Volledig scherm
Stijn Vreven. © Proshots

NAC zet in op halvering straf voor coach Vreven

De tweede beroepszaak van Stijn Vreven, dinsdagavond in Zeist waar de voetbalbond zetelt, was hoofdzakelijk een herhaling van zetten. De trainer van NAC werd ten overstaan van twee nieuwe aanklagers bijgestaan door commissaris en huisjurist Joost van Mierlo die met een vlammend betoog in de bres sprong voor de gepassioneerde Belg.

Door Yadran Blanco

Van Mierlo zette niet in op vrijspraak, maar gaat voor halvering van de strafeis van drie wedstrijden waarvan één voorwaardelijk. Woensdagochtend tussen 10.00 en 11.00 uur ’s ochtends wordt het definitieve vonnis in een schriftelijke verklaring door de KNVB naar buiten gebracht. ,,De straf is disproportioneel”, zei Van Mierlo, ,,omdat de scheidsrechter met zijn gedrag zelf ook niet heeft bijgedragen aan de-escalatie.”

Aanleiding voor de slepende rechtsgang is het tumult dat ontstond na de wedstrijd NAC – FC Twente (1-2) op 12 december. Vreven werd na afloop van het duel midden op het veld weggestuurd omdat hij volgens scheidsrechter Siemen Mulder op agressieve wijze in woord en gebaar kenbaar had gemaakt het niet eens te zijn met diens beslissingen. Wat volgde was een schikkingsvoorstel van drie duels waarvan een voorwaardelijk. Omdat NAC en Vreven dat te gortig vonden, tekenden zij beroep aan. Die zaak diende op 14 december, maar ook in hoger beroep vond de Bredase afvaardiging geen gehoor. De strafeis bleef staan. Met als gevolg dat een maand later, op 16 januari een nieuwe beroepszaak diende bij de commissie van beroep (gevormd uit drie leden) met twee nieuwe aanklagers waarvan er een het woord nam.

Onherroepelijk

De uitspraak woensdagochtend van de commissie van beroep is onherroepelijk. Vreven lijkt sowieso het treffen met PEC Zwolle zaterdag vanaf de tribune te moeten volgen. Dat overkwam hem eerder ook tegen Excelsior, nadat hij bij Heracles was weggestuurd. Destijds omdat hij een meter het veld was ingelopen om zijn ongenoegen te uiten over het optreden van arbiter van Pol van Boekel.