Nabestaanden

Column Maan LeoZo, die donorwet is aangenomen. Fijn voor Pia, fijn voor alle mensen die wanhopig aan het wachten zijn op een orgaan. Toch zit me iets dwars. 

Volledig scherm
© Joost Hoving

Mijn bezwaar heeft niets te maken met de vraag of de overheid zich met de kwestie moet bemoeien. De overheid bemoeit zich in Nederland nou eenmaal met bijna alles; dat we behoorlijk welvarend en gelukkig in dit landje samenwonen is daar het gevolg van. Wees blij. Wees blij ook dat de overheid zich juist in dit soort zaken mengt. Dan is het niet aan elke individuele arts of nabestaande om hier een richting in te kiezen. Laten we maar niet stilstaan bij de miljoenen die het kost om ons over de wet te informeren. Of bij het feit dat mensen die NEE invullen volgens mij ook onderaan op de wachtlijst moeten staan.

Nee, mijn bezwaar heeft te maken met iets dat voor veel tegenstanders van de wet een hele opluchting leek: de invloed van de nabestaanden op de uiteindelijke beslissing. Ik vind het een uiterst onprettig idee dat aan mijn sterfbed opeens een religieus familielid kan opduiken dat bezwaar maakt tegen een besluit dat ik heb genomen. Maar ook zonder plots op het toneel springende godvruchtige lieden is het een raar idee. Ik maak nú een doordachte, gefundeerde overweging. Zonder druk en zo rationeel mogelijk maak ik die. En dan, in extremis, moeten mijn nabestaanden die beslissing nog eens overdoen. Onder grote tijdsdruk, belaagd door hevige gevoelsaandoeningen, met weinig slaap moeten ze het proces herhalen dat ik met zoveel zorg heb doorlopen. Opeens is míjn besluit over míjn dode lichaam verkruimeld en ben ik afhankelijk van de in gepeperde emotie gemarineerde breinen van mijn familie. Amper voorstelbaar dat men dan tot rationele overwegingen in staat is. De overheid kan me niets schelen; ik ben juist bang voor mijn nabestaanden!

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Treurbuisdilemma
    PREMIUM
    COLUMN MAAN LEO

    Treurbuis­di­lem­ma

    Ik ben twee maanden geleden verhuisd. Een uitgelezen moment om al mijn bezittingen eens kritisch te evalueren. Tien vuilniszakken kleding sleepte ik naar het Leger des Heils en een collega is een integrale pannenset rijker. Eén object dat deze schifting niet overleefde, was mijn tv. Maandenlang al toonde hij zijn flakkerende tronie nog maar zelden aan mij. Die paar keer dat hij mij toch meende te moeten aangapen, kon ik mijn frustratie over de overdaad aan reclame en de compleet onterecht bekende Nederlanders amper beteugelen. Het is natuurlijk ook gewoon een onooglijk object. Om een lang verhaal kort te maken: mijn nieuwe stulpje is tv-loos.

Columns