Ondine van der Vleuten.
Volledig scherm
PREMIUM
Ondine van der Vleuten. © Mechteld Jansen

Even een implantaatje: zo gepiept, zag je hem denken

COLUMN ONDINE VAN DER VLEUTENBedrukt gooide ik een pakje tomatensoep in de pan en staarde naar de verse tomaten en soepgroenten die erin ronddreven. ‘Een beetje van mij en een beetje van Maggi’, zou mijn moeder zeggen. Soep. Dat was het enige wat ik de komende 24 uur kon eten, als de smoelensmid me te pakken had gehad. Ik wierp een blik op de klok. Nog 41 minuten. Daarna zou ik nooit meer dezelfde zijn. 

0 reacties

  1. Vlissingen, dat zich God weet waar schuilhield
    PREMIUM

    Vlissingen, dat zich God weet waar schuil­hield

    Die eerste dag, aan het strand van Vlissingen. Die imposante schepen op de Rede, zo dichtbij dat het leek of ik ze aan kon raken - magisch vond ik het. Vlissingen had direct mijn hart gestolen. Het station zinderde in de zon, met gloeiend gele bakstenen. O, wat hou ik van baksteen. Schok van herkenning toen de trein piepend tot stilstand kwam. Ook in Kampen, mijn toenmalige woonplaats, maakte het stootblok aan het eind van de spoorrails duidelijk: hier houdt alles op. Ook daar was de woelige Randstad ver weg, kon je zondags een kogel door de straat schieten, ook daar sloegen de golven tegen de kade.