Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom © Marja Jansen

De Zeeuwse jeugd aan de woorden

column Jan VantoortelboomU weet: een groot deel van mijn tijd gaat naar schrijven, mensen helpen van de grond te komen bij het schrijven en verder begeleiden, manuscripten lezen en beoordelen van gevorderde schrijvers en bij een ontdekking van onwaarschijnlijk talent treed ik ook op als scout voor de topuitgeverijen. Maar ik wil het in mijn ongebreidelde ambitie nog veel breder trekken, ik wil de jongeren bereiken: de worstelende dagboekschrijfpubers, de onverzadigbare en bij zwak nachtlicht lezende lettervreters met uitgestelde en onzekere schrijfplannen, de pathologische en soms introverte fantasten die met hun oeverloze humor de wereld en de mensen om zich heen draaglijk maken en houden. Zelfs hier in Zeeland moet er toch een kweekvijver te vinden zijn voor toekomstig talent? In tegenstelling tot Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Groningen enzovoorts hebben we hier in Zeeland geen schrijversvakschool.

  1. Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit

    In een tent slapen is altijd een genot. Althans voor mijn tweeling. Dat vinden ze fantastisch. Ze hielpen me goed bij het opslaan ervan: de stokken aaneenrijgen en ze klaarleggen. Daarna hielden ze het voor gezien en gingen ze spelen en kon ik verder alleen de tent opzetten. Tegen de tijd dat de haringen in de grond geslagen moesten worden, kwamen ze terug en deden hun best om te helpen. Maar de hamer was zwaar en de grond hard.
  2. Zonder contrast zouden we gek worden
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Zonder contrast zouden we gek worden

    Ik hou van blauw. Van die lange, oneindige lentelucht waarin ik kan blijven kijken en wegdromen en de gedachten onwillekeurig terug gaan naar vervlogen lentes en zomers, van de blauwe schittering van de Middellandse Zee, het blauw dat ik zojuist zag blinken boven de bek van een eend die stil naast me in de diepe sloot op het water dreef, van de blauwe schittering van het dak van een schuur, van het diepe donkere blauw van een plek op het lichaam die herinnert aan verdwenen pijn. Blauw is zacht, blauw is rust, blauw is ruim.

Columns