Volledig scherm
Katjes in de bomen. © PZC

'Een oogverblindende schoonheid die me toeroept dat de lente eraan komt'

COLUMN MARLEEN BLOMMAERTDe griep kan maar moeilijk afscheid nemen. De luchtwegen zijn nog dichtgeslibd maar de koorts is geweken en ook de blafhoest beperkt zich tot een of twee uitbarstingen per dag. In het kader van het herstel ben ik begonnen met wandelen in de gezonde buitenlucht.

Na meer dan een week binnen, vind ik dat wel een tikje fris. Een snijdende noordoostenwind beneemt het beetje adem dat ik heb. Maar gezond vriesweer is het volgens velen, dus hijgend sleep ik mezelf door de polder. De wind snijdt de slijmvliezen open en de sluisdeuren waarachter het snot en de slingers zich verschansen gaan krakend en piepend open.

De hond loopt voorop, blij dat de baas eindelijk van het bed is opgestaan en de wijde wereld weer intrekt. Mopperend op het jaargetij en toch nog glibberend over de klei loop ik met het hoofd gebogen. Opeens zie ik bruine zaaddoosjes glinsterend op mijn pad. Het lijken wel kleine beukennootjes. Maar er staat geen beuk in de beurt. 

Ik richt mijn blik omhoog en kijk in de kroon van een wilg die getooid is met honderden zilveren katjes die glinsteren in de zon. Het zachte dons van de katjes voert me terug naar mijn jeugd. Gefascineerd was ik door het zachte van de pluisjes. Ik kon er niet vanaf blijven als mijn moeder ze in een vaas zette. Ze kondigden de komst van de lente aan. Onmiskenbaar komt-ie eraan. Ondanks kou, schaatskoorts, griep en verkoudheid.

De ganzen op het water zijn al druk bezig met de voorbereidingen van hun nesten waar hun jongen over enige tijd uit het ei zullen kruipen. De mannetjes vechten om het mooiste plekje en het mooiste vrouwtje, zodat hun nakomelingen de mooiste zullen zijn in de verre omtrek. Het schouwspel speelt zich af op de kreek die bezaaid is met diamanten die de zon op deze dag tevoorschijn tovert. Een oogverblindende schoonheid die me toeroept dat de lente eraan komt. Dat hoestje zal verdwijnen en aan het slijm komt ook een eind. Hoe dan ook.

Volledig scherm
Columniste Marleen Blommaert © PZC
PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Hier en nu
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Hier en nu

    Het is zondagochtend. De enige dag in de week dat ik mezelf een loom opstaanritme gun. Meneer B. praat een kamer verderop op iets te luide toon tegen de hond. Zoals sommige ouders tegen hun kinderen spreken in de trein. Een optreden is het eigenlijk. Niet bedoeld voor het kind maar voor de reizigers in de treincoupé. In het huidige geval ben ik het publiek. Meneer praat over bazinnen die de hond zullen uitlaten en bazen die koffie blijven drinken. Het regent. Ondertussen blijf ik stoïcijns via Youtube luisteren naar een Amerikaanse meneer die zinnige dingen zegt over geweld in communicatie. Het is nog vroeg.
  2. We vinden deze werklozen kennelijk inwisselbaar, niet belangrijk
    PREMIUM
    COLUMN MARLEEN BLOMMAERT

    We vinden deze werklozen kennelijk inwissel­baar, niet belangrijk

    Waar de zon nog niet heeft geschenen, is het onzichtbaar glad. Waar de zon schijnt, is het meteen warm en oogverblindend. De IJsheiligen zijn nog ver weg en daarmee ook het voorjaar. Maar Buurman Jan is jarig begin februari. Zijn verjaardag brengt de lente mee en de eerste lieflijke bloeiers langs de kant van de weg. Mijn wandeling is dan ook net iets verder dan gebruikelijk. Ik speur in de graskant naar de hoopvolle kleine groeiers. Tegenover het huis van Buur Peter staan ze in grote hoeveelheden. Sneeuwklokjes, klein en maagdelijk wit. Spreekwoordelijke schoonheid in eenvoud.
  1. Ga je mee?
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Ga je mee?

    Ga je mee? vraagt meneer B. Meteen zeg ik ja, ook al hoorde ik niet wat hij daarvoor zei. Onze uitstapjes van de afgelopen tijd hebben de ongelukkige neiging om steeds op het allerlaatste moment niet door te gaan. Meneer B. heeft het te goed naar zijn zin op de dijk en zodoende zijn we bovendien veel minder op stap dan vroeger. De uitstapjes hebben vaak een landelijk thema. Ik ga graag uit en dus ook graag mee. Of het nu een kweker in Zomergem of Bodegraven is. Maar vandaag doen we mondain: Antwerpen. De stad (of ’t Stad, zoals ze daar zeggen) waar ik het liefste vertoef, vermoedelijk omdat er van kinds af aan vele stappen liggen.
  2. De hel waar de moeder in Clinge doorheen gaat tart mijn voorstellingsvermogen
    PREMIUM
    COLUMN MARLEEN BLOMMAERT

    De hel waar de moeder in Clinge doorheen gaat tart mijn voorstel­lings­ver­mo­gen

    In de grauwe ochtend klinkt het geschetter van een eenzame ekster over de akkers. De vogel vliegt op uit een dode boom, De boom is afgebroken en vermoedelijk door de bliksem getroffen. Ik speur gauw naar een tweede ekster en denk aan het kinderrijmpje dat Loes, mijn te vroeg overleden vriendin, dan altijd opzei: “One for sorrow, Two for joy, Three for a girl, Four for a boy, Five for silver, Six for gold, Seven for a secret, Never to be told…”. Ik lachte haar bijgelovigheid altijd weg. In mijn hoofd draaien de films van haar warmte en vriendschap. Zelfs na zoveel jaren missen ik en mijn kinderen haar nog steeds.

Columns