Joost Hoving
Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

Verhitte hoofden uit de ramen, zwaaiende vuisten

Column Jan van DammeEindelijk, verzuchtten we twee maanden geleden. Na bijna een jaar dat we onze paraplu niet hadden hoeven uitklappen, zag het hobbelige weiland achter onze Noordweg er weer sappig uit. De poelen zijn daarin de graadmeter. Ze waren tot de rand gevuld. Hè hè.

  1. Niet kauwen, hadden we onderling afgesproken, dat vindt Hij vast niet lekker
    PREMIUM
    column jan van damme

    Niet kauwen, hadden we onderling afgespro­ken, dat vindt Hij vast niet lekker

    Ták. Een harde tik met het zakmes op de houten kerkbank. Onze meester keek er streng bij. Eén ták betekende dat we met z'n allen moesten opstaan. Na twee tákken mochten we in colonne naar voren naar de communiebank lopen. Schrijden zou ik nu zeggen, je werd geacht niet te huppen of te versnellen, waardig jongens, waardig. Ik had mijn witte overhemd aan met een strikje onder mijn kin. Sommige meisjes in mijn klas hadden een sluier op hun hoofd, alsof ze gingen trouwen.
  2. De spookstranden, de spookcampings, de spookterrassen, het doet wel zeer
    PREMIUM
    Column Jan van Damme

    De spookstran­den, de spookcam­pings, de spookter­ras­sen, het doet wel zeer

    Een vlucht boven Zeeland. Geheid dat je overal stofwolken ziet verwaaien. Boeren op hun landerijen, ze eggen, zaaien, planten. Wit uitgeslagen klei krijgt even een iets gezondere, grijsbruine kleur. Op akkers netjes aangeharkt in rijen en ruggen lijkt er niets aan de hand. Maar het is droog, in elk geval de bovengrond is gortdroog. Een 'buujtje’ zou geen kwaad kunnen, zegt mijn boer die zich afvraagt hoe zijn bietenzaad in deze woestijn moet ontkiemen.

Columns