Marleen Blommaert.
Volledig scherm
PREMIUM
Marleen Blommaert. © Joost Hoving

Ik word bliede als ik op de Beoostenblijsestraat rijd

COLUMN MARLEEN BLOMMAERTToen ik na jaren weer in Zeeuws-Vlaanderen verzeild raakte, hoorde daar natuurlijk ook het navigeren in de Zeeuwse polders bij. Meneer B. pikte al snel de ligging van het land op en met zijn mentale kaart van het gebied, was het aangenaam reizen. Maar soms moest ik alleen op pad en dan wilde het nog wel eens fout gaan. 

  1. Koude rillingen door nachtelijk kabaal
    PREMIUM
    Column Marleen Blommaert

    Koude rillingen door nachtelijk kabaal

    Hoewel februari nog moet beginnen, lijkt het soms alsof het voorjaar morgen al daar is. De Fantastische Meneer Vos vindt dat blijkbaar ook. Hij blafte deze week in de nachtelijke uren de longen uit zijn lijf, vermoedelijk op zoek naar een vrouwtje. Mijn vrouwtjesherder meende de roep te moeten beantwoorden. Gealarmeerd door haar aanhoudende geblaf stond ik dus om vier uur ’s ochtends op om naar de lokroep van de vos te luisteren en mijn hond tot stilte te manen.
  2. Misschien moeten we sommigen gaan vaccineren met gezond verstand
    PREMIUM
    COLUMN MARLEEN BLOMMAERT

    Misschien moeten we sommigen gaan vaccineren met gezond verstand

    Het is een korte feitelijke mededeling in de mail van een kennis: ‘ik sta op de wachtlijst voor een operatie’. Dat de operatie in kwestie noodzakelijk en urgent is, staat buiten kijf. Maar net als zovelen moet hij wachten en zijn ziel in lijdzaamheid bezitten. Mijn gedachten gaan uit naar hem en al diegenen van wie de operatie wordt uitgesteld. Voor sommigen betekent dat wat ongemak, als het bijvoorbeeld gaat om een knieoperatie, maar voor anderen is het een hachelijke zaak als het om kanker gaat. Het brengt nog meer onzekerheid in een onzekere situatie. De rij van wachtenden groeit.
  1. Ze zongen nog net geen Bella Ciao
    PREMIUM
    column Marleen Blommaert

    Ze zongen nog net geen Bella Ciao

    Bij mijn grootouders kon veel gezegd worden. We kwamen er dan ook graag en vaak. Maar er waren een paar dingen waar ze absoluut allergisch voor waren. En dat was klagen over iets dat we moesten doen of over iets dat we niet hadden. Hun reactie: ,,Gij zou eens een oorlog meegemaakt moeten hebben!” Voor ons leek die oorlog een eeuw geleden. Voor hen was het een recent verleden dat gepaard ging met onvrijheid, angst en armoe. Ze vonden ons gezeur behalve vervelend ook onvoorstelbaar. Niks gewend en hopeloos verwend. Ergens tussen dat moment en nu is het begrip vrijheid langzaam verschoven.

Columns