Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Marja Jansen

Vlaamse koleire: mijn telefoon gaf de geest

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMErgernis. Ongeloof. Diepe verontwaardiging. Nijdigheid. Duivelse gramschap. Pure onversneden Vlaamse koleire. Het gevoel de voorhamer door de broeikasramen te willen slingeren. En dat niet één keer. 

  1. Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras
    PREMIUM

    Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras

    Deze week was het zover. Hier had ik naar uitgekeken. De eerste keer dat ik weer gras kon maaien. Dat vind ik altijd een wonderbaarlijk moment, de sapstromen die weer op gang komen als aanloop naar de vroege lente. Niets ruikt lekkerder dan de geur van vers gemaaid gras. Of die van hooi en stro, beetje opgewarmd in zonlicht. Het zijn geuren die al duizenden jaren geroken worden, en misschien zijn ze zelfs onderdeel van ons DNA geworden.
  2. Met een XL spuitbus ga ik op jacht
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Met een XL spuitbus ga ik op jacht

    Het beest dat mij het meest de keel uithangt is terug: de mug. Geen enkel ander dier kan me zo tot waanzin drijven (behalve misschien zo’n grote strontvlieg die me snorrend om de oren vliegt en die tegen de wetten van de zwaartekracht in mijn witgeverfde plafond onder de zwarte stippen schijt.) Maar wederom, zoals elke zomer, ben ik tot de tanden toe gewapend: een XL spuitbus, twee toestellen met een gifreservoir voor in het stopcontact (mocht er eentje leegraken), en een onverwoestbare mepper. Als ik in mijn bed lig en ze aan de rafelranden van mijn slaperige bewustzijn al in de verte hoor zoemen, knip ik terstond alle lichten aan, spring ik met mijn zintuigen op scherp het bed uit en ga met een monomaniakale concentratie op jacht.
  1. De eerste keer in Domburg
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    De eerste keer in Domburg

    Ik woon al zestien jaar in Zeeuws-Vlaanderen, maar vorige week was ik voor de eerste keer in Domburg. Ik mijd al te toeristische plekken, maar de drukte viel gelukkig mee. Er was ruimte genoeg op het strand en in het bos en de Duitsers bleven op afstand. De zegeningen van corona. In de winkelstraat, die waarin Ristorante Verdi zich bevond (de pizzeria waar ik een pepperoni pizza bestelde waarop na grondige inspectie geen pepperoniworst te bespeuren viel en de blonde serveerster me stellig liet verstaan dat bij haar Ristorante Verdi pepperoni pizza met pepertjes was), de enige straat van Domburg die ik ben doorgelopen, stond een man die het fietsverkeer regelde, het is te zeggen, hij verplichtte de fietsers af te stappen en al wandelend verder te gaan. Op korte beentjes liep hij heen en weer en op zijn hesje stond: Coronacoach. Het deed me denken aan cockroach, Engels voor kakkerlak. En ik had nog niet eens een pint op.

Columns