De finale Argentinië - Nederland in 1978. Het moment waaraan Rob Rensenbrink zijn hele leven werd herinnerd, het schot op de paal.
Volledig scherm
De finale Argentinië - Nederland in 1978. Het moment waaraan Rob Rensenbrink zijn hele leven werd herinnerd, het schot op de paal. © VI Images

Rob Rensenbrink: Die paal. Altijd weer die paal. Tot aan mijn dood

Interview uit 2017Rob Rensenbrink is vrijdag op 72-jarige leeftijd overleden. In 2017 spraken we uitgebreid met de voormalige topspeler, onder meer over zijn biografie Het Slangenmens en zijn slopende spierziekte.

Door Mikos Gouka

Toen Johan Cruijff op 24 maart 2016 overleed, plaatste de Engelse krant The Guardian een dag later op de voorpagina per ongeluk een schitterende actiefoto van Rob Rensenbrink. Maar ‘Slangenmens Robbie’ - van juli 1947 (waar Cruijff in april 1947 ter wereld kwam) - was er destijds, ondanks de spierziekte PSMA, nog gewoon. 

Zomer 2017. In de tuin van zijn seniorenwoning in Oostzaan kijkt Rensenbrink naar de sloot bij zijn achtertuintje, een sigaretje nonchalant in zijn linkerhand. ,,Ja, ik leef nog, hoor’’, zegt hij met een grijns. ,,Maar toch. Eerst Moulijn, toen Keizer. Ik zal wel de volgende zijn, toch?’’

Knipoog

Hij zei het met een knipoog. Rensenbrink wekte zeker niet de indruk dat Nederland eerdaags weer een legendarische voetballer zou verliezen. Maar het rijtje namen waarin hij zich schaarde, zei iets. Hij plaatste zichzelf ook ver na zijn imposante loopbaan het liefst tussen de meest eigenzinnige, creatieve linkerspitsen die het Nederlandse voetbal voortbracht. ,,Dat was ook allemaal van toepassing op mij. Kijk, Cruijff was de beste. Maar buiten het veld had ik geen geweldige band met hem. Waar ik mezelf plaats? Moeilijk, ik kon wel iets, maar speelde elf jaar in België, da’s toch anders. Nog steeds bekruipt mij het gevoel dat als ik de grens oversteek naar België, het voelt als thuiskomen.’’

Bert Nederlof schreef zijn biografie, Het Slangenmens. De aanleiding: Rensenbrink werd 70. ,,In België was er al een boek over mij’’, zo duidde Rensenbrink het verschil in waardering. Naast de bank lag een enorm jubileumboek van Anderlecht, onder de trap stonden twee ingelijste foto’s van hem in het shirt van die club. ,,Stond er opeens een Belg voor de deur. Had in Oostzaan gevraagd waar ik woonde en kwam foto’s brengen. Nee, ze hangen niet aan de muur. Dat heeft Corrie liever niet, joh.’’

Rob Rensenbrink in 2015.
Volledig scherm
Rob Rensenbrink in 2015. © Pim Ras

Spelersvrouwen

Corrie en Rob waren in 2017 al 54 jaar samen. Ze was erbij toen in 1974 de spelersvrouwen van Oranje in het Olympisch Stadion in München meer camera’s op zich gericht wisten dan Liz Taylor, die een rij verder zat. Jenny Keizer, Yvonne Krol, Maja Suurbier, Danny Cruijff, Titia Haan, Coby Jansen en Truus van Hanegem werden bekende gezichten. Corrie Rensenbrink bleef liever op de achtergrond. ,,Van het basiselftal uit 1974 zijn alleen Cruijff, Jansen en wij nooit gescheiden’’, vertelt Rensenbrink. ,,De aandacht van vrouwen was groot, maar om nu meteen maar te scheiden. De zwembadaffaire in 1974? Het spelershotel was niet exclusief voor ons, dat was het probleem. Wie een kamer had geboekt, mocht daar zwemmen. Maar er is niets gebeurd.’’

Terug naar de tuin en het water. Een zucht van Rensenbrink. Na het voetbal werkte de timmermansleerling niet één dag. Om zijn dagen te vullen, viste hij graag. ,,Tot in 2007 mijn bootje werd gejat. Dat vissen deed ik zo vaak, ik heb elke vis in het Twiske, een watertje hier, wel gevangen.’’

In 2012 constateerden artsen bij hem de spierziekte PSMA (Progressieve Spinale Musculaire Atrofie). Een ziekte die leidt tot het onvoldoende of helemaal niet meer functioneren van spieren. In het eindstadium raken patiënten doorgaans verlamd. ,,Het wordt de laatste tijd wel erger’’, zei Rensenbrink in 2017. ,,Valt tijdens het eten opeens mijn vork uit mijn hand. In mijn loopbaan had ik zelden last van mijn spieren en nu dit... Ik las dat er in Italië veel ex-profs aan een spierziekte lijden, vraag me af of er een verband is. Vervelend is ook dat ik erg mager ben geworden. Ik was al niet zwaar, maar nu weeg ik vier kilo minder dan in mijn voetbaltijd. Dat komt omdat mijn spieren dag en nacht actief zijn. Ik krijg bijvoeding om op gewicht te blijven. Of ik vrees voor de dood? Nou, het komt wel steeds dichterbij. Maar ik hoop nog een tijdje mee te gaan, hoor. Aan de andere kant: als ik Fernando Ricksen, die ALS heeft, zo zie. Op die manier eindigen...’’

Verbaasd

Rensenbrink leek verbaasd. Het gesprek was al een tijdje onderweg en hét moment uit zijn loopbaan was nog niet op tafel gekomen. Een gehele generatie kan zich de woorden ‘Rensenbrink? Tegen de paal!’ van commentator Theo Reitsma herinneren. De lange bal van Ruud Krol, de te late Argentijn Daniel Bertoni, de geklopte keeper Ubaldo Fillol en de bal die terugketst van de paal. Maar erover beginnen, vergde timing. De 46-voudige international (14 goals) deed er niet moeilijk over. ,,Het moment uit mijn leven’’, beaamde hij. ,,Ik blijf erbij, het was geen echte kans. Ik kreeg mijn voet nog tegen de bal en raakte de paal. Meer kon ik niet doen. Ik had me voor mijn kop geslagen als ik een strafschop had gemist. Of neem Arjen Robben - van wie ik geniet, hoor - bij die kans tegen Casillas in de finale van 2010. Hij had de keeper moeten uitspelen. Maar ja, het hoort er bij. Was die bal erin gegaan, dan waren we wereldkampioen geweest. Nu lijkt het erop dat Oranje het nooit meer wordt.’’

Quote

Het moment uit mijn leven. Ik blijf erbij, het was geen echte kans.

Rob Rensenbrink

In Estadio Monumental, in Buenos Aires, keerde hij na 25 juni 1978 éénmaal terug. ,,Jaren later, met Johnny Rep. Stonden we daar bij die paal voor een tv-programma. Maar weet je wat? Ik hield ondanks dat moment aan het WK 1978 een veel beter gevoel over dan aan dat van 1974. Toen draaide alles om Cruijff. Hij week vaak uit naar links, dan moest ik naar het centrum. In 1978 speelde ik veel beter, ik mocht de strafschoppen nemen en maakte vijf goals. Tuurlijk, ook die finale blijft jammer. Al die zwaarbewapende militairen langs de lijn... Ik heb weleens gedacht: als ik had gescoord, had er maar eentje moeten zijn met een heel gek idee. We waren er zó dichtbij. Ik zag eens op tv gemanipuleerde beelden waarbij ik wel scoorde. Kon ik om lachen. Ach, die paal, altijd weer die paal. Het zal tot mijn dood zo blijven.’’

Rensenbrink kreeg zijn biografie op het DWS-complex uit handen van Jan Mulder. Het boek was geen afrekening of opsomming van onthullingen. ,,Ik heb het niet gemaakt om oude collega’s onderuit te halen. Mijn slechte relatie met Arie Haan? Daar zeg ik eerlijk over dat het mijn vriend niet was. Maar ik spreek sowieso nauwelijks nog spelers. Ja, John Rep, als hij niet in Spanje zit. En ik zit zaterdag in NH Radio Sportcafé met Jan Jongbloed en Rinus Israel.’’

De laatste was ploeggenoot bij DWS en Oranje. ,,Rinus ging van DWS naar Feyenoord. En toen stonden ze ook bij mij op de stoep. Ik zag het wel zitten om in de Kuip te spelen, waar die schitterende Coen Moulijn ooit was doorgebroken. DWS vroeg 450.000 gulden, dat vond Feyenoord te veel. Club Brugge leg¬de het wel op tafel. Daarna tekende ik voor zeven jaar bij Anderlecht, daar kreeg ik spijt van. Real Madrid en Inter toonden interesse. Met die Italianen sprak ik in Rotterdam met Faas Wilkes. Maar Anderlecht werkte niet mee.’’

Nooit in Ajax-shirt

En dan was er nog Ajax. Een echte Amsterdammer, en zo’n buitenspeler waar ze in Amsterdam zo van houden, maar nooit droeg hij het Ajax-shirt. ,,Dat lag aan Ajax, hoor’’, legde Rensenbrink uit. ,,Ik speelde bij OSV in Oostzaan toen Ajax zich meldde. Het salaris: een lachertje. Toen bood DWS wel een mooi bedrag. Nee, ik zie het niet als een gemis. Ik had nooit iets speciaals met Ajax. Wel met Anderlecht. Had er nooit weg moeten gaan, dan was ik er jeugdtrainer geworden. Hier kreeg ik geen aanbiedingen om iets als trainer te doen. Ik haalde wel mijn eerste trainersdiploma, na een tijdje, Cruijff kreeg het gratis. Maar op die cursus stond dan zo’n betweter te vertellen hoe ik een corner moest nemen! Wat dat betreft is het wel logisch dat ik na mijn loopbaan aan de zijlijn ben gebleven. Ik ga nu kijken als mijn kleinzoon of kleindochter voetbalt. Maar zelfs voor topwedstrijden op tv blijf ik niet thuis. En naar stadions ga ik zelden. Beetje zoals mijn vader, die ging nooit. Hij zat liever voor de tv. Hij zei ook nooit iets als ik had gespeeld. Zelfs niet in 1974 en 1978 bij het WK. Dat heb ik me laatst nog afgevraagd. Het moet toch bijzonder zijn geweest voor die man om op zijn werk te komen terwijl iedereen de avond ervoor Oranje had gezien met zijn zoon erin. Hij heeft er nooit iets over gezegd en ik vroeg er nooit naar. Misschien ook daarom wel dit boek. Kunnen de mensen nog eens teruglezen hoe ik over bepaalde dingen dacht.’’

Oranje voor de finale van het WK 1978 tegen Argentinië. 
Vlnr: Johnny Rep, Jan Jongbloed, Arie Haan, Ernie Brandts, Johan Neeskens, Ruud Krol, Wim Jansen, Jan Poortvliet, Willy van de Kerkhof, Rene van de Kerkhof en Rob Rensenbrink.
Volledig scherm
Oranje voor de finale van het WK 1978 tegen Argentinië. Vlnr: Johnny Rep, Jan Jongbloed, Arie Haan, Ernie Brandts, Johan Neeskens, Ruud Krol, Wim Jansen, Jan Poortvliet, Willy van de Kerkhof, Rene van de Kerkhof en Rob Rensenbrink. © ANP
Rob Rensenbrink in 2017 in zijn tuin in Oostzaan. ,,In mijn loopbaan had ik zelden last van mijn spieren en nu dit...’’
Volledig scherm
Rob Rensenbrink in 2017 in zijn tuin in Oostzaan. ,,In mijn loopbaan had ik zelden last van mijn spieren en nu dit...’’ © Pim Ras