Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Camile Schelstraete

Het leven als essay

Naast mijn schrijverschap ben ik docent Engels. Een onderdeel van het lesprogramma bestaat uit het schrijven van een persoonlijk essay. Toen ik enige weken geleden de opdrachtspecifieke kenmerken introduceerde en de studenten op de hoogte bracht van hoe het essay geschreven en vooral gestructureerd diende te worden, maakte ik na afloop van de les, toen ik alleen in het leslokaal achterbleef en nog zat te herkauwen op wat ik zojuist had uitgelegd, in mijn gedachten een filosofische associatie tussen het schrijven van een essay en het leven zelf.

Ik had de studenten gewezen op de drie onderdelen: introductie, middenstuk en conclusie. De introductie vergeleek ik met een trechter: je begint breed, je cirkelt gestaag om je onderwerp heen om uiteindelijk uit te komen bij het centrale idee, ook wel thesis statement genoemd. Dat is meestal de laatste zin van de introductie. Het was het beeld van de trechter dat de associatie op gang bracht. 

  1. Bollix zelf waggelt testikelloos maar jolig door zijn hondenleven
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Bollix zelf waggelt testikel­loos maar jolig door zijn hondenle­ven

    Thuis ben ik degene die de dieren een naam geeft. Als schrijver wordt dat van me verwacht. Ik vind het een eer om te doen. Een dier hoort een naam te hebben. Zonder naam blijven ze hun leven lang een schaduw van het onbekende en onbekend maakt onbemind. Als een boer elke koe een naam gaf, dan zou het moeilijker zijn ze naar het slachthuis te brengen. Of een jager: kijk! Daar loopt haas Kromme Henkie, de papa van Rattekop en Snottebel. Schiet hem kapot!
  2. In een vitrinekast liggen de herinneringen van de schrijver
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    In een vitrine­kast liggen de herinnerin­gen van de schrijver

    Er wordt wel eens beweerd dat schrijvers visionaire kwaliteiten hebben en kunnen inschatten waar in de toekomst kansen of problemen opduiken. Ik denk onmiddellijk aan de Engelse schrijvers Aldous Huxley en George Orwell die in hun respectievelijk dystopische toekomstromans Brave New World (1932) en 1984 (1949) een angstaanjagende maatschappelijke realiteit beschrijven die veel lijkt op de hedendaagse werkelijkheid.

Columns