Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom

Het gevoel een weidepaal te roken in plaats van een joint

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMAls ik schrijf rook ik weleens. Ik moet dan uitkijken dat ik niet te veel opga in het verhaal, want anders valt de askegel van de sigaret of sigaar en brand ik daardoor mijn schrijfhok misschien nog eens af. Zo heb ik al schrijvende weleens een gat in mijn broek gebrand. Ik kreeg het in de gaten omdat het pijn begon te doen.

  1. Die jongen is dood: bomen buigen nooit
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Die jongen is dood: bomen buigen nooit

    In een zwembad in Gent zag ik een koppel met een lieftallig dochtertje. De man zag eruit als een zwaargewichtversie van de Ierse kooivechter Conor mcGregor. Hij droeg bovendien een al te blitse en kleurrijke kniehoge zwembroek die hij waarschijnlijk te elfder ure in zijn kast had gevonden. De vrouw straalde rust en gemoedelijkheid uit en zat gevangen in het bejaarde lijf van Pipi Langkous. Hun dochtertje zat aan het ronde tafeltje, duikbrilletje op haar voorhoofd. Een idyllisch tafereel.
  2. Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?

    Het geluk zit in een klein hoekje. Het scheelde geen haar of ik was op mijn gezicht gegaan. Een of andere harde klodder modder, gedropt door een of andere tractor van een of andere loonwerker. Omdat ik zat te genieten van het streberige trekwerk van de halve husky die ik bezit en die me tot mijn dankbaarheid de aanschaf van een elektrische fiets doet uitstellen, had ik die klodder niet opgemerkt.
  3. Meester Baas was de beste kletser van het dorp
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Meester Baas was de beste kletser van het dorp

    Wat ze hier in Nederland niet kennen is de vrolijke traditie van de nieuwjaarsbrief. Dat was altijd lachen. Vooral voor de nonkels en tantes die aangeschoten, paffend en vol verwachting zaten te wachten. En dat waren er nogal wat: zeven aan mijn vaders kant en zes aan mijn moeders kant. Keer twee, want ze waren allen getrouwd. En elk jaar kwam uit tenminste één van die monden de clichénieuwjaarspoëzieregel: Liefste peter en meter, hoe meer dat u geeft, hoe beter!
  1. De Zeeuwse jeugd aan de woorden
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    De Zeeuwse jeugd aan de woorden

    U weet: een groot deel van mijn tijd gaat naar schrijven, mensen helpen van de grond te komen bij het schrijven en verder begeleiden, manuscripten lezen en beoordelen van gevorderde schrijvers en bij een ontdekking van onwaarschijnlijk talent treed ik ook op als scout voor de topuitgeverijen. Maar ik wil het in mijn ongebreidelde ambitie nog veel breder trekken, ik wil de jongeren bereiken: de worstelende dagboekschrijfpubers, de onverzadigbare en bij zwak nachtlicht lezende lettervreters met uitgestelde en onzekere schrijfplannen, de pathologische en soms introverte fantasten die met hun oeverloze humor de wereld en de mensen om zich heen draaglijk maken en houden. Zelfs hier in Zeeland moet er toch een kweekvijver te vinden zijn voor toekomstig talent? In tegenstelling tot Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Groningen enzovoorts hebben we hier in Zeeland geen schrijversvakschool.

Columns