Volledig scherm
Columniste Marleen Blommaert © PZC

Vliegende storm

In de storm van donderdag dacht ik voor een veilige haven te kiezen. Gelijk de spookkapitein van weleer vloog ik langs de boorden van de Schelde en meerde af in Terneuzen.

Naast mijn werkplek verrijst daar in rap tempo ‘de Sluiswachter’. Een woontoren met winkelcentrum eronder. Inderdaad, tegenover die concentratie van reeds bestaande winkels en op een steenworp afstand van de lege winkelpanden in de winkelstraat. Maar het geheel krijgt een mooie naam: ‘Kennedy Retail Park’, dus het komt ongetwijfeld goed.

Mijn Haagse man vindt dat ik vaak te negatief denk en zeker als het gaat over Terneuzen. De mooiste boekhandel in de wijde omtrek zit daar toch, zegt hij dan. Inderdaad de vriendelijkheid en behulpzaamheid zelve daar. Verder is er in Terneuzen een busstation, een beetje winderig en ver, je moet er met de auto heen, en... Maar kom laat ik niet te flauw doen. Toegegeven, het aanzien van Hulst is ook ooit florissanter geweest dan het nu is. De tijd dat we als inwoners uit aanpalende stadjes elkaar de hersens insloegen ligt gelukkig achter ons. De bereikbaarheid van de overgebleven winkels in de stad van de Vliegende Hollander wordt er niet beter op. Om de haverklap wordt de Kennedylaan, toch niet de onbelangrijkste straat van Terneuzen, voor kortere of langere tijd afgesloten. Deze periode is dat weer langer. Zo ook donderdag maar na bestudering van het kaartje begreep ik hoe ik op mijn werkplek kon geraken.

Als ik het parkeerterrein voor de woonwinkel bereik, lijkt het alsof ik in de Wizard of Oz ben beland. Een wind met orkaankracht zwiept alles op wat los en vast zit. Op de bouwplaats zit nogal veel los. De isolatieplaten vliegen in het rond. Dunne blauwe en dikke grijze die eruitzien als betonplaten. Terwijl ik mijn regenjas probeer bij me te houden hou ik angstvallig het rondvliegend puin in de gaten. Net voordat ik het kantoor bereik, knalt één van de platen pijnlijk in mijn rug. Jongens, zo wordt het natuurlijk nooit wat met dat ‘Terneuzen Winkelstad’, onschuldige lieden vanaf de daken bekogelen. Of zou het Van der Decken zelf zijn geweest?

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Moeders
    PREMIUM
    COLUMN MARLEEN BLOMMAERT

    Moeders

    Kindjessuiker, dat ken je toch wel? vraag ik aan mijn collega. Hij kijkt me glazig aan. ‘Doopsuiker’ dan? Een voorzichtig schudden van zijn hoofd maakt duidelijk dat het niet aan het woord ligt. Hij kent het hele fenomeen niet. Het is een traditie waarbij op een mooie manier verpakte suikerbonen tijdens kraambezoek uitgedeeld worden aan de visite. Een oude traditie hier. Dat ze het in Den Haag niet kenden wist ik wel, maar hier op een steenworp afstand, aan de andere kant van de Westerschelde evenmin?
  2. Achteraf
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Achteraf

    Het aardige van de geschiedenisles vond ik de verhaallijnen en de onontkoombare opbouw naar de meestal noodlottige afloop van die verhalen. Niemand die het op tijd aan zag komen of in staat was het af te wenden. Eerst begreep ik dat niet en kwam tot de conclusie dat we nu dan toch wel een stuk slimmer moesten zijn. Later begreep ik dat het lastig is om de toekomst te voorspellen en dat het moeilijk is om het “nu” goed te zien als je er bovenop staat. De gedachte dat we nu slimmer zijn, staat de laatste tijd sowieso wat onder druk.
  1. Stoppen
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Stoppen

    De boodschappen zijn opgeruimd. De wekelijkse gang om de voorraadkast aan te vullen zit er weer op. Tot mijn grote vreugd stond het kraam met zelfgebreide sokken er ook weer. Daar kon ik niet langs zonder nog enkele paren aan te schaffen. Ik ruim de prachtige sokken op waar aandacht, ervaring en liefde in zit. Ik hoop dat de maaksters nog lang mogen breien. Als ik ze opvouw, voel ik opeens ook iets tastbaars in de sok. Voorzichtig haal ik het eruit. Het is een klein beetje wol, voor het geval er een gaatje ontstaat. Indien nodig kan ik de sok dan stoppen. Ik zie mijn oma en moeder voor me en ben ontroerd door het beetje wol dat uit voorzorg is meegeleverd. Wie doet dat nog: stoppen? Ik leerde het ooit.

Columns