Jan Vantoortelboom
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom © Marja Jansen

Corona verwart onze paniekreflex

column jan vantoortelboomIk herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd. 

  1. Een idiote sport door overbetaalde jongens beoefend
    PREMIUM

    Een idiote sport door overbetaal­de jongens beoefend

    Af en toe kijk ik weer eens een potje prutvoetbal. Dat doe ik telkens bij een WK of EK. Maar deze keer kan het me maar weinig bekoren. Het is een idiote sport beoefend door overbetaalde jongens. We kennen het wel ondertussen: brood en spelen, eten en amusement. Maar zelfs het amusement vind ik er dezer dagen niet in. De paar wedstrijden die ik heb gezien waren bedroevend: veilig en dus saai, geen voluit spel met risico's. Misschien ligt het aan het feit dat er ook veel nieuwelingen tussen zitten en omdat ik het voetbal nooit volg en opeens al die nieuwe koppen zie. Dus word ik geconfronteerd met het feit dat ik verouderd ben.
  2. Die jongen is dood: bomen buigen nooit
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Die jongen is dood: bomen buigen nooit

    In een zwembad in Gent zag ik een koppel met een lieftallig dochtertje. De man zag eruit als een zwaargewichtversie van de Ierse kooivechter Conor mcGregor. Hij droeg bovendien een al te blitse en kleurrijke kniehoge zwembroek die hij waarschijnlijk te elfder ure in zijn kast had gevonden. De vrouw straalde rust en gemoedelijkheid uit en zat gevangen in het bejaarde lijf van Pipi Langkous. Hun dochtertje zat aan het ronde tafeltje, duikbrilletje op haar voorhoofd. Een idyllisch tafereel.

Columns