Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom © Marja Jansen

Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaamse verwijtwoorden naar het hoofd

column Jan Vantoortelboom‘Geachte heer Vantoortelboom, ik zou graag een overeenkomst sluiten met u. Als ik dit semester een voldoende haal voor Engels, dan krijg ik van u een gesigneerd exemplaar van uw roman His Name Is David. En natuurlijk ben ik bereid ervoor te betalen. Bovendien vind ik uw columns in de PZC uitermate interessant! Ik had al een vermoeden dat u meer was dan een leraar! Dit is fantastisch.’ 

  1. Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?

    Het geluk zit in een klein hoekje. Het scheelde geen haar of ik was op mijn gezicht gegaan. Een of andere harde klodder modder, gedropt door een of andere tractor van een of andere loonwerker. Omdat ik zat te genieten van het streberige trekwerk van de halve husky die ik bezit en die me tot mijn dankbaarheid de aanschaf van een elektrische fiets doet uitstellen, had ik die klodder niet opgemerkt.
  2. ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts

    Tandartsen zijn de schrik van menig kind. Ik was er ook zo een. Dat had alles te maken met een tegen zijn pensioen aanhikkend heerschap met een indrukwekkende haardos uit zijn oren en een bril die zijn ogen twee keer zo groot deed lijken. Op een mooie zaterdagmorgen ging hij eens een tand trekken, overschatte zijn trekkracht schromelijk, kreeg die kies er dus niet goed uit, begon te wrikken, en ik die lag te kronkelen en hij die met zijn tang langs het glazuur schraapte omdat hij de grip verloor (dat geluid vergeet ik nooit meer) en ik die hem dan weer spastisch een knietje in zijn kruis gaf. Met andere woorden: het was er niet gezellig; het was een moderne martelkamer.

Columns