Schrijver Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Schrijver Jan Vantoortelboom. © Camile Schelstraete

Coronapark

column jan vantoortelboomDezer dagen verricht ik maar al te graag handenarbeid. Het bedaart de gedachten over wat er zich op dit moment in de wereld afspeelt. In de tuin bouwen we een schilder- en schrijfatelier met slaapgelegenheid voor wel zes personen. Ik heb plannen om er workshops te organiseren voor aspirant-schrijvers, om er met gelijkgestemden te praten over boeken en literatuur. Maar dat is toekomstmuziek.

  1. De politie, mijn beste vriend
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    De politie, mijn beste vriend

    Het is weer zover. De wereldwijde angst voor corona is min of meer bezworen en een ander, duisterder soort geweld komt onmiddellijk binnenvallen. Het geweld van individu tegen individu. Het beeld van George Floyd, de zwarte man die acht minuten lang de knie van een bleke politieagent op zijn nek moest verdragen en daarbij meerdere keren om hulp smeekte omdat hij niet kon ademhalen, heeft indruk op me gemaakt. Het is een beeld dat ik maar moeilijk kan begrijpen.
  1. Het leven als essay
    PREMIUM

    Het leven als essay

    Naast mijn schrijverschap ben ik docent Engels. Een onderdeel van het lesprogramma bestaat uit het schrijven van een persoonlijk essay. Toen ik enige weken geleden de opdrachtspecifieke kenmerken introduceerde en de studenten op de hoogte bracht van hoe het essay geschreven en vooral gestructureerd diende te worden, maakte ik na afloop van de les, toen ik alleen in het leslokaal achterbleef en nog zat te herkauwen op wat ik zojuist had uitgelegd, in mijn gedachten een filosofische associatie tussen het schrijven van een essay en het leven zelf.
  2. Tuur
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Tuur

    Tuur woont in Ossenisse, een steenworp bij me vandaan. Hij heeft in Terneuzen een garage met belendende scooterzaak en al een jaar of vijftien repareert hij mijn auto. Zelden heb ik een mens met meer plezier in zijn werk ontmoet. Hij is eind zestig en het is zijn lust en zijn leven, antwoordt hij als ik vraag wanneer hij met pensioen gaat. Zijn handen doen mij aan die van mijn vader denken, die werkte ook in een garage: eeltige huid, altijd zwart van het smeer en de olie, niet schoon te krijgen, zelfs niet met korrelig waspoeder dat bij ons thuis in een bokaal naast de warmwaterkraan stond. Harde handen van een zachtaardige man.

Columns