Volledig scherm
Columnist Maikel Harte © PZC

Rokers

 Woensdagavond viel ik middenin een film over de Elfstedentocht van 1963. De legendarische tocht die werd gewonnen door Reinier Paping. Aangezien we waarschijnlijk geen Elfstedentocht meer zullen meemaken, moeten we het maar met films doen.

De tocht van ’63 leent zich daar uitstekend voor. De omstandigheden waren zo erbarmelijk dat van de 10.000 toerrijders er slechts 67 de finish haalden. Het ene beeld van door sneeuwstormen ploeterende schaatsers volgde het andere op, een beetje eentonig was het eigenlijk wel.

Het beeld dat bij mij het meest bleef hangen was dat van rokers in een ziekenhuis. In de film lag Chantal Janzen te bevallen, terwijl haar zogenaamde echtgenoot de Elfstedentocht aan het rijden was. Ondertussen stonden ze in de gangen volop te paffen. Werd er vroeger in de ziekenhuizen gerookt? Of was dit een verkeerd detail in de film? Een klein niet-wetenschappelijk onderbouwd onderzoekje mijnerzijds bevestigde dat.

Je kan het je nu niet meer voorstellen, maar vroeger mocht je roken in het ziekenhuis. Ik kan het me niet meer herinneren, maar ik heb dan ook nooit gerookt. Als niet-roker had ik wel altijd te doen met patiënten die aan de ingang stonden te smoren. Je trof ze vaak voor de draaideuren in een badjas op pantoffels, sommigen zelfs met een infuus in de hand en dan in de andere hand een peuk. Iets triestigs had dat eerlijk gezegd wel.

Tegenwoordig zijn de rokers verbannen naar een soort bushokje op de parking. Dat hok zal te zijner tijd echter ook wel verdwijnen en zo wordt een roker langzaam maar zeker net zo zeldzaam als een schaatser die nog eens een Elfstedentocht mag rijden.

Mij heb je er niet mee, ik rook immers niet. Ik ben al lang blij dat je in het ziekenhuis nog gewoon een kaasbroodje of een saucijzenbroodje kan kopen. Heerlijk, zo’n vette hap!

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Mark
    PREMIUM
    COLUMN MAIKEL HARTE

    Mark

    Ieder jaar help ik rond Pasen een skelterrace te organiseren in Oud-Terneuzen, het is een ludieke verwijzing naar de Vliegende Hollander die ooit op paaszondag Terneuzen verliet. Het is vooral erg grappig en het draait om de gezelligheid, maar zoals zo vaak wakkert het feit dat mensen iets kunnen winnen, al is het maar een beker, toch een bepaald fanatisme aan. Dat zie ik bij mezelf en dat zie ik bij anderen. Ik geniet daarvan. Dat heeft ervoor gezorgd dat je zoiets onbenulligs als een skelterrace de laatste jaren niet meer zomaar wint. Daar moet je fit en slim voor zijn.
  2. Party
    PREMIUM
    column maikel harte

    Party

    Of ik op wilde treden op de Gender Reveal Party van hun zoon? Op de wat? Ik wist niet wat ik las. Het mailtje lezende kwam ik er achter wat de bedoeling was. Het ging om een opa en oma in spe die hun eerste klein kind verwachtten en een optreden van mij aan hun zoon en schoondochter cadeau wilden doen. Hun zoon en schoondochter zouden namelijk een feestje gaan geven ter ere van de bekendmaking van het geslacht (dat heet dus een ‘gender reveal party’). Het zou volgens hen leuk zijn als ik dat kwam opleuken met liedjes en anekdotes, want ik was tenslotte ook vader.

Columns