Volledig scherm
© Joost Hoving

Tragisch

column maan leoDe portier is een invalide - en ik heb een nieuwe telefoon. Preciezer: ik heb de allernieuwste hypermoderne zakcomputer waar ik af en toe mee zal bellen, een telefoon is het niet meer te noemen. Mijn vorige toestel was trouwer aan zijn eigen aard. Schroomvallig stelde dat apparaatje me in staat een foto te maken of de weg te vinden, maar het was duidelijk dat dergelijke functies slechts tot de bijzaken van zijn bestaan behoorden. Nu paradeer ik echter rond met een extravagant speeltje dat een maandsalaris waard is. Toch blijft de verwachte euforie uit. Ik ben huiverig om mijn dure telefoon te gebruiken, en de paar keer dat ik er mee gebeld heb, kon ik mijn gesprekspartner amper verstaan.

Terwijl ik aldus de tragische uitkomst van mijn doorgeschoten consumptiedrift overpeins , moet ik denken aan de roman ‘Nooit meer slapen’ van W.F. Hermans. De hoofdpersoon Alfred gaat op geologische expeditie met een chic kompas: ‘Het is een vrij groot instrument, met een nauwkeurige graadverdeling, rechthoekige grondplaat, vizieren, hellingmeter, waterpas en spiegel.’ Zijn reisgezel Arne heeft een andere houding ten aanzien van zijn gereedschap: ‘Nu zie ik wat er aan dat versleten touwtje om zijn hals is vastgemaakt. Het is een padvinderskompasje van plastic. Omdat het een vloeistofkompas is, wijst het altijd wel min of meer het noorden aan, ook als het niet horizontaal ligt.’ Dat laatste zal verderop in het boek nog relevant worden: juist het simpele kompasje van Arne wijst de juiste richting, maar Alfred weigert het vertrouwen in zijn dure kompas op te geven, met tragische consequenties.

Ben ik in dit verhaal de Alfred die verblind door de luxe van zijn gadget niet ziet dat het eigenlijk niet werkt? Misschien moet ik me troosten met de gedachte dat het met hem beter afloopt dan met Arne...

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Kafka, híér!
    PREMIUM
    COLUMN MAAN LEO

    Kafka, híér!

    Ik wil een hondje. Bijgevolg zou ik me moeten bezighouden met de vraag of ik zo’n dier bij het asiel of bij een fokker moet halen, wat het juiste ras is en of mijn echtgenoot wel bereid is mijn schattebout uit te laten. Maar eigenlijk kan ik alleen maar denken aan de naam. Dat wil zeggen: de ideale naam, die zowel luchtig als diepzinnig is, grappig en gevat, perfect passend en tegelijk heerlijk ongepast. Om de keuze te vergemakkelijken heb ik allerlei hondennamen gecategoriseerd.

Columns