Marleen Blommaert
Volledig scherm
PREMIUM
Marleen Blommaert © Joost Hoving

Ze gaan alles anders doen, misschien ben ik te cynisch

column marleen blommaertZe gaan het allemaal anders doen, zeggen ze. Goed idee: ik neem me dat ook om de haverklap voor, met name als het gaat om opruimen. En zij moeten in zekere zin ook een boel opruimen. Achterstallig onderhoud vraagt altijd meer werk dan de boel op gezette tijden onderhouden. Maar net als de voornemens van mij nog wel eens stranden in schoonheid, vrees ik dat er iets meer nodig is om tot verandering te komen voor hen. Zeggen dat je het anders gaat doen, verandert weinig aan de werkelijkheid. Maar misschien ben ik te cynisch.

  1. Ik voel me een beetje als de fazant als het gaat om corona
    PREMIUM

    Ik voel me een beetje als de fazant als het gaat om corona

    We hebben sinds kort een nieuwe bewoner. Hij is enigszins wild en jaagt de katten angst aan. Als ze hem zien, maken ze zich uit de voeten. De gast is een beetje een dommerik, luidruchtig en opzichtig gekleed. Persoonlijk houd ik wel van dat opzichtige, maar ik ben dan ook geboren in de jaren zestig, waarin psychedelische kleuren overal je netvlies bereikten. Het is een fazantenhaan, die waarschijnlijk op zoek is naar een vrouwtje.
  1. Het stormseizoen is onmiskenbaar begonnen
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Het stormsei­zoen is onmisken­baar begonnen

    Het stormseizoen is onmiskenbaar begonnen afgelopen week. In de tuin sleur ik zaterdag een grote takkenbos achter me aan. Want zaterdag is afgewaaide-takken-dag of maak-de-vlier-een-kopje-kleiner-dag. Het is nog koud ’s ochtends. Onhandig beweeg ik mezelf voort, met onder mijn armen meterslange vliertakken. De takken blijven plots haken aan, hoe kan het ook anders … een vlierstruik. ,,Nee, laat los!” klinkt mijn stem vermoeid in de stille polder.
  2. We hebben de loodgieter ‘s nachts stiekem begraven
    PREMIUM
    COLUMN MARLEEN BLOMMAERT

    We hebben de loodgieter ‘s nachts stiekem begraven

    Soms, heel soms, neemt mijn zwarte kat een spitsmuis mee naar binnen. Levend, maar enigszins gehavend. Eenmaal los uit de greep van de kat, vlucht het muisje onder de kast of achter het bed of ergens op een van de oneindig veel andere stoffige vierkante centimeters waar zowel de honden als de katten niet kunnen komen. Daar gaat het dan ongegeneerd lopen sterven. De geur is niet te harden en álles moet op zijn kop. En álles is veel hier. Als ik dan eindelijk het lijk gevonden heb, denk ik: ik moet echt kleiner gaan wonen. Maar niet té klein: er moet wel plaats zijn voor de twee herders, het clubje katten en ach, soms een spitsmuisje.
  3. Bomen (planten) doe je toch het best in levenden lijve
    PREMIUM
    Column Marleen Blommaert

    Bomen (planten) doe je toch het best in levenden lijve

    Zaterdag was ik met flink wat mensen bij elkaar voor een evenement. Voor het eerst in lange tijd, niet om te vergaderen, maar met een socialer doel. We hadden dat weer goed gepland: daags na een persconferentie… Ik hield mijn hart vast. Het zou toch niet weer als een schoon voornemen stranden? Maar gelukkig waren onze plannen zodanig dat we maar een paar kleine aanpassingen moesten doorvoeren. Het belangrijkste vond bovendien buiten plaats.

Columns