Volledig scherm
© Joost Hoving

Dagdroom

Ah, ze zijn er weer. De Moestuintjes bij iedere vijftien euro aan boodschappen. Het is alweer het vierde jaar dat we massaal aan het tuinieren gaan. Ook mij trekt het wel aan: het idee dat je helemaal zelf voor je voedsel zorgt. Het gevoel dat er onder mijn zorgzame handen nieuw leven groeit. Het verlangen naar een tijd waarin je nog wist waar je eten vandaan kwam.

Maar toch knaagt er iets. Ik heb namelijk nog nooit een effectief stuk groente uit zo’n knus vierkant doosje gegeten. Ik ken ook niemand die dat wel heeft gedaan. Enig zoeken op het internet levert vooral veel foto’s van kurkdroge aarde op. Heel af en toe zie ik een miezerig bosje wortels, en bij hoge uitzondering een bleek ogend tomaatje.

Het is duidelijk dat je van de AH-Moestuintjes je gezin niet kunt voeden. Eigenlijk is dat ook wel logisch. Stel dat elk Moestuintje tot een robuuste, gezonde, groente producerende plant zou uitgroeien. Dan zou niemand meer naar de winkel hoeven voor de boodschappen. Het hele kapitalistische systeem zou naar de mallemoer gaan. Nederland zou veranderen in een oase waar we gemoedelijk onze oogst uitwisselen.

We zouden ons gaan verdiepen in het inmaken van de groenten die we ’s zomers uit de grond halen zodat we ook ’s winters nog voldoende te bunkeren hebben.

Omdat het verbouwen van ons voedsel zoveel tijd kost, houden we op met werken: het geld hebben we toch niet meer nodig.

De AEX stort in, maar we hebben er geen weet van omdat we zo ijverig en gezellig bezig zijn in onze tuintjes.

Auto’s worden overbodig, de snelwegen veranderen in parken. Door gebrek aan soja en maïs stort de bio-industrie in en elk gezin in Nederland bezit een adorabel varkentje dat door liefde en zorg omringd wordt.

Het Moestuintje als katalysator van een nieuwe wereldorde, ik kan niet wachten!

PZC gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Kafka, híér!
    PREMIUM
    COLUMN MAAN LEO

    Kafka, híér!

    Ik wil een hondje. Bijgevolg zou ik me moeten bezighouden met de vraag of ik zo’n dier bij het asiel of bij een fokker moet halen, wat het juiste ras is en of mijn echtgenoot wel bereid is mijn schattebout uit te laten. Maar eigenlijk kan ik alleen maar denken aan de naam. Dat wil zeggen: de ideale naam, die zowel luchtig als diepzinnig is, grappig en gevat, perfect passend en tegelijk heerlijk ongepast. Om de keuze te vergemakkelijken heb ik allerlei hondennamen gecategoriseerd.

Columns