbureaus, want ik wilde reizen”, antwoordde hij.

0 reacties

  1. In Zeeland doen ze het op eigen kracht
    PREMIUM
    COLUMN

    In Zeeland doen ze het op eigen kracht

    Een van de mooie kanten van mijn vak is dat je achter belangrijke mensen aan mag hobbelen en mag meesmikkelen van dingen als rode biet-biefstukje en tartaar van aardpeer. Minister Ingrid van Engelshoven deed deze week Zeeland aan en ik was erbij. Wat een vrouw! ’s Morgens in het Bevrijdingsmuseum, ja, toen was ik ook nog fris en fruitig. Acht uur durend informatiebombardement later zakte ik toch wat in. Zelfs de lunch bood geen soelaas. Dat was namelijk een lopend buffet langs thematafels waar de arme minister werd opgewacht door frisse studenten of bestuursleden die al uren op dit moment wachtten en vol energie het gesprek aangingen. Van Engelshoven bleef sterk: opperste concentratie en samenhangende zinnen, tot het bittere einde.
  2. Ik keek naar de orgie van naakte Barbies
    PREMIUM
    Column

    Ik keek naar de orgie van naakte Barbies

    Het ding was enorm, met aan het ene einde van de pijp een zwart kunststof mondstuk en aan het andere een stuk boomstam. ,,Van een stam!”, roept de man aan de andere kant van het tafelkleedje door het rumoer heen. Ik knik instemmend. Dat had ik ook al gezien. Maar nee: stam als in ‘indianenstam’, verduidelijkt hij. Een soort vredespijp is het. Gemáákt door een stam. Fronsend monster ik de pijp, in mijn ogen meer een stuk mislukt huisvlijt van een eenzame boer.

Columns