Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
Jan Vantoortelboom. © Camile Schelstraete

De meeste bejaarden deugen

column Jan VantoortelboomMeme, mijn grootmoeder aan moederszijde, woonde op een boerderij in Loppem, een dorpje nabij Brugge. Als kind bezocht ik haar samen met mijn broer en ouders om de twee weken op zondagmiddag. Dan moesten we koffie drinken waar ik van kokhalsde en speelden we iets verderop in het bos in een grot waarin Mariabeelden stonden en kaarsen en rode theelichtjes brandden. Voor de grot meanderde een diep uitgesneden beekje onder een wandelbrug door. Vaak onderdrukte ik de neiging om erin te springen.

Haar leven lang sliep meme in het bed waarin ze werd verwekt, waarin ze beviel van haar zeven eigen kinderen - dus ook van mijn moeder - en waarin ze uiteindelijk stierf. Dat bed is het enige wat ik na haar dood heb meegenomen. 

Ik wilde het boven in mijn schrijfkamer opslaan, er een museumstuk van maken en er misschien zelf eens in slapen. Wie weet kreeg ik tijdens de nacht woorden van mijn moeder ingefluisterd. Maar het hout was poederdroog en wormstekig en verpulverde toen ik het uit elkaar haalde, dus heb ik het maar weggedaan.

Meme van Loppem.
Volledig scherm
Meme van Loppem. © Pieter Nolf

Ik had respect voor meme. Dat was niet evident, want toen ik een eigenzinnige tiener was had ik de overtuiging dat je niet zomaar respect voor bejaarden moest hebben juist omdat ze een hoge leeftijd hadden bereikt. Wat als je buurman van tachtig een klootzak was die in zijn gezonde jaren een kwade afdronk had en zijn vrouw en kinderen sloeg? Of erger: wat als die vrouw van negentig kampbewaarster was geweest tijdens de oorlog? 

Quote

Meme had een bochel en mijn kinderen waren bang voor haar, want als ze achter haar stonden, zagen ze haar hoofd niet

Zo dacht ik toen. Maar voor meme had ik respect. Ze was 21 toen de oorlog uitbrak en dagelijks eieren moest brengen naar de Duitse soldaten die bij hen ingekwartierd waren. Ze verloor haar man. Hij was 57 toen hij zich in de stal waarin wij nooit mochten spelen aan een spant verhing. (De ladder stond er nog en stiekem kropen we er toch op en verschuilden ons vol ontzag op de stoffige zolder.) Hij stierf in 1975, het jaar waarin ik werd geboren en er een foto is gemaakt toen ik na het doopsel in zijn armen lag. Ze verloor haar dochter – mijn moeder – en twee zonen. Maar krakkemikkig als haar lichaam was, ze ging door. Haar geest bleef vlijmscherp en ze was niet gezegend met een slecht geheugen. Ze absorbeerde soaps en volgde de geboortes van de kleinkinderen en achterkleinkinderen op de voet. Alle data kende ze van buiten. Op hoge leeftijd had ze een bochel en mijn kinderen waren bang voor haar, want als ze achter haar stonden, dan zagen ze haar hoofd niet. Nooit kreeg ik hen op schoot bij meme. 

Ze werd uiteindelijk 92. Voor haar begrafenis had ik een tekst geschreven en ik las die voor. Ik noemde haar daarin Jenny, niet meme. Want als je respect hebt voor iemand, dan roem je de naam die ze hun hele leven hebben gedragen. Nu durf ik te stellen dat de meeste bejaarden deugen en dat respect voor ouderen, alleen al omdat ze de littekens van de verstreken jaren met zich meedragen, meestal op zijn plaats is.

  1. De wereld als zandbak
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    De wereld als zandbak

    Ruim voor het coronavirus de wereld gijzelde ben ik begonnen in Grote verwachtingen van Geert Mak. Het is het vervolg op het succesvolle In Europa dat vijftien jaar geleden verscheen. Omdat het boek over de eerste twee decennia van deze eeuw gaat, dus zeer recente geschiedenis, las ik het met een zekere urgentie. Maar sinds corona heb ik het gevoel dat ik lees over een stoffig verleden, over een wereld die niet meer bestaat en er niet meer toe doet. Vaak denk ik bij geschiedenis aan een slingerbeweging, aan uitersten, want per slot van rekening zijn het de heftigste gebeurtenissen, zoals revoluties, oorlogen, ziektes, de wrede daden van dictators et cetera die de geschiedenisboeken halen.
  2. Tuur
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Tuur

    Tuur woont in Ossenisse, een steenworp bij me vandaan. Hij heeft in Terneuzen een garage met belendende scooterzaak en al een jaar of vijftien repareert hij mijn auto. Zelden heb ik een mens met meer plezier in zijn werk ontmoet. Hij is eind zestig en het is zijn lust en zijn leven, antwoordt hij als ik vraag wanneer hij met pensioen gaat. Zijn handen doen mij aan die van mijn vader denken, die werkte ook in een garage: eeltige huid, altijd zwart van het smeer en de olie, niet schoon te krijgen, zelfs niet met korrelig waspoeder dat bij ons thuis in een bokaal naast de warmwaterkraan stond. Harde handen van een zachtaardige man.
  1. In de tweede helft van mijn twintiger jaren bleek ik ook bezig met zingeving
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    In de tweede helft van mijn twintiger jaren bleek ik ook bezig met zingeving

    Slechts een handvol weken voordat het coronavirus de media terroriseerde, las ik een artikel in een krant over de wanhopige zoektocht van mensen naar geluk en over psychiaters die heden ten dage supersterren zijn, maar ook overwerkt omdat de mensen er voor elke zucht naartoe sprinten. Woorden zoals piekbeleving en gelukseconomie kleefden aan mijn ogen. In datzelfde artikel hebben een aantal bekende psychiaters het over eenzaamheid bij jongeren door gebrek aan zingeving en dat die zingeving vooral te vinden is in De Ander en dat we dus wat ‘zitvlees’ in relaties moeten kweken en ‘niet bij het eerste zuchtje tegenwind moeten afhaken’.
  2. Online lesgeven maakt sommige leraren weer menselijk
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Online lesgeven maakt sommige leraren weer menselijk

    Ik ken een jongen die dit schooljaar samen met een groep vrienden tegen het ontmoedigingsbeleid van de school in, is overgestapt van 4 vmboT naar 4 havo. Voor het eerst in de schoolcarrière van die jongen, die al vanaf groep 4 gekenmerkt werd door schoolmoeheid, vertelde hij mij over zijn wedervaren tijdens de wiskundeles en met name over de persoonlijke benadering van de wiskundeleraar. Het motto van de leraar was: ‘hoe minder zielen, hoe meer vreugd.’

Columns