Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Camile Schelstraete

De lepel

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMIk weet dat hij er ligt, tussen al de andere dessertlepels, want ik heb hem er twee jaar geleden zelf neergelegd. Hij is de enige in zijn soort, met een kunstzinnig handvat en hij ligt daar verweesd. Hij is al oud en heeft meer dan veertig jaar de vier monden van het gezin van mijn kindertijd bediend. Het is er niet aan te zien. 

  1. Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven

    Vroeger had ik op mijn kamer een instabiel vurenhouten rekje vol boeken. Het stond tegen de wand en ik kende alle titels van buiten. Nu heb ik twee prachtige stalen boekenrekken voor honderden boeken, met zo weinig mogelijk verloren ruimte, want de stalen platen zijn gemaakt op de doorsnee romanafmetingen. Als de boeken echt groot zijn, kan ik ze nog horizontaal op elkaar leggen. De rekken zijn gemaakt door mijn schoonvader, een man met gouden handen. En het mooiste is de buiging erin, alsof de wand rond is.
  1. Met een XL spuitbus ga ik op jacht
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Met een XL spuitbus ga ik op jacht

    Het beest dat mij het meest de keel uithangt is terug: de mug. Geen enkel ander dier kan me zo tot waanzin drijven (behalve misschien zo’n grote strontvlieg die me snorrend om de oren vliegt en die tegen de wetten van de zwaartekracht in mijn witgeverfde plafond onder de zwarte stippen schijt.) Maar wederom, zoals elke zomer, ben ik tot de tanden toe gewapend: een XL spuitbus, twee toestellen met een gifreservoir voor in het stopcontact (mocht er eentje leegraken), en een onverwoestbare mepper. Als ik in mijn bed lig en ze aan de rafelranden van mijn slaperige bewustzijn al in de verte hoor zoemen, knip ik terstond alle lichten aan, spring ik met mijn zintuigen op scherp het bed uit en ga met een monomaniakale concentratie op jacht.
  2. Meester Baas was de beste kletser van het dorp
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Meester Baas was de beste kletser van het dorp

    Wat ze hier in Nederland niet kennen is de vrolijke traditie van de nieuwjaarsbrief. Dat was altijd lachen. Vooral voor de nonkels en tantes die aangeschoten, paffend en vol verwachting zaten te wachten. En dat waren er nogal wat: zeven aan mijn vaders kant en zes aan mijn moeders kant. Keer twee, want ze waren allen getrouwd. En elk jaar kwam uit tenminste één van die monden de clichénieuwjaarspoëzieregel: Liefste peter en meter, hoe meer dat u geeft, hoe beter!

Columns