Volledig scherm
© Joost Hoving

Appeltjes

Column Marleen BlommaertMeneer B. heeft de afgelopen jaren nogal wat fruitbomen geplant, waaronder appelbomen. Hij droomt ervan om ooit nog eens zijn eigen cider en calvados te gaan maken. Veel bomen betekent veel fruit. Daar moet je dan wat mee. 

We laten buren en vrienden delen in de overvloed. Maar zelfs dan is er nog meer dan genoeg, zelfs in deze droge en hete zomer. De van oorsprong Schotse appel James Grieve vindt deze zomer veel te warm en heeft de helft van zijn vruchten al laten vallen en hij is niet de enige. Er ligt veel valfruit in de tuin. Zonde om er niks mee doen moet hij gedacht hebben.

"Appelstroop! Heb jij dat wel eens gemaakt"? “Nee“ antwoord ik. “Hahaaa!” roept hij triomfantelijk uit. Meneer B. kent de keuken vooral als de plek waar de lege borden heen moeten na het eten. Zijn koken beperkt zich tot het klaarmaken van een hamburger als wij dames onze vleesloze dagen hebben. Dus de kans dat hij iets maakt wat ik nog niet maakte, is inderdaad klein.

Hij begint met kilo's appels te rapen. In mijn twee grote soeppannen kookt hij ze tien minuten. Hij laat ze daarna een hele nacht staan in de pan (deksel mag er niet af!). De volgende dag moet het door een passeerdoek (een beetje rare theedoek volgens meneer B.) en knijp je zoveel mogelijk vocht uit de appels. Dat vocht moet je drie á vier uur laten inkoken onder geregeld roeren. Veel roeren, zeker op het laatst als het gaat geleren (“Nee, de pan gaat echt niet kapot”). Als het een honingachtige consistentie (vloeibaar) heeft, is het gereed. In de potjes en klaar! Nou ja potjes, een kilo of drie vier appels levert een half jampotje op ongeveer. Maar het moet gezegd, het is goddelijk lekker. Zonder suiker, slechts bestaande uit het ingedikte sap van de appelen. De smaak proeft als de mengelmoes aan bomen uit onze tuin: James Grieve, Discovery, Dries, Cox. Een enkele Goudreinet. De verhouding? Geen idee. Maar meneer B. gaat hier spijt van krijgen.

Hij mag vaker de keuken in.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. In The Year...
    PREMIUM
    column Marleen Blommaert

    In The Year...

    Ik wist het tot voor kort niet. Maar wat we echt nodig hebben, is onderzoek naar de bevolkingsgroei en snel een beetje! Eminente, politieke voormannen hebben er goed over nagedacht en zijn het daarover eens. In 2060 zouden er weleens 20 miljoen Nederlandse inwoners kunnen zijn. Drie miljoen meer dan nu. Overbevolking dreigt dus en dat komt vooral door mensen die hier willen wonen maar niet geboren zijn: Immigratie noemen we dat. De Anderen.
  2. Brood
    PREMIUM
    COLUMN MARLEEN BLOMMAERT

    Brood

    Het is nog vroeg. De kilte van de nacht wordt langzaam verdreven door de zonnestralen. De dauw is net vertrokken. Ik loop over onze dijk op deze verstilde zondagochtend. De stilte en de geur van de naderende herfst doen een drukke week vergeten. De pelotons wielrenners met hun nerveuze fluitjes en geschreeuw zijn er nog even niet. Ook alle auto’s slapen nog. Het geritsel van de bladeren is het enige dat de stilte van de herfst doorbreekt. Als de hond na enige tijd een vers reeënspoor oppikt, komt daar het ongegeneerde gesnuif van de hondenneus bij en het geritsel van haar lijf door het hoge gras: Snuif, snuif, swoesj, swoesj.
  3. Sprookjes
    PREMIUM
    column marleen blommaert

    Sprookjes

    Ik kijk graag naar science fiction. Star Trek, dr. Who, van alles, als het maar verzonnen is. Het is een onschuldige manier om te vluchten uit de werkelijkheid en me onder te dompelen in een denkbeeldige wereld. Als kind was ik ook al dol op sprookjes en dit zijn mijn volwassen sprookjes. De verhalen lopen langs voorspelbare lijnen: harmonie, het conflict/de val, de held staat op, hulp/vrienden, de tocht, de ontberingen en de verrijzenis. Zoiets ongeveer en ook voor de honderdste keer kijk ik er met plezier naar. Ik weet dat het verzonnen is en als het boek of de aflevering voorbij is, ga ik rustig verder met mijn normale leven.
  4. Het begin
    PREMIUM
    Column Marleen Blommaert

    Het begin

    We zitten in een comfortabele bus met airco. Buiten is het heet. De conducteur vraagt waar we naartoe willen en geeft ons kaartjes. Hij helpt de mensen die niet precies weten waar ze naartoe moeten met eindeloos engelengeduld. “Was het bij een tankstation? Een blauw of een rood tankstation? Ik wil jullie niet zomaar ergens achterlaten.” Hij waarschuwt de mensen als de bus stopt en roept duidelijk de halte om. We zijn op de plek waar de Europese beschaving begon waardoor het misschien beter is blijven hangen.

Columns