Marleen Blommaert.
Volledig scherm
PREMIUM
Marleen Blommaert. © Joost Hoving

In een omgeving tussen natuur en akkers is het alsof alles zijn normale gangetje gaat

In de vroege ochtend hang ik de klamme was op de draad. Mijn handen verkleumen langzaam. De wind bolt de witte lakens en snijdt door mijn te optimistisch gekozen voorjaarstrui. Ik ril. Een winddichte jas was meer op zijn plaats geweest. De zon is hier pas over een uurtje. Wanneer het lukt om een plekje zonder wind te vinden, is ‘ie al in staat om weldadig te warmen: echt terrasweer. Maar de terrassen zijn leeg, de stoelen gestapeld als wachters voor de deur. Dit keer niet wachtend op de zon, maar op het loslaten van de regels rond de afstand die we tot elkaar moeten bewaren. De meeste horeca-eigenaren zien de toekomst onzeker en met vrees tegemoet. Wie dit uit wil zingen, moet diepe zakken hebben. Ik prijs me gelukkig met een inkomen dat niet meteen is weggevallen.

  1. Te krap
    PREMIUM

    Te krap

    Vlak voor de coronacrisis kocht ik nog een fiets. Eentje die mij helpt fietsen, letterlijk en figuurlijk: een elektrische fiets. Van alle cadeaus die ik mezelf deed, is dit één van de betere. Ik merk dat ik veel makkelijker op de fiets stap en zodoende al twee keer meer fietste in de voorbije weken dan in de afgelopen jaren bij elkaar. Hij stond al langer op mijn verlanglijstje, maar zoals dat soms gaat, kwamen er tal van zaken tussen. Na de eerste zonnestraal dit voorjaar ging ik echter naar de lokale fietswinkel en kocht een droom van een fiets. Sindsdien geniet ik immens van het mooie weer en de tochtjes door Zeeuws-Vlaanderen.

Columns