De kleinste stad oogt groots op papier

Het is een ode aan Sint Anna ter Muiden. Handgebonden, met vier messing schroeven door de rug, lekker dik (160 grams) papier, een omslag met royale flappen. Daarbij nog historische afbeeldingen, royale zwart-wit en kleurenfoto’s en overzichtelijke tijdtafels in een kunstzinnige vormgeving. Het boek wil een ‘totaalkunstwerk’ zijn. En is dat ook. Voorlopig in een oplage van honderd genummerde exemplaren.

Ids Haagsma (1946) is de auteur, fotograaf en vormgever van het boek. Zijn vrouw Hilde de Haan (1949) is er nauw bij betrokken. Beiden zijn journalisten die voor landelijke dagbladen als NRC en Volkskrant hebben gewerkt. In 1978 richtten ze het bureau Architext op, dat hen de mogelijkheid bood om zelfstandig over architectuur te publiceren. Een hele reeks boeken staat op hun naam, onder andere over het stadsbeeld van Rotterdam 1965-1982 en over de techniek en de politiek achter de deltawerken.

Hun pas verschenen ‘Sint Anna ter Muiden in de deemstering’ is in meerdere opzichten bijzonder. In de voorbereidingsfase bleek het uitbesteden van het drukwerk zo duur, dat de echtelieden besloten het hele proces in eigen hand te nemen. Ze opereren vanuit Haarlem, drukkersstad bij uitstek. Voor ‘Sint Anna’ kochten ze een ‘drukwaardige’ printer en een zogenaamde ‘bloksnijmachine’. Binden doen ze met een speciale papierboormachine, met holle boren zodat boorsel meteen kan worden weggezogen.

Vanwaar die liefde voor Sint Anna? Hilde komt al sinds 1975 in de streek, haar ouders huurden in vakanties een huisje in de dorpskern van Retranchement. Toen ze Ids leerde kennen en hem meenam, raakte ook hij in de ban van het vlakke Vlaamse land. Het nabijgelegen Sint Anna ter Muiden beschouwden ze als een pareltje dat gekoesterd mocht worden. Toen zes jaar geleden het huis in Retranchement niet langer te huur kwam, besloten ze over te stappen naar Sint Anna. Daar konden ze terecht in het huis van de protestantse dominee Frederik Onslow van Gennep, Ted voor intimi. Hij overleed in 1990 en werd naast de toren van Sint Anna begraven. Zijn huis staat in de Jonkvrouw Geilstraat – een tot de verbeelding sprekende naam die waarschijnlijk is afgeleid van ‘vrouwe Gheijlen’ of ‘vrouwe Gilie’.

Ids Haagsma biedt in zijn boek een combinatie van historie, analyse en observatie. De schrijver ziet zijn verhaal als ‘een roetsbaan langs de kantelpunten van de geschiedenis’. We lezen over hoe op schorren en slikken bewoning ontstond, hoe Mude zich tot een 'villa franca' - vrijplaats - ontwikkelde, in 1242 stadsrechten kreeg  en ‘de poort’ van Brugge werd, hoe de stad een zelfstandig lid werd van de Londense Hanze, hoe het Zwin verzandde, hoe de Engelsen dood en verderf zaaiden, hoe de Mudense vrijbuiter Jan Crabbe Engelsen en Schotten bij de neus nam, hoe het nabijgelegen Sluis in de late middeleeuwen een meedogenloze en oppermachtige concurrent werd. Kortom: een relatief korte periode van bloei, een lange periode van neergang en vergetelheid. Haagsma laat duidelijk uitkomen dat het middeleeuwse verleden vooral een Vlaamse geschiedenis is, die in Nederland al te vaak wordt genegeerd.

Nadat de Spanjaarden het hoofd was geboden kwam Sint Anna in een uithoek van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te liggen. Er waren nog wel kantelpunten in de geschiedenis, maar die gingen grotendeels aan de ooit bloeiende haven voorbij. 'Stad in de marge': het is niet toevallig dat één van de hoofdstukken zo heet. Dat de in Sint Anna geboren dominee Hendrik Quirinus Jansen (1812-1881) in de 19e eeuw nog provinciaal en nationaal van zich deed spreken, doet daaraan niets af. Het zal niet verwonderen dat juist die vergane glorie kunstenaarsharten aansprak. De Duitse schilder Paul Baum woonde er rond 1900, de Franse auteur André Gide (1869-1951) was er te gast. Evenals, om het Vlaamser te houden, Stijn Streuvels (1871-1969). De kunstzinnigheid reikt naar onze tijd: de in Sint Anna geboren journalist Rudolf Bakker publiceerde in 1998 zijn levensverhaal met daarin ruime aandacht voor zijn geboorteplaats.

Nog niet zo lang geleden ontfermde de Rijksdienst Monumentenzorg zich over Sint Anna. In 1949 kwam er geld beschikbaar van rijk, provincie en gemeente om het oude raadhuis en het plein te restaureren. De aanwijzing tot 'beschermd stadsgezicht' in 1967 was een logisch vervolg. Daarbij werden vrijwel alle panden tot rijksmonument verklaard. Hoezeer die status serieus wordt genomen, blijkt uit de recente restauratie van de Sint Annakerk en -toren aan de Nederherenweg. De muren moeten veel hebben gezien, schrijft Haagsma. Gebouwd in de 14e eeuw, verbrand in 1387, toegetakeld in 1405, verminkt in 1436 en 1437, geplunderd in 1485, grondig verwoest in 1584. Een klein wonder dus, dat de toren ruim vier eeuwen later nog steeds een blikvanger is. En onderdak biedt aan de plaatselijke Kunstkring, die concerten en lezingen organiseert.

Circa vijftig inwoners, meer heeft stad Sint Anna niet meer te bieden. Met dat aantal kan aanspraak worden gemaakt op de titel 'kleinste stad van Nederland'. Er zijn kapers op de kust: Staverden, Bronkhorst en Eembrugge. Wie de middeleeuwse stadsrechten serieus neemt, moet in West-Zeeuws-Vlaanderen uitkomen. Vandaar de conclusie: Haagsma schreef een monumentaal en kunstzinnig boek over de kleinste stad van ons land.

Ids Haagsma (tekst, beeld en vorm): Sint Anna ter Muiden in de deemstering - Uitgeverij Architext Haarlem, 31,5 x 24,5 cm., handgebonden, 100 pagina's, 75,- euro.

Kop: De kleinste stad oogt groots op papier

Trefwoord: Kunstboek
Onderkop: Sint Anna ter Muiden

poll

Ik wil nooit een automaat

Ik wil nooit een automaat

  • Eens (21%)
  • Oneens (79%)
436 stemmen