Marleen Blommaert.
Volledig scherm
PREMIUM
Marleen Blommaert. © Joost Hoving

Hete luchtballon

column marleen blommaertHoewel het uitzonderlijke warme dagen zijn voor de tijd van het jaar, worden we ook al getrakteerd op handschoenochtenden. De kou verdrijft in hoog tempo mijn slaperigheid ’s ochtends. Kleine speldenprikken in mijn gezicht verraden dat de temperatuur zich rond het vriespunt bevindt. Als het landschap dan ook nog in een mager zonnetje wordt gezet, loop ik met een glimlach door de polder. De berm is wit uitgeslagen van de kou. De honden lopen al spelend door het bevroren gras. De kou deert hen niet. Zolang ze mee mogen, vinden ze alles best. In de berm staan groepjes bruine paddenstoelen, dicht op elkaar alsof ze elkaars warmte zoeken. Geen idee hoe ze heten, maar paddenstoelen geven mij altijd het gevoel dat er iets wonderlijks gaande is diep in de bodem. Het merendeel van de schimmels zit daar veilig opgeborgen. Het is slechts het vruchtlichaam dat zich in de herfst met al zijn pracht aan ons toont.

  1. Wachten tot kerst, want dan is de rumtopf op zijn best
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Wachten tot kerst, want dan is de rumtopf op zijn best

    Waar de natuur in het begin van de lente nog aarzelend op gang kwam vanwege een gebrek aan warmte, lijkt ze nu bezig aan een inhaalspurt. De overvloedige regen en de warmte van de afgelopen tijd doen alles uit de grond vliegen. Zelfs de eerste aardbeien van de kouwe grond beginnen hier te kleuren. Helaas heeft de jonge hond ze inmiddels ook ontdekt. We zien hem met zijn spitse neus in het aardbeienbed wroeten op zoek naar rijpe exemplaren. De groene laat ‘ie hangen, zo slim is ‘ie wel. De andere hond wacht op de eerste pruimen en moerbeien. Ze hebben zo hun voorkeuren, de beesten.
  2. Het stormseizoen is onmiskenbaar begonnen
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Het stormsei­zoen is onmisken­baar begonnen

    Het stormseizoen is onmiskenbaar begonnen afgelopen week. In de tuin sleur ik zaterdag een grote takkenbos achter me aan. Want zaterdag is afgewaaide-takken-dag of maak-de-vlier-een-kopje-kleiner-dag. Het is nog koud ’s ochtends. Onhandig beweeg ik mezelf voort, met onder mijn armen meterslange vliertakken. De takken blijven plots haken aan, hoe kan het ook anders … een vlierstruik. ,,Nee, laat los!” klinkt mijn stem vermoeid in de stille polder.

Columns