Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom © Marja Jansen

Designerbejaarde 2075

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMIk ben Cliënt E. Busken aan het lezen. Dat is de meest recente roman van Jeroen Brouwers, die de Libris Literatuur Prijs 2021 kreeg. Het verhaal: Een ouwe doofstomme knar met een voortjakkerende geest zit opgesloten in het verzorgingstehuis Huize Madeleine. Met alle ongemakkelijke, gênante en ontredderende taferelen van dien. Dat soort romans is wel in, heden ten dage. Misschien is dat een teken aan de wand en moeten er in die sector eens wat veranderingen worden doorgevoerd. Of misschien betekent het alleen dat er te veel stokoude schrijvers zijn.

  1. Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaamse verwijtwoorden naar het hoofd
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaam­se verwijt­woor­den naar het hoofd

    ‘Geachte heer Vantoortelboom, ik zou graag een overeenkomst sluiten met u. Als ik dit semester een voldoende haal voor Engels, dan krijg ik van u een gesigneerd exemplaar van uw roman His Name Is David. En natuurlijk ben ik bereid ervoor te betalen. Bovendien vind ik uw columns in de PZC uitermate interessant! Ik had al een vermoeden dat u meer was dan een leraar! Dit is fantastisch.’
  2. De politie, mijn beste vriend
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    De politie, mijn beste vriend

    Het is weer zover. De wereldwijde angst voor corona is min of meer bezworen en een ander, duisterder soort geweld komt onmiddellijk binnenvallen. Het geweld van individu tegen individu. Het beeld van George Floyd, de zwarte man die acht minuten lang de knie van een bleke politieagent op zijn nek moest verdragen en daarbij meerdere keren om hulp smeekte omdat hij niet kon ademhalen, heeft indruk op me gemaakt. Het is een beeld dat ik maar moeilijk kan begrijpen.
  1. Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit

    In een tent slapen is altijd een genot. Althans voor mijn tweeling. Dat vinden ze fantastisch. Ze hielpen me goed bij het opslaan ervan: de stokken aaneenrijgen en ze klaarleggen. Daarna hielden ze het voor gezien en gingen ze spelen en kon ik verder alleen de tent opzetten. Tegen de tijd dat de haringen in de grond geslagen moesten worden, kwamen ze terug en deden hun best om te helpen. Maar de hamer was zwaar en de grond hard.
  2. Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven

    Vroeger had ik op mijn kamer een instabiel vurenhouten rekje vol boeken. Het stond tegen de wand en ik kende alle titels van buiten. Nu heb ik twee prachtige stalen boekenrekken voor honderden boeken, met zo weinig mogelijk verloren ruimte, want de stalen platen zijn gemaakt op de doorsnee romanafmetingen. Als de boeken echt groot zijn, kan ik ze nog horizontaal op elkaar leggen. De rekken zijn gemaakt door mijn schoonvader, een man met gouden handen. En het mooiste is de buiging erin, alsof de wand rond is.

Columns