Jan Vantoortelboom.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan Vantoortelboom. © Camile Schelstraete

Bollix zelf waggelt testikelloos maar jolig door zijn hondenleven

COLUMN JAN VANTOORTELBOOMThuis ben ik degene die de dieren een naam geeft. Als schrijver wordt dat van me verwacht. Ik vind het een eer om te doen. Een dier hoort een naam te hebben. Zonder naam blijven ze hun leven lang een schaduw van het onbekende en onbekend maakt onbemind. Als een boer elke koe een naam gaf, dan zou het moeilijker zijn ze naar het slachthuis te brengen. Of een jager: kijk! Daar loopt haas Kromme Henkie, de papa van Rattekop en Snottebel. Schiet hem kapot! 

  1. Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaamse verwijtwoorden naar het hoofd
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaam­se verwijt­woor­den naar het hoofd

    ‘Geachte heer Vantoortelboom, ik zou graag een overeenkomst sluiten met u. Als ik dit semester een voldoende haal voor Engels, dan krijg ik van u een gesigneerd exemplaar van uw roman His Name Is David. En natuurlijk ben ik bereid ervoor te betalen. Bovendien vind ik uw columns in de PZC uitermate interessant! Ik had al een vermoeden dat u meer was dan een leraar! Dit is fantastisch.’
  2. Corona verwart onze paniekreflex
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Corona verwart onze paniekre­flex

    Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd.
  3. In de tweede helft van mijn twintiger jaren bleek ik ook bezig met zingeving
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    In de tweede helft van mijn twintiger jaren bleek ik ook bezig met zingeving

    Slechts een handvol weken voordat het coronavirus de media terroriseerde, las ik een artikel in een krant over de wanhopige zoektocht van mensen naar geluk en over psychiaters die heden ten dage supersterren zijn, maar ook overwerkt omdat de mensen er voor elke zucht naartoe sprinten. Woorden zoals piekbeleving en gelukseconomie kleefden aan mijn ogen. In datzelfde artikel hebben een aantal bekende psychiaters het over eenzaamheid bij jongeren door gebrek aan zingeving en dat die zingeving vooral te vinden is in De Ander en dat we dus wat ‘zitvlees’ in relaties moeten kweken en ‘niet bij het eerste zuchtje tegenwind moeten afhaken’.
  1. Fietser gewond bij ernstig ongeval bij Terneuzen
    Play

    Fietser gewond bij ernstig ongeval bij Terneuzen

  2. Mondkapjesplicht, dag één: 'Dat is even wennen'
    Play

    Mondkapjes­plicht, dag één: 'Dat is even wennen'

Columns