Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom © Marja Jansen

Meester Baas was de beste kletser van het dorp

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMWat ze hier in Nederland niet kennen is de vrolijke traditie van de nieuwjaarsbrief. Dat was altijd lachen. Vooral voor de nonkels en tantes die aangeschoten, paffend en vol verwachting zaten te wachten. En dat waren er nogal wat: zeven aan mijn vaders kant en zes aan mijn moeders kant. Keer twee, want ze waren allen getrouwd. En elk jaar kwam uit tenminste één van die monden de clichénieuwjaarspoëzieregel: Liefste peter en meter, hoe meer dat u geeft, hoe beter!

  1. De postbode reed zichzelf op zijn scootertje kop over kloten
    PREMIUM
    COLUMN KAN VANTOORTELBOOM

    De postbode reed zichzelf op zijn scootertje kop over kloten

    Eergisteren reed de postbode op zijn scootertje zichzelf kop over kloten. Ik zat net voor mijn bureau, hier en daar lustig een stuk tekst weg te tikken en klikken toen ik een dreun hoorde. Zo’n scherpe knal van blikschade. De postbode reed frontaal tegen het voorwiel van mijn schoonvaders auto. Zowel auto als scooter kaduuk. De postbode had een fractie van een seconde voor postduif gespeeld, want hij had een duikvlucht over de motorkap gemaakt. En aan zijn postuur te zien zal hij niet als Spiderman zijn neergekomen, dat wist ik wel zeker. Maar gelukkig had ie niks, zag er alleen geschrokken, bevlekt, beverig en zweterig uit.
  1. Corona verwart onze paniekreflex
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Corona verwart onze paniekre­flex

    Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd.

Columns