1. Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras
    PREMIUM

    Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras

    Deze week was het zover. Hier had ik naar uitgekeken. De eerste keer dat ik weer gras kon maaien. Dat vind ik altijd een wonderbaarlijk moment, de sapstromen die weer op gang komen als aanloop naar de vroege lente. Niets ruikt lekkerder dan de geur van vers gemaaid gras. Of die van hooi en stro, beetje opgewarmd in zonlicht. Het zijn geuren die al duizenden jaren geroken worden, en misschien zijn ze zelfs onderdeel van ons DNA geworden.
  2. Mijn vakantiebusje is verkocht aan twee Marokkanen uit Amsterdam
    PREMIUM

    Mijn vakantie­bus­je is verkocht aan twee Marokkanen uit Amsterdam

    Mijn vakantiebusje is verkocht. Aan twee Marokkanen uit Amsterdam. Ja. In tegenstelling tot wat u nu misschien denkt, ging alles van een leien dakje. Zelfs de betaling. Bijzonder beleefde en eerlijke man, al ging ie net wat te lang door over het feit dat de olie wat gelig kleurde aan de rand van het dopje, dat de pook net iets te veel speling had en ook de twee blutsen aan de zijkant bleken de moeite van wat lange zinnen en onderhandelingspauzes waard.
  3. De postbode reed zichzelf op zijn scootertje kop over kloten
    PREMIUM
    COLUMN KAN VANTOORTELBOOM

    De postbode reed zichzelf op zijn scootertje kop over kloten

    Eergisteren reed de postbode op zijn scootertje zichzelf kop over kloten. Ik zat net voor mijn bureau, hier en daar lustig een stuk tekst weg te tikken en klikken toen ik een dreun hoorde. Zo’n scherpe knal van blikschade. De postbode reed frontaal tegen het voorwiel van mijn schoonvaders auto. Zowel auto als scooter kaduuk. De postbode had een fractie van een seconde voor postduif gespeeld, want hij had een duikvlucht over de motorkap gemaakt. En aan zijn postuur te zien zal hij niet als Spiderman zijn neergekomen, dat wist ik wel zeker. Maar gelukkig had ie niks, zag er alleen geschrokken, bevlekt, beverig en zweterig uit.
  1. Meester Baas was de beste kletser van het dorp
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Meester Baas was de beste kletser van het dorp

    Wat ze hier in Nederland niet kennen is de vrolijke traditie van de nieuwjaarsbrief. Dat was altijd lachen. Vooral voor de nonkels en tantes die aangeschoten, paffend en vol verwachting zaten te wachten. En dat waren er nogal wat: zeven aan mijn vaders kant en zes aan mijn moeders kant. Keer twee, want ze waren allen getrouwd. En elk jaar kwam uit tenminste één van die monden de clichénieuwjaarspoëzieregel: Liefste peter en meter, hoe meer dat u geeft, hoe beter!
  1. Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Zit er geen droltrol in die me naar beneden zal proberen te trekken?

    Het geluk zit in een klein hoekje. Het scheelde geen haar of ik was op mijn gezicht gegaan. Een of andere harde klodder modder, gedropt door een of andere tractor van een of andere loonwerker. Omdat ik zat te genieten van het streberige trekwerk van de halve husky die ik bezit en die me tot mijn dankbaarheid de aanschaf van een elektrische fiets doet uitstellen, had ik die klodder niet opgemerkt.
  1. Wildbeestige jarenzestigseks met een wilgenteenzweepje als voorspel
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Wildbeesti­ge jarenzes­tig­seks met een wilgenteen­zweep­je als voorspel

    Vandaag stond ik in de Plus in Kloosterzande in de rij te wachten. Ik was er snel heen gegaan om een beloning voor mijn tweeling te halen. Ik had ze namelijk een chocoladeletter en een grote zak pepernoten beloofd als ze zich gedroegen bij de tandarts en de 9-jaarsprik. Die uitgestelde belofte haalde niet veel uit: bij de tandarts kregen ze ruzie over wie er eerst op de stoel ging liggen en na veel vijven en zessen en een waarschuwing van mijn kant dat ze die avond hun Ipad zouden moeten missen, heb ik er zelf maar een als eerste op gelegd.
  2. Voor de zot (ge)houden
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Voor de zot (ge)houden

    Magneetvissen. Dat is waar mijn jongste twee nu verzot op zijn. En ze zijn er zo verzot op omdat ik het spelletje buiten hun weten om manipuleer. We gaan magneetvissen bij het vissershuisje van een vriend, gelegen aan de grote plas de Vogel in Hengstdijk. Rondom dat vissershuisje blijkt een bodem aan onuitputtelijke schatten te liggen. Telkens als we ernaartoe gaan vindt mijn tweeling er bouten, moeren, schroeven, trampolineveren, ringen, zelfs een stuk ketting. Maar waar ze het meest op kicken, zijn oude munten uit vreemde landen.
  3. Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaamse verwijtwoorden naar het hoofd
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Hij greep me bij mijn nekvel en slingerde me een aantal West-Vlaam­se verwijt­woor­den naar het hoofd

    ‘Geachte heer Vantoortelboom, ik zou graag een overeenkomst sluiten met u. Als ik dit semester een voldoende haal voor Engels, dan krijg ik van u een gesigneerd exemplaar van uw roman His Name Is David. En natuurlijk ben ik bereid ervoor te betalen. Bovendien vind ik uw columns in de PZC uitermate interessant! Ik had al een vermoeden dat u meer was dan een leraar! Dit is fantastisch.’
  1. Corona verwart onze paniekreflex
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Corona verwart onze paniekre­flex

    Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een indringende combinatie van angst en opwinding voelde. Het was 25 maart 1983. Ik was 7 jaar en slenterde de weg van school terug naar huis en toen ik van achter het milde bochtje, langs de hoge beuken en eiken van het bos, onze straat verder kon inkijken, zag ik dat mijn ouders op de stoep stonden. Ze praatten met de buren. Er stonden nog meer mensen buiten, overal klitten ze samen en waren druk aan het converseren. Ik herinner me de opwinding die ik voelde, mijn hartslag die opeens racete, want zoveel mensen buiten op straat betekende dat er iets gebeurd was, waarschijnlijk iets ergs. Ik weet nog dat ik begon te rennen. Toen ik bij mijn ouders en buren ging staan om mee te luisteren, verviel iedereen tot mijn teleurstelling in betekenisvol stilzwijgen. Het was pas in de beslotenheid van onze keuken, tijdens het avondeten, dat ik hoorde wat er die dag was gebeurd.
  1. Eerst was er niets en dan was er iets
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Eerst was er niets en dan was er iets

    Vroeger stond hier een lage jaren zestig schuur met een ijzeren poort en een dak van asbestplaten. Een bouwsel van de vorige eigenaar. De betonnen vloer bestond uit verschillende niveaus omdat er varkens, kippen en een paar stieren in werden vetgemest en er geulen nodig waren om de urine en ontlasting op te vangen. Er hingen TL-lampen die na verloop van tijd flikkerden en er de brui aan gaven en niet zelden stapte ik in het halfduister in zo’n verdomde geul of stootte ik mijn hoofd tegen een dwarsbalk vol roestige nagels.
  1. Blaastraining voor Film by the Sea
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Blaastrai­ning voor Film by the Sea

    Film by the Sea 2020 gaat van start. Dat is het Zeeuwse culturele evenement waar ik met het meeste plezier naartoe ga. Dat is begonnen in 2015, toen ik door oud-directeur en filmkenner Leo Hannewijk gevraagd werd om in de jury te zetelen. Een week lang elke dag verplicht drie films kijken op een prachtige locatie en elke avond, in het warme licht van de ondergaande septemberzon, dineren bij restaurant Solskin aan de boulevard in Vlissingen. Onlangs zag ik nog een foto van de restauranthouder met een gigantische peperbus, de grootte van een bazooka. De dag werd steevast afgesloten met meerdere drankjes en een diepe nachtrust in hotel Arion.
  2. Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven
    PREMIUM
    Column Jan Vantoortelboom

    Als ik vroeg zou komen te sterven, wilde ik ze een stem vanuit het graf geven

    Vroeger had ik op mijn kamer een instabiel vurenhouten rekje vol boeken. Het stond tegen de wand en ik kende alle titels van buiten. Nu heb ik twee prachtige stalen boekenrekken voor honderden boeken, met zo weinig mogelijk verloren ruimte, want de stalen platen zijn gemaakt op de doorsnee romanafmetingen. Als de boeken echt groot zijn, kan ik ze nog horizontaal op elkaar leggen. De rekken zijn gemaakt door mijn schoonvader, een man met gouden handen. En het mooiste is de buiging erin, alsof de wand rond is.
  1. Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Een krakende donderslag bonjourde ons bijna de tent uit

    In een tent slapen is altijd een genot. Althans voor mijn tweeling. Dat vinden ze fantastisch. Ze hielpen me goed bij het opslaan ervan: de stokken aaneenrijgen en ze klaarleggen. Daarna hielden ze het voor gezien en gingen ze spelen en kon ik verder alleen de tent opzetten. Tegen de tijd dat de haringen in de grond geslagen moesten worden, kwamen ze terug en deden hun best om te helpen. Maar de hamer was zwaar en de grond hard.
  2. De eerste keer in Domburg
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    De eerste keer in Domburg

    Ik woon al zestien jaar in Zeeuws-Vlaanderen, maar vorige week was ik voor de eerste keer in Domburg. Ik mijd al te toeristische plekken, maar de drukte viel gelukkig mee. Er was ruimte genoeg op het strand en in het bos en de Duitsers bleven op afstand. De zegeningen van corona. In de winkelstraat, die waarin Ristorante Verdi zich bevond (de pizzeria waar ik een pepperoni pizza bestelde waarop na grondige inspectie geen pepperoniworst te bespeuren viel en de blonde serveerster me stellig liet verstaan dat bij haar Ristorante Verdi pepperoni pizza met pepertjes was), de enige straat van Domburg die ik ben doorgelopen, stond een man die het fietsverkeer regelde, het is te zeggen, hij verplichtte de fietsers af te stappen en al wandelend verder te gaan. Op korte beentjes liep hij heen en weer en op zijn hesje stond: Coronacoach. Het deed me denken aan cockroach, Engels voor kakkerlak. En ik had nog niet eens een pint op.