Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

Het lijkt of de daling van insecten, net als in een achtbaan opeens is versneld

COLUMN MARLEEN BLOMMAERTHet is meer dan tien jaar geleden dat we op deze plek neerstreken.

Een ongemakkelijk groot huis op de mooiste plek van Nederland. Bij zo’n huis hoort zo'n soort tuin. Dat klopt, ook de tuin is ongemakkelijk groot. Toen we er kwamen zag de tuin er keurig uit. Daar moesten de vetplanten groeien, daar de dennen en de sparren, daar de stekelige palmen. Nergens een onkruidje te bekennen. Vakkundig platgespoten met bestrijdingsmiddelen van allerlei aard om terras, schommels, schuren en paden te beschermen.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Moeders
    PREMIUM
    COLUMN MARLEEN BLOMMAERT

    Moeders

    Kindjessuiker, dat ken je toch wel? vraag ik aan mijn collega. Hij kijkt me glazig aan. ‘Doopsuiker’ dan? Een voorzichtig schudden van zijn hoofd maakt duidelijk dat het niet aan het woord ligt. Hij kent het hele fenomeen niet. Het is een traditie waarbij op een mooie manier verpakte suikerbonen tijdens kraambezoek uitgedeeld worden aan de visite. Een oude traditie hier. Dat ze het in Den Haag niet kenden wist ik wel, maar hier op een steenworp afstand, aan de andere kant van de Westerschelde evenmin?
  2. Achteraf
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Achteraf

    Het aardige van de geschiedenisles vond ik de verhaallijnen en de onontkoombare opbouw naar de meestal noodlottige afloop van die verhalen. Niemand die het op tijd aan zag komen of in staat was het af te wenden. Eerst begreep ik dat niet en kwam tot de conclusie dat we nu dan toch wel een stuk slimmer moesten zijn. Later begreep ik dat het lastig is om de toekomst te voorspellen en dat het moeilijk is om het “nu” goed te zien als je er bovenop staat. De gedachte dat we nu slimmer zijn, staat de laatste tijd sowieso wat onder druk.
  1. Stoppen
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Stoppen

    De boodschappen zijn opgeruimd. De wekelijkse gang om de voorraadkast aan te vullen zit er weer op. Tot mijn grote vreugd stond het kraam met zelfgebreide sokken er ook weer. Daar kon ik niet langs zonder nog enkele paren aan te schaffen. Ik ruim de prachtige sokken op waar aandacht, ervaring en liefde in zit. Ik hoop dat de maaksters nog lang mogen breien. Als ik ze opvouw, voel ik opeens ook iets tastbaars in de sok. Voorzichtig haal ik het eruit. Het is een klein beetje wol, voor het geval er een gaatje ontstaat. Indien nodig kan ik de sok dan stoppen. Ik zie mijn oma en moeder voor me en ben ontroerd door het beetje wol dat uit voorzorg is meegeleverd. Wie doet dat nog: stoppen? Ik leerde het ooit.

Columns