Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Camile Schelstraete

Een deinende lusthof vol naakte, exotische vrouwenlichamen

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMIedere mens droomt elke nacht, zegt men. Alleen herinneren velen van ons zich bij het ontwaken niets meer. Dat is bij mij meestal het geval, behalve vorige week. Die droom staat me nog levendig voor de geest. Het had misschien ook te maken met een slechte pint die ik de avond ervoor had gedronken, een Nederlands prutbiertje. 

  1. Met een XL spuitbus ga ik op jacht
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Met een XL spuitbus ga ik op jacht

    Het beest dat mij het meest de keel uithangt is terug: de mug. Geen enkel ander dier kan me zo tot waanzin drijven (behalve misschien zo’n grote strontvlieg die me snorrend om de oren vliegt en die tegen de wetten van de zwaartekracht in mijn witgeverfde plafond onder de zwarte stippen schijt.) Maar wederom, zoals elke zomer, ben ik tot de tanden toe gewapend: een XL spuitbus, twee toestellen met een gifreservoir voor in het stopcontact (mocht er eentje leegraken), en een onverwoestbare mepper. Als ik in mijn bed lig en ze aan de rafelranden van mijn slaperige bewustzijn al in de verte hoor zoemen, knip ik terstond alle lichten aan, spring ik met mijn zintuigen op scherp het bed uit en ga met een monomaniakale concentratie op jacht.
  1. ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts

    Tandartsen zijn de schrik van menig kind. Ik was er ook zo een. Dat had alles te maken met een tegen zijn pensioen aanhikkend heerschap met een indrukwekkende haardos uit zijn oren en een bril die zijn ogen twee keer zo groot deed lijken. Op een mooie zaterdagmorgen ging hij eens een tand trekken, overschatte zijn trekkracht schromelijk, kreeg die kies er dus niet goed uit, begon te wrikken, en ik die lag te kronkelen en hij die met zijn tang langs het glazuur schraapte omdat hij de grip verloor (dat geluid vergeet ik nooit meer) en ik die hem dan weer spastisch een knietje in zijn kruis gaf. Met andere woorden: het was er niet gezellig; het was een moderne martelkamer.
  2. Ik stak de loftrompet en ze bloeide open voor mijn ogen
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Ik stak de loftrompet en ze bloeide open voor mijn ogen

    Van de week ging ik weer eens mijn erf af om een reis te maken naar Het Groene Woud, een leslocatie van de Hogeschool Zeeland in Middelburg. Een erg mooie naam, vind ik dat, temeer omdat er een paar bomen in de buurt staan. Op de reis ernaartoe zag ik uit het niets twee gigantische zuilen van zonnestralen het aardoppervlak bereiken, net als de benen van een driehoek waarvan het snijpunt verholen lag in een dik wolkenpak. Maar tussen die benen, precies in het midden, lag een boerderij. De symboliek ervan deed me mijmeren over het leven in die boerderij: tussen licht en geluk in?

Columns