Marleen Blommaert.
Volledig scherm
PREMIUM
Marleen Blommaert. © Joost Hoving

Met weemoed denk ik aan de tijd dat de kerstversiering een leven lang meeging

COLUMN MARLEEN BLOMMAERTRoze toetsen in de avondlucht. “Witte wieven” die dansen op de kreek in de vroege ochtend. Gras dat knispert onder de wandelschoenen. Handschoenen, mutsen en sjaals liggen voor het grijpen. Langzaam gaan we richting winter. De natuur legt de tooien van het vorige seizoen af en betreedt een seizoen van rust en stilte. 

De herfstkleuren worden langzaam ingeruild voor het lijnenspel van kale takken. In aanleg zijn bloesems en vruchten van de volgende oogst al aanwezig in de knoppen van de kersenbomen. Binnen zoeken de katten de behaaglijkheid van de houtkachel op. Merels, roodborstjes en koolmezen scharrelen onbevreesd over het terras alsof ze de luiheid van de katten inmiddels kennen. Zelfs een koperwiek viert een feestje met een verdwaalde vijg. De vogels schatten het goed in, want kat 1 ligt gedrapeerd op de kachel en kat 2 opgevouwen in de krantenmand.

  1. Hard hoofd
    PREMIUM

    Hard hoofd

    De grens is dicht. Misschien is dat voor mij wel het meest bevreemdende aan de hele crisis. Het is meer dan honderd jaar geleden dat dat voor de laatste keer het geval was: tijdens de Eerste Wereldoorlog. Niet alleen de grens is nu dicht, ook de poortwachters bij de Schelde doen hun werk met volle ijver. Wie het verhaal leest over de onverbiddelijke tolbediendes bij de Liefkenshoektunnel, zal hoofdschuddend achter zijn krant of tablet zitten. De ambulance die onderweg naar Terneuzen met een naar adem happende coronapatiënte het tolpoortje bereikt, krijgt te horen dat wanneer ze niet betalen ze rechtsomkeert konden maken.
  2. Plots is er dan een onzichtbare speler die het spel bederft
    PREMIUM
    Column Marleen Blommaert

    Plots is er dan een onzichtba­re speler die het spel bederft

    ,,Je hebt je kinderen ook in een droomwereld opgevoed, zo is de werkelijkheid niet!” zegt mijn zus met nadruk. ,,Jullie hebben alleen maar geweldige buren gehad en je hebt enorm veel ruimte en een paradijselijke rust om je heen.” Het jongste kind klaagde over het wonen in een grote stad en mijn zus steekt nu de draak met de woonsituatie in de polder. Er zit zeker een kern van waarheid in. We lachen er hartelijk om. Mijn kinderen leerden in hun jeugd vooral dat je ruimte om je heen hebt en dat buren altijd tot steun zijn. Misschien dachten ze dat dat zo zou blijven: mooie dingen wennen immers snel en scheppen verwachtingen.

Columns