1. De Turk plaatste een linkse uppercut, en de knietjes van mijn broer hielden het niet meer
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    De Turk plaatste een linkse uppercut, en de knietjes van mijn broer hielden het niet meer

    Af en toe kijk ik weer eens een potje prutvoetbal. Dat doe ik telkens bij een WK of EK. Maar deze keer kan het me maar weinig bekoren. Het is een idiote sport beoefend door overbetaalde jongens. We kennen het wel ondertussen: brood en spelen, eten en amusement. Maar zelfs het amusement vind ik er dezer dagen niet in. De paar wedstrijden die ik heb gezien waren bedroevend: veilig en daardoor saai, geen echt voluit spel met risico’s. Misschien ligt het aan het feit dat er ook veel nieuwelingen tussen zitten en omdat ik het voetbal nooit volg en opeens al die nieuwe koppen zie. Dus word ik geconfronteerd met het feit dat ik verouderd ben.
  2. Een idiote sport door overbetaalde jongens beoefend

    Een idiote sport door overbetaal­de jongens beoefend

    Af en toe kijk ik weer eens een potje prutvoetbal. Dat doe ik telkens bij een WK of EK. Maar deze keer kan het me maar weinig bekoren. Het is een idiote sport beoefend door overbetaalde jongens. We kennen het wel ondertussen: brood en spelen, eten en amusement. Maar zelfs het amusement vind ik er dezer dagen niet in. De paar wedstrijden die ik heb gezien waren bedroevend: veilig en dus saai, geen voluit spel met risico's. Misschien ligt het aan het feit dat er ook veel nieuwelingen tussen zitten en omdat ik het voetbal nooit volg en opeens al die nieuwe koppen zie. Dus word ik geconfronteerd met het feit dat ik verouderd ben.
  3. Designerbejaarde 2075
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Designerbe­jaar­de 2075

    Ik ben Cliënt E. Busken aan het lezen. Dat is de meest recente roman van Jeroen Brouwers, die de Libris Literatuur Prijs 2021 kreeg. Het verhaal: Een ouwe doofstomme knar met een voortjakkerende geest zit opgesloten in het verzorgingstehuis Huize Madeleine. Met alle ongemakkelijke, gênante en ontredderende taferelen van dien. Dat soort romans is wel in, heden ten dage. Misschien is dat een teken aan de wand en moeten er in die sector eens wat veranderingen worden doorgevoerd. Of misschien betekent het alleen dat er te veel stokoude schrijvers zijn.
  1. Zonder contrast zouden we gek worden
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Zonder contrast zouden we gek worden

    Ik hou van blauw. Van die lange, oneindige lentelucht waarin ik kan blijven kijken en wegdromen en de gedachten onwillekeurig terug gaan naar vervlogen lentes en zomers, van de blauwe schittering van de Middellandse Zee, het blauw dat ik zojuist zag blinken boven de bek van een eend die stil naast me in de diepe sloot op het water dreef, van de blauwe schittering van het dak van een schuur, van het diepe donkere blauw van een plek op het lichaam die herinnert aan verdwenen pijn. Blauw is zacht, blauw is rust, blauw is ruim.
  2. Ik stak de loftrompet en ze bloeide open voor mijn ogen
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Ik stak de loftrompet en ze bloeide open voor mijn ogen

    Van de week ging ik weer eens mijn erf af om een reis te maken naar Het Groene Woud, een leslocatie van de Hogeschool Zeeland in Middelburg. Een erg mooie naam, vind ik dat, temeer omdat er een paar bomen in de buurt staan. Op de reis ernaartoe zag ik uit het niets twee gigantische zuilen van zonnestralen het aardoppervlak bereiken, net als de benen van een driehoek waarvan het snijpunt verholen lag in een dik wolkenpak. Maar tussen die benen, precies in het midden, lag een boerderij. De symboliek ervan deed me mijmeren over het leven in die boerderij: tussen licht en geluk in?
  1. ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts

    Tandartsen zijn de schrik van menig kind. Ik was er ook zo een. Dat had alles te maken met een tegen zijn pensioen aanhikkend heerschap met een indrukwekkende haardos uit zijn oren en een bril die zijn ogen twee keer zo groot deed lijken. Op een mooie zaterdagmorgen ging hij eens een tand trekken, overschatte zijn trekkracht schromelijk, kreeg die kies er dus niet goed uit, begon te wrikken, en ik die lag te kronkelen en hij die met zijn tang langs het glazuur schraapte omdat hij de grip verloor (dat geluid vergeet ik nooit meer) en ik die hem dan weer spastisch een knietje in zijn kruis gaf. Met andere woorden: het was er niet gezellig; het was een moderne martelkamer.
  2. Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras
    PREMIUM

    Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras

    Deze week was het zover. Hier had ik naar uitgekeken. De eerste keer dat ik weer gras kon maaien. Dat vind ik altijd een wonderbaarlijk moment, de sapstromen die weer op gang komen als aanloop naar de vroege lente. Niets ruikt lekkerder dan de geur van vers gemaaid gras. Of die van hooi en stro, beetje opgewarmd in zonlicht. Het zijn geuren die al duizenden jaren geroken worden, en misschien zijn ze zelfs onderdeel van ons DNA geworden.
  1. De postbode reed zichzelf op zijn scootertje kop over kloten
    PREMIUM
    COLUMN KAN VANTOORTELBOOM

    De postbode reed zichzelf op zijn scootertje kop over kloten

    Eergisteren reed de postbode op zijn scootertje zichzelf kop over kloten. Ik zat net voor mijn bureau, hier en daar lustig een stuk tekst weg te tikken en klikken toen ik een dreun hoorde. Zo’n scherpe knal van blikschade. De postbode reed frontaal tegen het voorwiel van mijn schoonvaders auto. Zowel auto als scooter kaduuk. De postbode had een fractie van een seconde voor postduif gespeeld, want hij had een duikvlucht over de motorkap gemaakt. En aan zijn postuur te zien zal hij niet als Spiderman zijn neergekomen, dat wist ik wel zeker. Maar gelukkig had ie niks, zag er alleen geschrokken, bevlekt, beverig en zweterig uit.
  2. Meester Baas was de beste kletser van het dorp
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Meester Baas was de beste kletser van het dorp

    Wat ze hier in Nederland niet kennen is de vrolijke traditie van de nieuwjaarsbrief. Dat was altijd lachen. Vooral voor de nonkels en tantes die aangeschoten, paffend en vol verwachting zaten te wachten. En dat waren er nogal wat: zeven aan mijn vaders kant en zes aan mijn moeders kant. Keer twee, want ze waren allen getrouwd. En elk jaar kwam uit tenminste één van die monden de clichénieuwjaarspoëzieregel: Liefste peter en meter, hoe meer dat u geeft, hoe beter!
  1. Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?

    Het geluk zit in een klein hoekje. Het scheelde geen haar of ik was op mijn gezicht gegaan. Een of andere harde klodder modder, gedropt door een of andere tractor van een of andere loonwerker. Omdat ik zat te genieten van het streberige trekwerk van de halve husky die ik bezit en die me tot mijn dankbaarheid de aanschaf van een elektrische fiets doet uitstellen, had ik die klodder niet opgemerkt.
  1. Wildbeestige jarenzestigseks met een wilgenteenzweepje als voorspel
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Wildbeesti­ge jarenzes­tig­seks met een wilgenteen­zweep­je als voorspel

    Vandaag stond ik in de Plus in Kloosterzande in de rij te wachten. Ik was er snel heen gegaan om een beloning voor mijn tweeling te halen. Ik had ze namelijk een chocoladeletter en een grote zak pepernoten beloofd als ze zich gedroegen bij de tandarts en de 9-jaarsprik. Die uitgestelde belofte haalde niet veel uit: bij de tandarts kregen ze ruzie over wie er eerst op de stoel ging liggen en na veel vijven en zessen en een waarschuwing van mijn kant dat ze die avond hun Ipad zouden moeten missen, heb ik er zelf maar een als eerste op gelegd.
  2. Voor de zot (ge)houden
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Voor de zot (ge)houden

    Magneetvissen. Dat is waar mijn jongste twee nu verzot op zijn. En ze zijn er zo verzot op omdat ik het spelletje buiten hun weten om manipuleer. We gaan magneetvissen bij het vissershuisje van een vriend, gelegen aan de grote plas de Vogel in Hengstdijk. Rondom dat vissershuisje blijkt een bodem aan onuitputtelijke schatten te liggen. Telkens als we ernaartoe gaan vindt mijn tweeling er bouten, moeren, schroeven, trampolineveren, ringen, zelfs een stuk ketting. Maar waar ze het meest op kicken, zijn oude munten uit vreemde landen.
  3. Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaamse verwijtwoorden naar het hoofd
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaam­se verwijt­woor­den naar het hoofd

    ‘Geachte heer Vantoortelboom, ik zou graag een overeenkomst sluiten met u. Als ik dit semester een voldoende haal voor Engels, dan krijg ik van u een gesigneerd exemplaar van uw roman His Name Is David. En natuurlijk ben ik bereid ervoor te betalen. Bovendien vind ik uw columns in de PZC uitermate interessant! Ik had al een vermoeden dat u meer was dan een leraar! Dit is fantastisch.’