1. Een Colombiaanse pygmee met een grafzerkgebit
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Een Colombiaan­se pygmee met een grafzerkge­bit

    Dit weekend komen drie vrienden van me op bezoek. Het is te zeggen, ik heb ze in geen dertig jaar gezien. Drie decennia geleden zagen we elkaar bijna elke dag, namelijk op de middelbare school in Ieper. Ik ben benieuwd hoe ze eruitzien, want ze zitten als jongens in mijn geheugen gegrift en de foto’s op Facebook verklappen ook niet alles. Ik vermoed dat ik bij de aanblik van hun hoofden en lichamen ook geconfronteerd zal worden met mijn eigen verouderingsproces. Maar dat is bijzaak.
  2. Ik kan een heethoofd zijn als het moet
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    Ik kan een heethoofd zijn als het moet

    Zoals elk jaar gaan mijn vrouw en ik naar het filmfestival Film by the Sea. We maken er een weekendje van. Dat is ontstaan nadat ik in 2015 eens in de vakjury mocht zetelen. Een onvergetelijke week met elke dag wel drie tot vier films (ook waardeloze), tafelen in Vlissingse restaurants (ook slecht eten), met veel drank (ook goedkope wijn en hoofdpijn), oesters (bijna gestikt) en een peperbus als een kanonsloop (de slappe lach kreeg ik toen; er was nog net geen strijkijzer voor nodig om de stuipen uit mijn gezicht te strijken).
  3. Een koe valt niet te onderschatten
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Een koe valt niet te onderschat­ten

    Een paar dagen geleden kreeg ik een berichtje van de buurman of ik wat tijd had. Dat had ik, want ik was op vakantie in eigen tuin. Mijn buurman is agrariër en ik ben trots op de boer. Er was een koe ontsnapt, zei hij. Eigenlijk al een paar dagen eerder. Hij had de hele polder afgezocht en zelfs met zo’n speciaal pak in de sloten zitten waden. Nergens was het beest te vinden. Maar nu wel. De koe zat in een maisveld aan de overkant van de straat.
  4. Ik wilde de man een fooi geven voor zijn getier
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Ik wilde de man een fooi geven voor zijn getier

    Vorige week bracht ik met mijn vrouw en tweeling een bezoekje aan het speel- en bunkerpark Groede Podium. Een dagje buiten zou de jongens goed doen, want ze zijn nogal verknocht aan hun iPad. Wat zeg ik? Verknocht? Het lijkt bijna een lichaamsdeel geworden, en dan geen nutteloze appendix, maar een levensnoodzakelijk en dus onmisbaar deel, zoals een neus, waarin ze trouwens van spanning van de filmpjes of spelletjes die ze spelen simultaan eens goed peuteren.
  1. Lustige Linda dacht dat ze zwanger was
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Lustige Linda dacht dat ze zwanger was

    Ik heb er een weekje Frankrijk op zitten: zon, zee, strand, 36 graden en lustige Linda. Dat was buitengewoon aangenaam. De heen- en terugweg reisde ik op de traditionele manier: in een zeventien jaar oude Suzuki Ignis, niet meer dan 110 km/u, geen airco (het lampje brandde wel, maar ik ontdekte op het verkeerde moment dat het ding niet functioneerde), open ramen dus, en de heuvels op en af schakelen als een gek.
  2. Die jongen is dood: bomen buigen nooit
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Die jongen is dood: bomen buigen nooit

    In een zwembad in Gent zag ik een koppel met een lieftallig dochtertje. De man zag eruit als een zwaargewichtversie van de Ierse kooivechter Conor mcGregor. Hij droeg bovendien een al te blitse en kleurrijke kniehoge zwembroek die hij waarschijnlijk te elfder ure in zijn kast had gevonden. De vrouw straalde rust en gemoedelijkheid uit en zat gevangen in het bejaarde lijf van Pipi Langkous. Hun dochtertje zat aan het ronde tafeltje, duikbrilletje op haar voorhoofd. Een idyllisch tafereel.
  1. De Zeeuwse jeugd aan de woorden
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    De Zeeuwse jeugd aan de woorden

    U weet: een groot deel van mijn tijd gaat naar schrijven, mensen helpen van de grond te komen bij het schrijven en verder begeleiden, manuscripten lezen en beoordelen van gevorderde schrijvers en bij een ontdekking van onwaarschijnlijk talent treed ik ook op als scout voor de topuitgeverijen. Maar ik wil het in mijn ongebreidelde ambitie nog veel breder trekken, ik wil de jongeren bereiken: de worstelende dagboekschrijfpubers, de onverzadigbare en bij zwak nachtlicht lezende lettervreters met uitgestelde en onzekere schrijfplannen, de pathologische en soms introverte fantasten die met hun oeverloze humor de wereld en de mensen om zich heen draaglijk maken en houden. Zelfs hier in Zeeland moet er toch een kweekvijver te vinden zijn voor toekomstig talent? In tegenstelling tot Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Groningen enzovoorts hebben we hier in Zeeland geen schrijversvakschool.
  1. Zullen we een plasje doen, meneer Toortelboom?
    PREMIUM
    column Jan Vantoortelboom

    Zullen we een plasje doen, meneer Toortel­boom?

    Ik was weer eens op bezoek bij ZorgSaam Terneuzen. Van tijd tot tijd gebeurt dat bij een mens. Ik had nogal wat koffie op, want ik hou wel van een stevige pot koffie in de ochtend. En ook nog wat superfoodgroenkruidenpoederspul opgelost in water dat me wonderbaarlijk helpt tegen maagzuur. Dus best wel wat gedronken. Nu heb ik al mijn hele leven lang een kleine blaas. Tenminste, dat zei mijn moeder altijd: Jantje drinkt water, Jantje moet plassen. Dus door de draaideur van ZorgSaam regelrecht naar de plee. Na de waterwerken naar de dokter waar ik een afspraak mee had. Dat ging niet zo vlot, want de dames hadden moeite met de papierhandel.
  2. Een idiote sport door overbetaalde jongens beoefend
    PREMIUM

    Een idiote sport door overbetaal­de jongens beoefend

    Af en toe kijk ik weer eens een potje prutvoetbal. Dat doe ik telkens bij een WK of EK. Maar deze keer kan het me maar weinig bekoren. Het is een idiote sport beoefend door overbetaalde jongens. We kennen het wel ondertussen: brood en spelen, eten en amusement. Maar zelfs het amusement vind ik er dezer dagen niet in. De paar wedstrijden die ik heb gezien waren bedroevend: veilig en dus saai, geen voluit spel met risico's. Misschien ligt het aan het feit dat er ook veel nieuwelingen tussen zitten en omdat ik het voetbal nooit volg en opeens al die nieuwe koppen zie. Dus word ik geconfronteerd met het feit dat ik verouderd ben.
  1. Zonder contrast zouden we gek worden
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Zonder contrast zouden we gek worden

    Ik hou van blauw. Van die lange, oneindige lentelucht waarin ik kan blijven kijken en wegdromen en de gedachten onwillekeurig terug gaan naar vervlogen lentes en zomers, van de blauwe schittering van de Middellandse Zee, het blauw dat ik zojuist zag blinken boven de bek van een eend die stil naast me in de diepe sloot op het water dreef, van de blauwe schittering van het dak van een schuur, van het diepe donkere blauw van een plek op het lichaam die herinnert aan verdwenen pijn. Blauw is zacht, blauw is rust, blauw is ruim.
  1. Ik stak de loftrompet en ze bloeide open voor mijn ogen
    PREMIUM
    COLUMN JAN VANTOORTELBOOM

    Ik stak de loftrompet en ze bloeide open voor mijn ogen

    Van de week ging ik weer eens mijn erf af om een reis te maken naar Het Groene Woud, een leslocatie van de Hogeschool Zeeland in Middelburg. Een erg mooie naam, vind ik dat, temeer omdat er een paar bomen in de buurt staan. Op de reis ernaartoe zag ik uit het niets twee gigantische zuilen van zonnestralen het aardoppervlak bereiken, net als de benen van een driehoek waarvan het snijpunt verholen lag in een dik wolkenpak. Maar tussen die benen, precies in het midden, lag een boerderij. De symboliek ervan deed me mijmeren over het leven in die boerderij: tussen licht en geluk in?
  2. ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts
    PREMIUM
    column jan vantoortelboom

    ‘Klein gatje, nie diep’ zei de Spaanse tandarts

    Tandartsen zijn de schrik van menig kind. Ik was er ook zo een. Dat had alles te maken met een tegen zijn pensioen aanhikkend heerschap met een indrukwekkende haardos uit zijn oren en een bril die zijn ogen twee keer zo groot deed lijken. Op een mooie zaterdagmorgen ging hij eens een tand trekken, overschatte zijn trekkracht schromelijk, kreeg die kies er dus niet goed uit, begon te wrikken, en ik die lag te kronkelen en hij die met zijn tang langs het glazuur schraapte omdat hij de grip verloor (dat geluid vergeet ik nooit meer) en ik die hem dan weer spastisch een knietje in zijn kruis gaf. Met andere woorden: het was er niet gezellig; het was een moderne martelkamer.
  1. Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras
    PREMIUM

    Niets ruikt lekkerder dan de geur van gemaaid gras

    Deze week was het zover. Hier had ik naar uitgekeken. De eerste keer dat ik weer gras kon maaien. Dat vind ik altijd een wonderbaarlijk moment, de sapstromen die weer op gang komen als aanloop naar de vroege lente. Niets ruikt lekkerder dan de geur van vers gemaaid gras. Of die van hooi en stro, beetje opgewarmd in zonlicht. Het zijn geuren die al duizenden jaren geroken worden, en misschien zijn ze zelfs onderdeel van ons DNA geworden.
  2. Mijn vakantiebusje is verkocht aan twee Marokkanen uit Amsterdam
    PREMIUM

    Mijn vakantie­bus­je is verkocht aan twee Marokkanen uit Amsterdam

    Mijn vakantiebusje is verkocht. Aan twee Marokkanen uit Amsterdam. Ja. In tegenstelling tot wat u nu misschien denkt, ging alles van een leien dakje. Zelfs de betaling. Bijzonder beleefde en eerlijke man, al ging ie net wat te lang door over het feit dat de olie wat gelig kleurde aan de rand van het dopje, dat de pook net iets te veel speling had en ook de twee blutsen aan de zijkant bleken de moeite van wat lange zinnen en onderhandelingspauzes waard.