Schrijfgod

column Maan LeoMijn man, Peter Drehmanns, is net zoals ik schrijver, maar dan fulltime. Als er een nieuw boek van hem verschijnt, is hij aanvankelijk zo blij als een kind. Zo ook onlangs, bij de doop van zijn 12e roman. Om zijn blijheid te onderstrepen had hij een daverende presentatie bedacht die plaatsvond in de loods van een decorbouwcollectief. 

Volledig scherm
© Joost Hoving

Het klapstuk van dit evenement betrof een opzienbarende ouverture waarbij mijn echtgenoot zijn entree maakte in een koets die werd voortgetrokken door een man in een eekhoornpak. Na een ereronde te midden van het verblufte publiek stapte hij uit, gehuld in een gouden boksjas. Onder begeleiding van een opzwepende soundtrack klom hij vervolgens op een trampoline en begon zijn niet meer al te soepele lichaam te lanceren. 

Na een onverantwoord aantal vermetele sprongen, waarbij men vreesde dat hij een doodsmak zou maken, stuiterde hij naar een met reuzenpaddenstoelen omzoomd podium. Daar liet hij zich eerst als een imperator toejuichen om daarna te verklaren dat al die rekwisieten (trampoline, paddenstoelen, eekhoorn) een belangrijke rol spelen in zijn nieuwe roman.

Grappig bedacht, dacht ik toen ik van de eerste schrik en gêne was bekomen. Maar tegelijk ontwaarde ik ook al een inktzwarte wolk boven het met een aureool omgeven hoofd van mijn man. Uit ervaring wist ik namelijk dat deze dolle vreugde een zeer beperkte houdbaarheidsdatum had. Na deze glorieuze avond zou mijn man zoals altijd in een metersdiepe put donderen om daar de eerstvolgende weken knarsetandend of nagelbijtend door te brengen, wachtend op een recensie van zijn nieuwe meesterwerk. En in die periode, die nu dus is aangebroken, moet ik zijn chagrijn verdragen en zien te verzachten. 

Als ik bij mijn volgende columns dus wat minder scherp uit de hoek kom, weet u waar het aan ligt.

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Kafka, híér!
    PREMIUM
    COLUMN MAAN LEO

    Kafka, híér!

    Ik wil een hondje. Bijgevolg zou ik me moeten bezighouden met de vraag of ik zo’n dier bij het asiel of bij een fokker moet halen, wat het juiste ras is en of mijn echtgenoot wel bereid is mijn schattebout uit te laten. Maar eigenlijk kan ik alleen maar denken aan de naam. Dat wil zeggen: de ideale naam, die zowel luchtig als diepzinnig is, grappig en gevat, perfect passend en tegelijk heerlijk ongepast. Om de keuze te vergemakkelijken heb ik allerlei hondennamen gecategoriseerd.

Columns