Jan van Damme.
Volledig scherm
PREMIUM
Jan van Damme. © Joost Hoving

We zeumeren

Je hoort de zomer. De smalle bandjes van in nauwsluitend tricot gestoken wielrenners zingen op het asfalt. Uit voorbijrijdende auto's klinkt Zoutelande of de niet meer klein te krijgen Duncan Laurence. De zee op het bijna verlaten strand van Vlissingen kabbelt en babbelt alsof we ergens laat in augustus zitten. En ha, de gierzwaluwen zijn gearriveerd, tegen de avond scheren ze over onze tuin in de hoop op een door de zon loom geworden wesp.

  1. Het jaar loopt ten einde. We spitten, we wachten
    PREMIUM

    Het jaar loopt ten einde. We spitten, we wachten

    Het grote wachten is begonnen. Bomen op de binnendijken zijn half, bijna heel van hun blad ontdaan. Beneden op de akkers brommen bietenrooiers van einder naar einder en laten verpulverd groen achter. De aardappelvelden bieden met het afgestorven loof al een doodse aanblik. Mais wordt met veel kabaal van het land gereden. Eindelijk, afgelopen maand is het grondwater weer enigszins op peil gekomen. Borden met ‘slik’ en 'modder’ geven aan waar je je op glad ijs begeeft.
  2. Kok-ok-ok: zomaar een vreemdeling in de tuin
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    Kok-ok-ok: zomaar een vreemde­ling in de tuin

    Opeens trok mijn hoofd naar rechts. Kijk, daar had je het. Ik tufte op het gemakje van Middelburg naar Goes. Net voorbij waar Walcheren Beveland werd, rechts van de snelweg. Een heel veld gerst dat diep geel kleurde. Stijn Streuvels en Vincent van Gogh zouden er slapeloze nachten van gehad hebben. Zacht wuivend in de zucht van de passerende auto's. De baarden van de aren lichtjes naar de grond gebogen. Zomer, man, zomer.

Columns