Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom © Marja Jansen

Toen ik eruit kwam waren mijn zaadballen zoek

column Jan VantoortelboomDeze ochtend komt een beroemde Zeeuwse schrijver op bezoek. Hij heeft net zijn derde roman uit: Het bordeel aan het einde van de straat. Fascinerende titel. Net zoals zijn eerdere steengoede romans, In het museum en Jaren van de Tijger zal ik zijn nieuwste natuurlijk ook lezen. 

  1. Lustige Linda dacht dat ze zwanger was
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Lustige Linda dacht dat ze zwanger was

    Ik heb er een weekje Frankrijk op zitten: zon, zee, strand, 36 graden en lustige Linda. Dat was buitengewoon aangenaam. De heen- en terugweg reisde ik op de traditionele manier: in een zeventien jaar oude Suzuki Ignis, niet meer dan 110 km/u, geen airco (het lampje brandde wel, maar ik ontdekte op het verkeerde moment dat het ding niet functioneerde), open ramen dus, en de heuvels op en af schakelen als een gek.
  2. Wildbeestige jarenzestigseks met een wilgenteenzweepje als voorspel
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Wildbeesti­ge jarenzes­tig­seks met een wilgenteen­zweep­je als voorspel

    Vandaag stond ik in de Plus in Kloosterzande in de rij te wachten. Ik was er snel heen gegaan om een beloning voor mijn tweeling te halen. Ik had ze namelijk een chocoladeletter en een grote zak pepernoten beloofd als ze zich gedroegen bij de tandarts en de 9-jaarsprik. Die uitgestelde belofte haalde niet veel uit: bij de tandarts kregen ze ruzie over wie er eerst op de stoel ging liggen en na veel vijven en zessen en een waarschuwing van mijn kant dat ze die avond hun Ipad zouden moeten missen, heb ik er zelf maar een als eerste op gelegd.
  1. Corona verwart onze paniekreflex
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Corona verwart onze paniekre­flex

    Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd.

Columns